Een zachte winter is voor mij blijkbaar een perfecte creatieve voedingsbodem. Een jaar of twee geleden (of waren het er al drie? afijn, het eindejaarsweer was toen ook zo mild) b(r)ouwde ik films.dominiek.be, een website met een dagelijks overzicht van de films die op TV komen, aangevuld met trailers, korte samenvatting en een iMDB-score. De reden voor die site was heel eenvoudig: ik was/ben een filmliefhebber, maar er zijn ondertussen zoveel kanalen dat het niet meer overzichtelijk is om te zien welke film er nu eigenlijk waar en wanneer speelt. Vandaar dus.
Anno 2011 ben ik nog eens in mijn web-codeer-pen gesprongen. Enkele bemerkingen vooraf, die ook meteen gaan leiden tot mijn nieuwe webgeesteskind :
Voor mij was 2011 het jaar van Spotify, meer bepaald: het jaar dat Spotify ook toegankelijk werd in België. Spotify: de speler waarmee je gratis en legaal naar muziek kunt luisteren, zonder dat je die als dusdanig hoeft te downloaden. Ofwel tolereer je de reclameboodschappen tussendoor, ofwel betaal je een kleine abonnementsprijs waarmee je bovendien albums en playlists kunt bufferen op je smartphone! Meer en overzichtelijkere uitleg vind je in een eerdere blogpost van alhier.
Wij hebben in België fantastische radiostations. En dat zeg ik zonder enige vorm van cynisme. ‘s Morgens staat nog geregeld Studio Brussel op bij mij in de wagen, in het weekend ben ik stapelgek op de programmatie van Radio 1, maar tijdens de voorbije Top 1000-week ben ik ook een paar keer tevreden overgeschakeld naar Radio 2.
Ik ben niet altijd even wild van de presentatoren, zeker bij Studio Brussel is dit het geval.
Ik ben ook niet altijd even wild van de a-rotatie van pakweg Studio Brussel, waarbij bepaalde nummers naar mijn smaak té veel op de radio gedraaid worden. En dan hebben we het over de Milows, Coldplays en Elbows van deze wereld. Maar voor de rest is de muzikale smaak én variatie op ons VRT-radionet meestal zeer goed.
De beste programma’s op de radio? Dat zijn de nachtradio-programma’s: meer variatie, geen irritant gekwetter tussendoor, vaak worden er vergeten pareltjes of totaal onbekende goede nummers opgediept. Ik vind het dan ook vaak oneerlijk dat de beste muziek op de radio lijkt te komen wanneer ik in bed lig (en dat valt me des te sterker op die paar keren dat ik ‘s nachts op baan ben).
En in die optiek verschilt de “ambachtelijke” VRT-radio van het “hi-tech” Spotify: bij die laatste is het vaak enorm zoeken (en dan nog) naar goede playlists, terwijl de VRT-samenstellers daar duidelijk wel kaas van hebben gegeten. Anderzijds: bij “old skool” radio zoals de VRT worden plezante muziekjes vaak onderbroken door een kwetterende stem en kan je een minder leuk nummer niet zomaar doorspoelen, beide in tegenstelling tot Spotify.
Bovendien pakte de VRT uit met een wedstrijd dit najaar: voor geïnteresseerde ontwikkelaars werden heel wat ramen en deuren van de VRT-data opengezet via het web, de vraag was wie er iets leuks mee kon bouwen of mashuppen. En ook de playlists werden op die manier publiek eenvoudig toegankelijk gemaakt. Ik maakte een vreugdedansje, al wist ik nog niet meteen wat ik er mee zou doen.
Het zag er naar uit dat mijn ideeën wel weer zouden wegebben, maar gisteren heb ik mij dan toch achter mijn PC gesmeten. En ik ben beginnen tokkelen. Ik heb een website bij elkaar geknutseld, waarbij de code die-hard werd ingetokkeld in TextPad. Ik zocht rond naar één of ander open-source designjasje, ik beet me vast in de VRT-API’s (ik had eerlijk gezegd nog nooit van Json gehoord), ik bestudeerde de mogelijkheden en openstaande kieren van Spotify.
Na acht uur getokkel en gezucht, na een halve pak Marlboro, na een thermoskan koffie was ik klaar. Omdat radio.dominiek.be zo voor de hand liggend klinkt, heb ik de website maar een funkiere (en al twaalf miljoen keren voorkomende) naam gegeven: Radiofy, een brug tussen de radio en Spotify. Klik gewoon en kijk eens naar die website om te zien waarover het gaat: van vrijwel elke VRT-playlist die de voorbije week op de radio was, kan je voortaan de nummers op Spotify beluisteren, hetzij afzonderlijk (en zo misschien ook meteen het volledige bijhorende album eens opzetten), hetzij als één geïntegreerde Spotify-playlist met alle nummers van de betreffende VRT-radio-playlist.
Ik vind het voorlopig wel OK en heb het dan ook maar ingestuurd als inzending voor de betreffende VRT-mashup-wedstrijd. Als ik win mag ik 2 weken naar San Francisco. Als u goesting hebt om mee te gaan, mag je ‘t nu al laten weten.
Als ik niet win, zou ik dit ook niet erg vinden. Het is een site waar nog heel wat mee kan gebeuren. De playlists van pakweg Q-Music, Joe FM en Nostalgie zouden er nog bij kunnen komen. En 3FM uit Nederland. En mijn favoriete latino-stations LatinSounds.nl en latina.fr. Misschien moet ik niet alleen een link naar Spotify, maar ook eentje naar YouTube voorzien. Zodat je niet alleen individueel de clips kunt bekijken, maar zodat je ook het ganse radioprogramma als één MTV-achtige clipshow kunt bekijken.
We zien wel. Bezie het vooral als mijn nieuwjaarscadeautje voor 2012 aan u. Ik wens de muzieksamenstellers op de radio de komende 12 maanden veel inspiratie toe. En u veel luisterplezier. En ik hoop dat nog heel wat andere kleine zaken, zoals Radiofy, elk van u het volgende jaar gewoon nu en dan efkes content kunnen maken. Meer hoeft dat niet te zijn.
De Spotify-gekte was groots, de afgelopen week. Spotify, de webapplicatie waarmee je uren naar muziek naar keuze kunt zitten luisteren zonder dat je die hoeft te kopen of illegaal te downloaden, werd gelanceerd in België en dit was groot nieuws. Alle kranten schreven er over, de lancering van dit webproduct haalde zelfs moeiteloos de headlines van het radio- en tv-journaal.
Ik ken Spotify inmiddels al een jaar of 2, van toen deze webservice voor het eerst officieel gelanceerd werd in het Verenigd Koninkrijk. In theorie mochten enkel Britten op dat moment beroep doen op deze muziekdienst, al bestonden er ook (niet echt toegestane, maar het werkte wel) omwegen om alsnog vanuit Vlaanderland de Spotify-speler aan de praat te krijgen. Ik was aanvankelijk, bij die lancering, waanzinnig enthousiast over deze muziekdienst, maar algauw ging ik mij de ellende ontzien om telkens weer hacks te moeten vinden om vanop mijn eigen PC aan Spotify te kunnen (om het simpel te stellen: om de 14 dagen had “het systeem” door dat ik eigenlijk toch geen echte Brit was en moest ik dus een nieuwe achterdeur opzoeken).
Naar aanleiding van de lancering van Spotify in België kreeg ik echter door de fijne mensen achter dit initiatief gratis en voor niets een premium-account voor 3 maanden aangeboden zodat ik het nu ten volle zou kunnen testen. Een drietal maand geleden kreeg ik echter, naar aanleiding van een positieve recensie die ik hier neerschreef, een Premium+ jaarabonnement aangeboden op We7, een soortgelijke website waarop er muziek gestreamd wordt/zal worden en waar je met een premium-abonnement heel wat meer mee kunt doen. Ik heb We7 dan ook al een paar maand uitgetest (tot mijn grote tevredenheid), een aantal bugs gerapporteerd en een tevreden klant geworden.
Maar goed, nu is die “echte” grote speler (Spotify) ook naar België gekomen… Een vergelijking tussen de twee diensten dringt zich dus op.
Dieje Frank Focketyn, speelt die nu eigenlijk altijd een vrijwel gelijkaardig typetje? Of zou die in het echt ook zo zijn? Hoe meer ik de man aan het werk zie, hoe vaker ik optie twee begin te vermoeden… Zoals in deze reclamespot voor de Telenet Wolkenwinkel…
Allemaal goed en wel, maar als ik naar de desbetreffende webpagina van Telenet spring, dan wordt daar wel schoon uitgelegd wat de voordelen van Cloud Computing zijn (eerlijk is eerlijk: ik ben een groot voorstander, zeker voor KMO’s die op die manier bijzonder professionele oplossingen in huis kunnen halen, op een schaalbare en betaalbare wijze), maar ik vind er nergens terug wat nu precies allemaal in de cloud aangeboden wordt door Telenet. Of wacht, ja toch, na wat geklik: Exchange mailboxen, Sharepoint, Nomadesk databeheer en Server Hosting…
Mijn opinie? Dit is al te complex en te technisch qua jargon voor diezelfde KMO’s. Een service provider die een hele resem duidelijke diensten zou aanbieden met zoveel mogelijk dummyproof interfaces, dát ontbreekt precies nog wel in Vlaanderland. Want voor de oplossingen die Telenet hier opsomt, heb je nog steeds een IT-er nodig. Om het ganse boeltje te configureren, maar ook – en vooral – om het ganse boeltje naar mensentaal te vertalen en uit te leggen aan de bedrijfsleiders/gebruikers in kwestie…
Ik ben voorstander voor ultragebruiksvriendelijke cloud-oplossingen, waarbij er liefst zoveel mogelijk functionaliteit (al dan niet onder één en dezelfde paraplu) geïntegreerd kan worden op een manier dat de KMO-manager zelf alles naar wens bij elkaar kan klikken. Ook een eenvoudige ERP en CRM mag hierin niet ontbreken. En een deftig doch eenvoudig Document Management Systeem (wat niet gelijk is aan “een Sharepoint in de cloud”). Waarom heeft Telenet AFAS Software niet in de portefeuille zitten? Of SalesForce?
Eerlijk is eerlijk: hun cloud-oplossing is in mijn ogen voornamelijk een gemiste kans… Maar ge doet er mee wat ge wilt natuurlijk!
Doch afijn, Frank Focketyn is de max. Er mag dringend een derde seizoen van Het Eiland gemaakt worden, verdorie. Woestijnvis moet toch veel producties lanceren op VT4 en zo…
Ik begin steeds meer een internetmuziekluisteraar te worden. Internetmuziekluisteraar, het lijkt me een bijzonder succesvol woord voor een spelletje scrabble.
Vroeger stond de radio steeds te spelen in Casa Domino, meestal op Studio Brussel of Radio 1. Daar is al ettelijke maanden een eind aan gekomen en daar zijn een paar redenen voor.
De presentatoren. Meer bepaald: de presentatoren van Studio Brussel. Die kunnen soms bijzonder ergerlijk zijn. Met stip op de tweede plaats: Sofie Lemaire en Sam De Bruyn. Als je kaka en pipi zulke fijne concepten vindt, dan mag je er voor mijn part een kunstwerk rond bouwen (zoals Wim Delvoye deed). Het zal me nog steeds niet interesseren, maar het wordt me dan tenminste niet in het gezicht gepusht. Maar de absolute koningin van de irritante presentaties is toch wel Lisa Smolders, de Astrid Bryan van Studio Brussel. Ze kan het niet nalaten om met een bijzonder fout accent continu te laten weten hoe cool en amazing ze de plaatjes en praatjes vindt die ze op de radio laat horen. Een beetje zoals Eddy Wally, eigenlijk.
De repetitiefactor. De radiostations zijn er heel goed in om fijne plaatjes te ontdekken. Om deze plaatjes dan zodanig veel op de radio te laten horen, dat je er na een week al een dégout van hebt. Limit To Your Love van James Blake bijvoorbeeld. De hotshot van Studio Brussel is een perfect concept op dat vlak: een goede nieuwe plaat komt uit en die laten we daarom volgende week om de 2 uur horen. Too much, my dears…
De eenheidsworst. Vroeger zat er nog enige logica in de radiostations: Radio 1 was meer voor de classics en hedendaagse singer/songwriters, Studio Brussel eerder de alternatieve dance en rock, Radio Donna concentreerde zich op Ultratop- en andere popmuziek. Op vandaag lijken de zenders voor 85% dezelfde muzieksamensteller te hebben. Dit wordt het best geïllustreerd op basis van Vox (Radio 1) en De Afrekening (Studio Brussel): twee “hitlijsten van de luisteraar” die wekelijks ongeveer op hetzelfde moment worden uitgezonden. De lijsten lijken steeds meer op elkaar…
De vriendjespolitiek. Ik ken niemand die Milow goed vindt. Ik ken ook geen enkele Vlaamse publieke radiozender (op Klara na dan) die Milow niet om de haverklap draait. Idem in zekere mate met Selah Sue. En indertijd was dat ook zo met K’s Choice. Geen idee hoeveel sponsoring de VRT-radiozenders krijgen van onze lokale platenmaatschappijen of andere promotoren.
Maar vooral: is de klassieke radio nog wel van deze tijd? Klassieke radio is een push-systeem, terwijl we steeds meer over pull-systemen beschikken. De traditionele radiostations proppen je die muziek in de oren waarvan zij het op dat moment een goed idee vinden om het uit te zenden, afgestemd op “het grote publiek” zodat gespecialiseerde of niche-genres nauwelijks aan bod komen. En dit terwijl het via internet steeds makkelijker is om in no time muziek op te halen waar jij (als luisteraar) op dat moment zin in hebt en die het best voldoet aan je stemming of goesting op dat moment.
Voor mijn part mag de traditionele radio heel binnenkort sterven. Al moeten er nog een aantal obstakels overwonnen worden.
Bijzonder interessant filmpje van op de TED-website, waarin een uit Polen afkomstige Amerikaanse boer/ingenieur uitlegt hoe open-source kan zorgen voor een Do It Yourself-omgeving waardoor landbouwers en andere kleinschalige ondernemers lokaal, ecologisch en intelligent oplossingen kunnen bouwen om aan hun noden te voldoen. En, volgens Jakubowski, op die manier moet het mogelijk zijn om – zonder aan levenskwaliteit in te boeten – terug te keren naar onze roots: volledige zelfvoorzienende dorpen, goedkoper, ecologischer en intelligenter dan onze huidige geglobaliseerde wereld.
Het lijkt me alvast bijzonder interessant denkvoer vanuit mijn ICT-wereld: moeten informatica-oplossingen wel altijd zo duur, zo pre-gefabriceerd en zo zwaar “standaardpakketten” zijn? Zouden ecologische, zelfontwikkelde oplossingen (zowel in hard- als in software) niet veel goedkoper en daardoor interessanter, meer op maat en intelligenter kunnen zijn dan wat de – door slechts een paar spelers gedomineerde – markt ons op vandaag ICT-gewijs voorschrijft?
Een tweede bedenking, waar ik het zaterdagavond ook bij een zeer interessante babbeldiner met boskabout over had: is het niet onvoorstelbaar dom dat zoveel mensen, entiteiten en organisaties alles rondom en vanuit “steden” proberen te organiseren? Zijn steden geen overblijfselen uit de industriële revolutie (toen mensen minder mobiel waren en dicht bij hun werk moesten wonen), die op vandaag eigenlijk nog maar weinig nut hebben? Vaak wordt aangehaald dat steden “minder transport en bijhorende kosten en vervuiling met zich meebrengen”, maar ook daar ben ik het niet mee eens. In steden worden er vandaag geen groenten of fruit meer geteeld; ook andere fabrieken (voedsel, kledij, …) bevinden zich niet meer in de steden. Al die goederen moeten dus aangerukt worden van elders. En doordat er zoveel mensen in de steden wonen, moeten er steeds meer en grotere vrachtwagens aanrukken om de goederen ter plaatse te krijgen: van de locatie van oorsprong, productie of verwerking naar de locatie van consumptie…
Steden zijn, ik blijf erbij, voorbijgestreefd en zorgen vooral voor overlast (files, minder leefbare woonsituaties, ecologisch ontwrichte situaties). Vandaar: bekijk bovenstaand filmpje, het zette mij alvast waanzinnig aan tot nadenken.
Awel ja. Na het zien van onderstaand filmpje ben ik benieuwd geworden. Wat zou er op 17 juni in Brussel te doen zijn? Wat zou er op 17 juni precies starten, zoals deze heren het zelf verwoorden?
‘k Vind de pre-campagne alvast geslaagd. Hopelijk is het sop de kolen waard…
Vanavond zag ik heel interessante zaken op Twitter gebeuren in het spanningsveld tussen oude en nieuwe media.
Zo was er @TerzakeTV die aankondigde dat de N-VA alsnog zou reageren op het communiqué van Elio Di Rupo. Ik ben geen vaste Terzake-kijker meer, ook al omdat ze naar mijn smaak wat te veel van hetzelfde politieke nieuws blijven herkauwen. En ik ben het dus enigszins beu. Maar het antwoord van Bracke op Di Rupo interesseerde mij wel. De tweet werd een vijftal minuten vóór het daadwerkelijke TV-interview op Twitter gegooid. Het deed mij ook denken aan het Vangheluwe-interview een paar weken geleden op VT4: ik had nog nooit van het VT4-nieuwsmagazine “Vlaanderen Vandaag” gehoord (heb er sindsdien ook nooit meer naar gekeken), maar dankzij Twitter wel op de hoogte gebracht van dat interview en met eigen ogen de choquerende beelden zitten bekijken.
Nieuwe en traditionele media kunnen dus nog steeds perfect samengaan: TV en radio kunnen/moeten met beelden, interviews, … real time de actualiteit coveren, algemene light-media als Twitter zijn het perfecte aankondigingskanaal voor dergelijke live captaties. TV (en zeker actualiteitstelevisie) gaat steeds meer evolueren richting een CNN: breng nieuws niet op een vast uur op TV “omdat de mensen dan toch toevallig zitten te kijken”, maar breng het rechtstreeks en ongemonteerd op het moment dat die actualiteit zich voordoet. De nieuwe media kunnen er perfect voor zorgen dat je als kijker tijdig een alert krijgt wanneer een bepaalde zender met dergelijk groot of klein nieuws uitpakt. En doet de zender het niet: er is de collectieve kennis en observatie op Twitter: er is altijd wel iemand die toevallig het nieuws zal opmerken en de anderen er attent op maken. En dergelijke nieuwsflashes verspreiden zich bijzonder snel via Twitter.
Nog zo een vorm van collectie intelligentie deed zich enkele uren later voor op Twitter, maar was wel integraal tegen de traditionele media gekant. Het duurde amper 20 minuten voor de integrale Twittosfeer op de hoogte was (of kon zijn) via welke website je gratis de voetbalwedstrijd Genk-Standard kon bekijken. Jammer voor BelgacomTV die de wedstrijd legaal en tegen betaling aan het streamen was, maar illegaal en gratis was dus ook bijzonder makkelijk en snel te vinden.
Collectieve intelligentie, handelen en communicatie: het is maar hoe je er als traditioneel medium mee omspringt. Of er tegen ingaat.
“Maar hoe begin je daar in godsnaam aan?” was de vraag. We hadden het gehad over reizen. Veel mensen kiezen het liefst voor een formule die aangeboden wordt door een reisbureau, -agentschap of iets soortgelijks bij het vastleggen van hun vakantie (inclusief uitstapjes en consoorten). Heel wat anderen slaan een voorraad reisgidsen in of surfen wat rond op internet om hun reis zélf vorm te geven, maar bij die aspirant-avonturiers slaat de goesting vaak om in wanhoop. Veel reisgidsen raden steevast hetzelfde aan (de typische tourist traps), of het aanbod is zo groot dat men binnen de kortste keren door het bos de bomen niet meer ziet.
Naar aanleiding van mijn Colombia-trip en ook andere reizen van weleer waarop ik steevast eigenwijs het programma wist samen te stellen, kreeg ik dan ook de vraag voorgeschoteld wat nu werkelijk de beste start was in het samenstellen van een reis naar stad X of Y.
Wel, heel eenvoudig: ga naar Google en typ als zoekopdracht het volgende in:
things to do in <stad van uw keuze>
Op die manier beland je steevast op een hele resem websites met lijstjes, vaak lijstjes die uitgetest en goedgekeurd waren door andere reizigers die je naar je bestemming voorgingen. Heel vaak staan websites als TripAdvisor bijzonder hoog in zo een rangschikking (en dat is maar terecht ook, TripAdvisor aggregeert tips van reizigers en rangschikt die op basis van scores die andere reizigers daar aan gaven… the best of the best zeg maar).
Maar je komt op zo een manier ook heel vaak terecht op andere lijstjes die door connoisseurs werden samengesteld: reismagazines, fervente wereldreizigers, bloggers, internetters met een alternatieve aanpak. Ongetwijfeld duiken er op die manier zoekresultaten op in de zin van “things to do in … that are not mentionned in any travel guide“, “15 free things to do in …” of “things to do in … that will change your life forever“. En consoorten.
En dérgelijke tips, voor zoverre ze van een niet-toeristische bron afkomstig zijn, blijken steevast inderdaad de coolste zaken die in de stad naar keuze te beleven vallen. Geregeld zaken die u elders ook kon terugvinden, maar heel heel vaak ook verborgen pareltjes of zaken waar u zelf nooit aan gedacht zou hebben.
Bij een snelle zoekopdracht naar “Things to do in Bruges” bijvoorbeeld, kwam ik terecht op deze website van Quasimodo Bustrips. Een spuuglelijke website, maar ik was wel enorm verrast door hun Triple Treat-bustocht, waardoor toeristen met heel andere facetten van West-Vlaanderen in contact komen dan enkel het openluchtmuseum genaamd Brugge: langs Damme en De Polders, met een blik op Het Zwin en de “typische” Belgische delicatessen (wafels, chocolade en bier). Het blijft overdreven toeristisch, maar dan wel op een originele manier…
Allez hup, vakantieplanners, ik vermoed dat de bestemming(en) voor de komende zomer al vast liggen… Laat u gaan! Ik gooi mij alvast vol passie op deze zoekopdracht.
Tijdschriften zijn de nieuwe boeken. Boeken waren op hun beurt de nieuw films. Films waren dan weer de nieuwe CD’s. En hiermee heb ik het over illegaal gedigitaliseerde inhoud.
Eerst kwamen er de MP3-spelers (hoe lang is dit nu al geleden? 15 jaar?), toen volgde de goedkope en eenvoudige technologie om zelf te rippen en de nummers in grote getale op een CD-Rom te branden om te ruilen met vriendjes op de speelplaats (ik denk dat de markt van CDR-Writers begin jaren ’90 een gouden tijd beleefde), toen kwam iedereen op breedband terecht, de nodige uitwisselnetwerken ontstonden, films volgden, blablabla.
Met boeken liep het zo’n vaart niet. En daar was één zeer goede reden voor: het “ideale medium” om een digitale versie van een boek te lezen bestond nog niet tot pakweg 2009. Pakweg een PDF-document lezen op de PC is niet echt ideaal te noemen, een PDF afdrukken zuipt inkt en vreet papier en is vaak bijna even duur als het feitelijke boek te kopen (of toch alleszins veel lastiger).
Daar kwam dus in 2010 verandering in. De iPad, met heel wat concurrerende tablets in z’n kielzog, kwam op de markt. Langzaam maar zeker druppelde het internet vol met boeken: aanvankelijk voornamelijk Engelstalige, maar nu zijn er al websites waar je probleemloos een 5000-tal Nederlandstalige boeken op illegale wijze kunt downloaden om die op je tablet of Kindle te gooien en in zeer goede omstandigheden te lezen. Voornamelijk bestseller-auteurs (zoals pakweg Harlan Coben, David Baldacci en Karin Slaughter) zijn te vinden, lokale helden als Piet Huysentruyt of Herman Brusselmans echter nauwelijks, al is dit ongetwijfeld slechts nog een kwestie van tijd.
Maar nu is het, olé ola, aan de tijdschriftenmarkt. Ik botste de voorbije weken toevallig op sites als DownMagaz en MagazinesDownload. Deze twee websites gaan continu op zoek – op de “gespecialiseerde downloadwebsites” – naar tijdschriften die geüpload werden, maken er een makkelijk volgbaar lijstje van en het is poepsimpel geworden om elke week minstens een tiental interessante Amerikaanse tijdschriften te vinden, te downloaden en languit in de zetel te liggen lezen op de tablet. Is het legaal? Nope. Is het makkelijk? Yep.
En aangezien de meeste iPad-versies van deze tijdschriften ook niets meer zijn dan een PDF-versie van het betreffende blad, heeft de betaalde versie vaak geen enkele inhoudelijke troef om die nog feitelijk te gaan aankopen.
Het enige jammere: de lading tijdschriften is nog steeds integraal uit het Engelstalige deel van deze wereld, op een occasionele Nederlandse Playboy na. Ik hunker naar een soort van DownMagaz met enkel Belgische tijdschriften (Humo, Knack, P-Magazine, Flair, …, en ook de Belgische kranten mogen er uiteraard elke dag opstaan). Als ik occasioneel zo een boekske in huis haal, beklaag ik me steeds dat ik té veel centen betaald heb voor té veel reclame en té weinig goede inhoud. Moest ik die tijdschriften op de één of andere manier goedkoper (of zelfs gratis) in huis kunnen halen, zou ik dat zo erg niet meer vinden. Bij mijn moeder ligt regelmatig de Dag Allemaal te pronken, met veel plezier doorblader ik dan dat magazine vol smeuïgheden, maar ik heb er zelf geen centen voor over.
Ik ben echter niet geneigd om snel-snel zo een website als DownMagaz in ‘t Vlaams op te richten. En dit om twee redenen :
Ik zou in no time een proces aan mijn broek hebben voor het illegaal verdelen van content. Enerzijds vind ik dit volstrekt normaal. Anderzijds vind ik het bijzonder spijtig dat de Belgische uitgeversmarkt nog steeds op zulke ouderwetse wijze denkt en handelt: als er een probleem opduikt, gaan we het hardhandig aanpakken. Maar geen haar op ons hoofd dat er aan denkt dat wij zélf iets kunnen doen om dit probleem preventief tegen te gaan.
Ik zou zélf al die boekskes moeten kopen, inscannen en op ‘t net pleuren. Want dergelijke Vlaamse tijdschriften in PDF lijken nog niet echt op ‘t net te vinden te zijn. Dus ik zou veel centen kwijt zijn aan boekskes, ik zou die on-line zetten en anderen zouden vollen bak van mijn goedheid kunnen profiteren. Ook dat kan natuurlijk de bedoeling niet zijn.
Wat uiteraard niet wegneemt dat ik er verder over heb nagedacht…
Wat op vandaag wél (but in a very analogue way) toelaatbaar is en ook vollen bak gebeurt: mensen kopen een tijdschrift, lezen het uit en geven het vervolgens door aan een vriend/buur/toevallig passerende marginaal/whatever. En soms geeft die tegenpartij dan een totaal ander boekske in ruil.
Als dit analoog mag, waarom zou dit dan digitaal niet mogen?
Ik richt een “verborgen” clubje op voor geïnteresseerden.
Elk van die geïnteresseerden kiest één tijdschrift uit, uit de lijst die op de “door paswoord beveiligde en waar je enkel onder specifieke omstandigheden toegang toe krijgt” website staat.
Hij/zij neemt een abonnement op dat tijdschrift of engageert zich om het elke week te kopen.
Hij/zij gaat, van zodra het nieuwe nummer binnen is, de nietjes uit het tijdschrift verwijderen, scant alle pagina’s in en plaats het als mooi leesbare PDF on-line op diezelfde beveiligde website.
En op die manier zijn alle deelnemers gelukkig: voor de prijs van één tijdschrift kunnen ze nu het volledige aanbod van die week lezen. Bovendien wordt er heel streng gelogd op de gebruikersnamen en paswoorden: enkel de geregistreerden mogen zich op de site begeven, logins die worden doorgegeven, worden genadeloos afgesloten. Totaal privé dus. (Als sommige deelnemers alles downloaden en op andere wijze verder verspreiden op publiek toegankelijke wijze, is dat hun eigen verantwoordelijkheid natuurlijk).
Bijzonder eenvoudig dus!
Eén probleem waar ik echter nog op bots: met wat voor toestel zou ik op eenvoudige en kwalitatieve (en liefst budgetvriendelijke) wijze tijdschriften kunnen inscannen? Aangezien het papier van heel wat magazines heel licht en broos is, vermoed ik dat standaard multifunctionals – met de recto/verso-optie ingeschakeld – in no time gaan vastlopen of dat het papier er genadeloos in zal scheuren. Bestaan er bij wijze van spreken “boekscanners” die op mechanische wijze pagina’s omslaan en toch prachtige PDF-en genereren?
Ik verklaar mijn reactieluik nu voor geopend. Letterveelvraten die graag tot mijn tijdschriftenclub zouden willen toetreden, mogen zich nu uiteraard al laten horen. Ook ideeën om het privéclub-gehalte in stand te houden zijn bijzonder welkom. (Misschien de tijdschriften enkel delen via een gesharede, invite-only Dropbox-account?). Maar vooral: kenners van de ideale scan-oplossingen voor integrale tijdschriften: ook jullie stem zou ik nu het liefst het snelst van al willen horen!!! En kan ik daar ook kranten mee scannen?
Uiteraard wil ik bij deze niet aanzetten tot massale burgerlijke ongehoorzaamheid jegens magazinemakers, tot massaal illegaal upload- en download-gedrag, tot whatever. Deze blogpost gebruik ik ook graag als trigger of stimulans voor kranten- en tijdschriftenmakers: waarom zouden jullie er zélf niet voor zorgen dat het ontstaan van een dergelijk clubje jullie in de financiële moeilijkheden kan helpen? Bestaat er een oplossing? Absoluut: als er bv. een iPad-app zou bestaan, waarvoor ik maandelijks pakweg 20 Euro betaal, maar daardoor wel onbeperkte toegang zou hebben tot het integrale Vlaamse tijdschriftenaanbod van die maand, dan opteer ik voor dat gebruiksgemak. Een Spotify voor magazines, zeg maar. En dan kunnen jullie er gerust wat extra reclamebanners aan toevoegen, die neem ik er wel bij.
Maar ik geloof niet dat de uitgevers zoiets gaan doen. Want die uitgevers zijn ouderwets, lui, greedy en hebben de verkeerde mindset. En ook al halen ze allemaal “social media experts” in huis, ze begrijpen nog steeds niet waar zaken als collectieve samenwerking op internet voor staan. Ha neen, ze gebruiken sociale mogelijkheden van het net enkel om reclameberichtjes over hun eigen fantastischheid uit te sturen en hondsgewijs op te rijden tegen het been van bevriende merken en bedrijven.
Vandaar: bij deze een oproep om wel, vanuit den underground, tot collectieve samenwerking over te gaan. Geïnteresseerde deelnemers aan een dergelijk project (nl. zij die graag “de boekskes lezen” en bereid zijn er elke week één in huis te halen + on-line te pleuren) mogen mij uiteraard ook mailen. Andere input (zoals van die scanners en zo) mag zowel gemaild als hieronder publiekelijk neergepend worden.
Een tijdje geleden vroeg een collega mij wat ik zou doen indien ik Euromillions of een ander groot lot zou winnen. Ik kon er daar en toen geen antwoord op geven. Het was iets waar ik eigenlijk nooit echt over had nagedacht, misschien in de eerste plaats omdat ik eigenlijk nooit meespeel met dergelijke loterijen… Maar goed, het was een vraag die bleef naspoken in m’n hoofd.
Waar ik finaal bij uitgekomen ben: ik zou ergens een enorm stuk grond opkopen en er een megacomplex neerpoten. Een enorm gebouw dat in het teken zou staan van Latijns Amerika. Met daarin een winkelcomplex, met een honderdtal winkeltjes. Alles wat typisch is in de Zuid-Amerikaanse landen, zou er verkocht moeten worden: prullaria, handwerk, muziek en boeken en films van ginder. Een kunstgalerij zou er ook moeten in liggen, met het werk van kunstenaars uit het Zuiderse continent, zoals mijn groot idool Botero. En winkels met ingrediënten van ginder natuurlijk, zowel etenswaren (Dulci di Leche! Empanadas!) als dranken (Mate! Captain Morgan’s! De pompelmoeslimonade waarvan de naam mij ontsnapt!). En ook restaurants natuurlijk.
Maar de nodige uitgaansgelegenheden zouden er ook moeten zijn. Een groot kursaal waar Zuid-Amerikaanse films getoond worden, waar presentaties en theateropvoeringen kunnen plaats vinden. En een discotheek-annex-concertzaal, waar groepen van ginder zouden kunnen komen aantreden, waar DJ’s het publiek zouden kunnen opzwepen op de tonen van de salsa, reggaeton, baile funk en soortgelijken.
Kortom: een groot complex met twee bedoelingen. Ten eerste: één geconcentreerde plaats waar iedereen ten allen tijde eens van het hectische Vlaanderen kan ontsnappen om in de meer ontspannende Latijns-Amerikaanse sfeer terecht te komen. Maar ten tweede: ook een plaats waar iedereen van alhier eens in contact kan komen met de cultuur en realiteit van alginder. Want ofschoon het een booming continent is, toch blijft Zuid- en Centraal-Amerika voor velen onder ons een ver-van-mijn-bed-show. Het komt zelden in het nieuws (tenzij we het hebben over modderstromen en guerilla’s en consoorten), het is een onbekende wereld voor velen. En dat is bijzonder jammer, want mijn hart ligt er nog steeds voor een groot deel.
Ik heb de lotto niet gewonnen, maar dankzij die overpeinzingen ben ik achter mijn computer gekropen. Het lijkt me alsnog een ferm idee om een poging te ondernemen anderen met het Latijns-Amerikaanse erf- en gedachtengoed te inspireren, om de cultuur (in welke vorm dan ook) van ginder wat vaker hier op een zilveren schoteltje te presenteren. Al zou ik het dan liever niet alleen in mijn eentje doen, maar zou ik het nog plezanter vinden om ook nu en dan eens de woorden te kunnen horen/lezen/zien van anderen die gepassioneerd zijn door dat warme continent.
Dus bokste ik El Sur in elkaar. Ga gewoon eens op die website zelf kijken, daar heb ik al vrij uitgebreid verwoord wat mijn bedoeling er van is. Wies Ubags, een Nederlandse journaliste die ik in Colombia mocht ontmoeten, vindt het alvast ook een zeer fijn idee en zou graag nu en dan een bijdrage leveren op de website. En ook Tim Ghysels liet al weten dat hij graag een deel van de Braziliaanse cultuur voor zijn rekening zou nemen. Maar ik zou dus heel graag nog wat meer handen aan dek hebben, zowel van toevallig gepassioneerden (zoals ikzelf), als van Nederlandstaligen die naar het verre Zuiden zijn uitgeweken, als van latino’s en latina’s die zich inmiddels in onze regionen gevestigd hebben. Aarzel dus niet, en help het woord (en mijn oproep op ElSur.be) te verspreiden!
En moest het hier de komende weken/maanden dus wat rustiger zijn, dan is dat voornamelijk omdat ik op die andere – nieuwe – webstek aan het werk ben. Of omdat ik nadenk over nieuwe antwoorden op de vraag “Wat zou jij doen moest je ooit de lotto winnen?”