Een zachte winter is voor mij blijkbaar een perfecte creatieve voedingsbodem. Een jaar of twee geleden (of waren het er al drie? afijn, het eindejaarsweer was toen ook zo mild) b(r)ouwde ik films.dominiek.be, een website met een dagelijks overzicht van de films die op TV komen, aangevuld met trailers, korte samenvatting en een iMDB-score. De reden voor die site was heel eenvoudig: ik was/ben een filmliefhebber, maar er zijn ondertussen zoveel kanalen dat het niet meer overzichtelijk is om te zien welke film er nu eigenlijk waar en wanneer speelt. Vandaar dus.
Anno 2011 ben ik nog eens in mijn web-codeer-pen gesprongen. Enkele bemerkingen vooraf, die ook meteen gaan leiden tot mijn nieuwe webgeesteskind :
Voor mij was 2011 het jaar van Spotify, meer bepaald: het jaar dat Spotify ook toegankelijk werd in België. Spotify: de speler waarmee je gratis en legaal naar muziek kunt luisteren, zonder dat je die als dusdanig hoeft te downloaden. Ofwel tolereer je de reclameboodschappen tussendoor, ofwel betaal je een kleine abonnementsprijs waarmee je bovendien albums en playlists kunt bufferen op je smartphone! Meer en overzichtelijkere uitleg vind je in een eerdere blogpost van alhier.
Wij hebben in België fantastische radiostations. En dat zeg ik zonder enige vorm van cynisme. ‘s Morgens staat nog geregeld Studio Brussel op bij mij in de wagen, in het weekend ben ik stapelgek op de programmatie van Radio 1, maar tijdens de voorbije Top 1000-week ben ik ook een paar keer tevreden overgeschakeld naar Radio 2.
Ik ben niet altijd even wild van de presentatoren, zeker bij Studio Brussel is dit het geval.
Ik ben ook niet altijd even wild van de a-rotatie van pakweg Studio Brussel, waarbij bepaalde nummers naar mijn smaak té veel op de radio gedraaid worden. En dan hebben we het over de Milows, Coldplays en Elbows van deze wereld. Maar voor de rest is de muzikale smaak én variatie op ons VRT-radionet meestal zeer goed.
De beste programma’s op de radio? Dat zijn de nachtradio-programma’s: meer variatie, geen irritant gekwetter tussendoor, vaak worden er vergeten pareltjes of totaal onbekende goede nummers opgediept. Ik vind het dan ook vaak oneerlijk dat de beste muziek op de radio lijkt te komen wanneer ik in bed lig (en dat valt me des te sterker op die paar keren dat ik ‘s nachts op baan ben).
En in die optiek verschilt de “ambachtelijke” VRT-radio van het “hi-tech” Spotify: bij die laatste is het vaak enorm zoeken (en dan nog) naar goede playlists, terwijl de VRT-samenstellers daar duidelijk wel kaas van hebben gegeten. Anderzijds: bij “old skool” radio zoals de VRT worden plezante muziekjes vaak onderbroken door een kwetterende stem en kan je een minder leuk nummer niet zomaar doorspoelen, beide in tegenstelling tot Spotify.
Bovendien pakte de VRT uit met een wedstrijd dit najaar: voor geïnteresseerde ontwikkelaars werden heel wat ramen en deuren van de VRT-data opengezet via het web, de vraag was wie er iets leuks mee kon bouwen of mashuppen. En ook de playlists werden op die manier publiek eenvoudig toegankelijk gemaakt. Ik maakte een vreugdedansje, al wist ik nog niet meteen wat ik er mee zou doen.
Het zag er naar uit dat mijn ideeën wel weer zouden wegebben, maar gisteren heb ik mij dan toch achter mijn PC gesmeten. En ik ben beginnen tokkelen. Ik heb een website bij elkaar geknutseld, waarbij de code die-hard werd ingetokkeld in TextPad. Ik zocht rond naar één of ander open-source designjasje, ik beet me vast in de VRT-API’s (ik had eerlijk gezegd nog nooit van Json gehoord), ik bestudeerde de mogelijkheden en openstaande kieren van Spotify.
Na acht uur getokkel en gezucht, na een halve pak Marlboro, na een thermoskan koffie was ik klaar. Omdat radio.dominiek.be zo voor de hand liggend klinkt, heb ik de website maar een funkiere (en al twaalf miljoen keren voorkomende) naam gegeven: Radiofy, een brug tussen de radio en Spotify. Klik gewoon en kijk eens naar die website om te zien waarover het gaat: van vrijwel elke VRT-playlist die de voorbije week op de radio was, kan je voortaan de nummers op Spotify beluisteren, hetzij afzonderlijk (en zo misschien ook meteen het volledige bijhorende album eens opzetten), hetzij als één geïntegreerde Spotify-playlist met alle nummers van de betreffende VRT-radio-playlist.
Ik vind het voorlopig wel OK en heb het dan ook maar ingestuurd als inzending voor de betreffende VRT-mashup-wedstrijd. Als ik win mag ik 2 weken naar San Francisco. Als u goesting hebt om mee te gaan, mag je ‘t nu al laten weten.
Als ik niet win, zou ik dit ook niet erg vinden. Het is een site waar nog heel wat mee kan gebeuren. De playlists van pakweg Q-Music, Joe FM en Nostalgie zouden er nog bij kunnen komen. En 3FM uit Nederland. En mijn favoriete latino-stations LatinSounds.nl en latina.fr. Misschien moet ik niet alleen een link naar Spotify, maar ook eentje naar YouTube voorzien. Zodat je niet alleen individueel de clips kunt bekijken, maar zodat je ook het ganse radioprogramma als één MTV-achtige clipshow kunt bekijken.
We zien wel. Bezie het vooral als mijn nieuwjaarscadeautje voor 2012 aan u. Ik wens de muzieksamenstellers op de radio de komende 12 maanden veel inspiratie toe. En u veel luisterplezier. En ik hoop dat nog heel wat andere kleine zaken, zoals Radiofy, elk van u het volgende jaar gewoon nu en dan efkes content kunnen maken. Meer hoeft dat niet te zijn.
Ik begin steeds meer een internetmuziekluisteraar te worden. Internetmuziekluisteraar, het lijkt me een bijzonder succesvol woord voor een spelletje scrabble.
Vroeger stond de radio steeds te spelen in Casa Domino, meestal op Studio Brussel of Radio 1. Daar is al ettelijke maanden een eind aan gekomen en daar zijn een paar redenen voor.
De presentatoren. Meer bepaald: de presentatoren van Studio Brussel. Die kunnen soms bijzonder ergerlijk zijn. Met stip op de tweede plaats: Sofie Lemaire en Sam De Bruyn. Als je kaka en pipi zulke fijne concepten vindt, dan mag je er voor mijn part een kunstwerk rond bouwen (zoals Wim Delvoye deed). Het zal me nog steeds niet interesseren, maar het wordt me dan tenminste niet in het gezicht gepusht. Maar de absolute koningin van de irritante presentaties is toch wel Lisa Smolders, de Astrid Bryan van Studio Brussel. Ze kan het niet nalaten om met een bijzonder fout accent continu te laten weten hoe cool en amazing ze de plaatjes en praatjes vindt die ze op de radio laat horen. Een beetje zoals Eddy Wally, eigenlijk.
De repetitiefactor. De radiostations zijn er heel goed in om fijne plaatjes te ontdekken. Om deze plaatjes dan zodanig veel op de radio te laten horen, dat je er na een week al een dégout van hebt. Limit To Your Love van James Blake bijvoorbeeld. De hotshot van Studio Brussel is een perfect concept op dat vlak: een goede nieuwe plaat komt uit en die laten we daarom volgende week om de 2 uur horen. Too much, my dears…
De eenheidsworst. Vroeger zat er nog enige logica in de radiostations: Radio 1 was meer voor de classics en hedendaagse singer/songwriters, Studio Brussel eerder de alternatieve dance en rock, Radio Donna concentreerde zich op Ultratop- en andere popmuziek. Op vandaag lijken de zenders voor 85% dezelfde muzieksamensteller te hebben. Dit wordt het best geïllustreerd op basis van Vox (Radio 1) en De Afrekening (Studio Brussel): twee “hitlijsten van de luisteraar” die wekelijks ongeveer op hetzelfde moment worden uitgezonden. De lijsten lijken steeds meer op elkaar…
De vriendjespolitiek. Ik ken niemand die Milow goed vindt. Ik ken ook geen enkele Vlaamse publieke radiozender (op Klara na dan) die Milow niet om de haverklap draait. Idem in zekere mate met Selah Sue. En indertijd was dat ook zo met K’s Choice. Geen idee hoeveel sponsoring de VRT-radiozenders krijgen van onze lokale platenmaatschappijen of andere promotoren.
Maar vooral: is de klassieke radio nog wel van deze tijd? Klassieke radio is een push-systeem, terwijl we steeds meer over pull-systemen beschikken. De traditionele radiostations proppen je die muziek in de oren waarvan zij het op dat moment een goed idee vinden om het uit te zenden, afgestemd op “het grote publiek” zodat gespecialiseerde of niche-genres nauwelijks aan bod komen. En dit terwijl het via internet steeds makkelijker is om in no time muziek op te halen waar jij (als luisteraar) op dat moment zin in hebt en die het best voldoet aan je stemming of goesting op dat moment.
Voor mijn part mag de traditionele radio heel binnenkort sterven. Al moeten er nog een aantal obstakels overwonnen worden.
In de laatste week van 2010 luisterde ik naar Radio Nostalgie. Reden: elke dag presenteerde deze zender een andere Top-100: er was een New Wave Top 100, eentje rond party classics, eentje m.b.t. zwarte muziek en zo voort. En plotseling was er een spelletje op die radio. Ik stuurde een SMS en werd 5 minuten later opgebeld. Dat ik een uurtje later live-op-de-radio opgebeld zou worden, zeiden ze. Dat ik een quizvraag zou moeten beantwoorden, zeiden ze. En als ik juist antwoordde, dat ik de hoofdprijs van de dag zou wegkapen, zeiden ze.
En zo geschiedde. De held uit mijn tienerjaren belde mij op. Stefan Ackermans, de vroegere presentator van De Afrekening op Studio Brussel. De vraag die mij gesteld werd, was “Welke Amerikaanse acteur scoorde onder het pseudoniem Bruno in de jaren tachtig een hit met Under The Boardwalk.” Ik hoefde niet na te denken. Ik wist het juiste antwoord. Ik schreeuwde het uit en ik won. Proficiat, je hebt 1000 Euro cash gewonnen, zeiden ze. Ik moest mijn rekeningnummer doorgeven, ik moest deze week nog een attest invullen en ondertekenen (“ik heb meegedaan aan een wedstrijd en 1000 Euro gewonnen”, waarschijnlijk om in hun boekhouding te kunnen stoppen en fraude-onderzoeken te vermijden). De centen staan nog steeds niet op mijn bankrekening, maar ik verwacht dat het er gauw zal op gestort worden.
Maar goed, van die Euri die plotseling uit de hemel komen neergedaald en waar je geenszins op gerekend had, het zou zo een zonde zijn om die op je spaarboekje te laten staan. Prijzengeld moet omgezet worden in natura vond ‘k!
Dus bestelde ik een nieuw TV-toestel. De dikke beeldbuis die ik op vandaag thuis staan heb, is er eentje van het merk Nokia. En daarmee is alles vermoedelijk wel gezegd: de productie van Nokia-televisies hield ergens eind jaren ’80 op. Het blijft een goed toestel natuurlijk (het werkt nog steeds), maar ik wou iets meer hedendaags in mijn living room.
Ik vergeleek modellen, producenten, luisterde naar consumentenervaringen, keek naar specificaties en mogelijkheden van verschillende TV’s, vroeg wat rond op Twitter. En ik heb gekozen voor een Sony Bravia. Een nieuw model, dat ergens pas rond begin februari op de markt komt. Met thuisbioscoopmodus! Net wat ik als enorme filmliefhebber nodig heb!
Maar een andere belangrijke reden waarom ik een nieuwe TV in huis wou/moest halen, was een ander speeltje dat ik al heel lang in huis wou halen en dat ik al bij vriend Nick thuis had zien staan: een Popcorn Hour C-200. Het product is al een aantal jaar op de markt en werd indertijd gelanceerd als een soort van geeky alternatief voor Apple TV, met als grote verschil dat Popcorn Hour veel meer open is dan het Apple gedachtengoed.
De Popcorn Hour is eenvoudig gesteld een soort vervolg op video- en DVD-spelers en consoorten: het is een bak die je op je TV aansluit, waardoor je op je televisietoestel zaken kunt bekijken die op dat moment niet rechtstreeks gestreamd worden door het één of andere televisiestation. Je kan ermee op Twitter, je kan vanuit je luie zetel op je grote TV-scherm naar Facebook kijken (deze zaken zijn op vandaag vaak standaard mogelijk met steeds meer TV-toestellen) en de popcorn geek community zorgt zelf voor steeds meer soortgelijke internet-applicaties om via de TV te kunnen beleven.
Maar wat voor mij het belangrijkste was: de Popcorn laat op bijzonder eenvoudige wijze toe om films te downloaden (al dan niet legaal), om de bijhorende ondertitels van een website te plukken en met die film te synchroniseren en om alles op die Popcorn-bak zelf op te slaan. Ik heb een schijf van 2 Terabyte in die machine gestoken, dus ik kan wel wat inhoud downloaden blijkbaar.
Ik heb de afgelopen jaren heel wat TV-series gemist (omdat ik zo een onregelmatige TV-kijker ben en/of gewoonweg niet elke avond thuis ben om dergelijke feuilletons te bekijken; of dan vergeet ik een aflevering op te nemen en ben ik helemaal niet meer mee en zo). Er zijn enorm veel films uitgekomen de laatste jaren die ik zo graag wou bekijken. Maar vooral: het is vaak onmogelijk om in België (in de videotheek, bib, whatever) uitgebreide collecties te vinden van bv. Zuid-Amerikaanse films, terwijl er de laatste jaren even veel films in Argentinië en in Brazilië gemaakt worden als in de U.S.A. En vaak moeten ze inhoudelijk of qua kwaliteit niet onderdoen t.o.v. een aantal Amerikaanse blockbusters.
Hier zijn ze niet te vinden, van het internet kunnen dergelijke films (met de bijhorende – vaak Engelstalige – ondertitels) in een mum van tijd geplukt worden. Of Colombiaanse TV-series. Of documentaires die hier gewoonweg nooit uitkomen (ook al werden ze bv. bekroond op het fantastische Sundance Film Festival).
De Popcorn zal mij gewoonweg toelaten om elke avond desgewenst zelf mijn TV-avond samen te stellen. Om makkelijker zaken te ontdekken die niet zo mainstream zijn als de producties die ons dagdagelijks door staats- en commerciële zenders in de strot geramd worden. Om films en series te bekijken die hoog worden aangeschreven op heel wat (buitenlandse) websites, maar waar de zogeheten kenners (die de TV-avonden programmeren) nog nooit van gehoord lijken te hebben. Om indie filmparels te ontdekken en te omarmen. Om vodcasts op groot scherm te bekijken.
In die optiek moeten TV-zenders oppassen: als zij geen rekening gaan houden met publieke opinies, gaan beeldconsumenten binnen de kortste keren allemaal het recht in eigen handen nemen en gaat er ongetwijfeld een soort van social community-tv-gebeuren (via internet) ontstaan waarvoor we geen publieke of commerciële TV-huizen meer nodig hebben.
Maar daar zou ik het dus volgende week over willen hebben. Op de Barcamp op de VRT.
Nu goed, de Popcorn Hour staat dus klaar, 3 WiFi-antennes er zelf in gemonteerd, de harde schijf van 2 TB er in gemonteerd. Hij is er helemaal klaar voor. Alleen nog wachten op een nieuw TV-toestel, want mijn oude Nokia-toestel heeft geen HDMI-aansluiting…
O ja, het antwoord op de Nostalgie-vraag die me 1000 Euro opleverde? Het was Bruce Willis die een hit scoorde met Under The Boardwalk…
Deze middag was er op Radio 1 een fantastische documentaire, gemaakt door Wouter Deprez: Balkon, Stoel 7. In mei 2009 stond Wouter op de Mechelse planken met zijn show “Eelt”. Naar aloude traditie was hij bijzonder interactief met het publiek, al werd dit plotseling verstomd toen er – vanop het balkon – een opmerking naar Wouter Deprez werd geroepen, iets dat op een uiting van persoonlijk verdriet leek. Wouter Deprez ging op zoek naar de dame die hem iets toeriep en haar verhaal.
Dit was slow radio waar ik graag naar luister: er werd ruim een uur de tijd genomen om een verhaal te doen, er werd op zoek gegaan naar een persoonlijk verhaal dat ergens diep verscholen leek, aangevuld met vertelsels en anekdotes van Deprez zelf en anderen die hij tijdens zijn zoektocht ontmoette. Balkon, stoel 7 is opnieuw te beluisteren via deze link.
Music For Life, de benefietactie van Studio Brussel, is afgelopen. En dat is maar goed ook, want het programma slaagde er dit jaar geenszins in mij warm of koud te doen krijgen voor de actie. Dit was geen benefiet, dit was een redelijk slechte versie van het – op zich al tenenkrullende – TV-programma Fata Morgana zaliger. En ook het daarmee afgeleverde radioprogramma zelf was er eentje om snel te vergeten: steek 3 radiomensen, die niet echt een radiopersoonlijkheid zijn of het talent hebben om een “gewoon radioprogramma” op te tillen tot een hoger niveau, in een huis en je krijgt de slappe kak voorgeschoteld die de afgelopen week op de radio te horen was en waarbij de enige vraag leek te zijn “welke presentator gaat er nu het eerste bleiten?“. Nobel, heel nobel.
Voor mij is Music For Life, editie 2009 dan ook de editie die geboekstaafd mag worden als de jammer-maar-helaas-editie.
OK, ik beken, de titel van deze blogpost is enkel en alleen bedoeld om Googlewijs een beetje populairder te worden. Maar de deerne in kwestie is dus de Vlaamse ragga-furore Selah Sue, de 5 venten vormen het prettig gestoorde A Brand.
En wat ze precies doen? Ze jammen er samen op los, A Brand geeft instrumentgewijs van jetje en Selah gaat er vrolijk boven zingen en kreunen. Een nummer dat niet echt bestaat, nooit opgenomen of eerder gespeeld, maar ter plaatse bijeengeïmproviseerd werd in het radioprogramma van Giel Beelen (3FM).
Al moeten ze er misschien eens over nadenken om écht wat materiaal samen op te nemen, klinkt bijzonder lekker!
Terwijl op Studio Brussel een soortement van verzoekplatenprogramma weerklonk, zond Radio 1 vandaag de Fab 50 uit, een “hitlijst” (gestemd door de luisteraars) van de 50 beste songschrijfers uit de afgelopen decennia. Een mooie, héél mooie lijst werd het, het was een plezier om – gewapend met emmer en dweil – vrolijk meefluitend en/of zingend het huis te doorkruisen met volume op acht. Naar gewoonte bij mooie lijstjes: een videogewijs overzicht op dominiek.be:
Een paar maand geleden deed ik het al met de Switch-Top-100 van Studio Brussel, dus mag nu het fijne overzicht van De Zwaarste Lijst van gisteren er aan geloven. Ziehier, onder de vorm van videoclips, de 70 fijnste harde nummers allertijden volgens de StuBru-luisteraar anno ’09.
Nu de vaste sidekicks in verschillende Studio Brussel-programma’s massaal aan allerlei ziektes lijken te bezwijken, lijkt de spontaniteit eindelijk teruggekeerd op mijn vaste radio-in-de-auto. Gisterenavond werden de honneurs van tweede presentatrice ad interim waargenomen door de fantastisch gevooisde Lady Linn (gekend van haar Magnificent Seven) bij Siska, deze morgen had Tomas De Soete een afvaardiging uit Van Vlees En Bloed in de studio (in de gedaante van nonkel Luc en Anke-met-de-mooie-r).
Lady Linn zong een tweetal schone liedjes, Tom Van Dyck was zijn hilarische zelve (zowel tijdens het interview als tijdens zijn presentatie-werk bij het pakweg doornemen van de kranten van deze morgen en dergelijke). Er zat terug een gezonde dosis onvoorspelbaarheid, improvisatie en plezier in mijn radiotoestel, tot tweemaal toe dus! En een aantal weken geleden werd dit ook al eens voorgedaan met de Neveneffecten in de radiostudio.
Zouden ze hier bij Studio Brussel geen lesje uit kunnen leren? Ik denk dat Peter Van De Veire in zijn MNM-experimentje al lang aangetoond heeft dat vaste sidekicks bij een radio-programma geen enkele meerwaarde hoeven te hebben (of in zijn geval zelfs ronduit irritant kunnen zijn), het huidige experimenteergedrag van StuBru bevalt me wel, ik wil meer onverwachtse gasten als co-presentator op de radio! Paul D’Hoore, Philippe Geubels, Jean-Marie Pfaff, Goedele, Bart Dewever, de voltallige Smaak Van De Keyser-cast. Allez how gast’n. Vooral: ik was een paar jaar geleden bijzonder fan van “Brussel Midi”, waarin Tomas indertijd ook zeer sterke talkradio-met-een-gast maakte.
Anderzijds: welke onverlaat is eigenlijk verantwoordelijk voor dat Allein Allein-nummer dat de laatste weken de radiogolven overspoelt? Ik noemde het op Twitter al de nieuwe “Live is Life”, maar dan zonder het handengeklap. Brrr, bezorgt me steeds koude rillingen, doet me denken aan foute feestjes in cafés waar enkel Primus getapt wordt, bermudashorts en sandalen-rond-witte sokken de dresscode zijn en er minstens één persoon rondloopt die Alain heet. Waarbij die laatste er nog steeds van overtuigd is dat dit nummer over hem gaat. Thanks, but no thanks…
Bijzonder hard gelachen in de wagen, deze morgen, met de aanwezigheid en opmerkingen van De Neveneffecten in het ochtendblok van Studio Brussel. Zou iemand die mannen een eigen personality-show op de radio kunnen geven of zo? We hebben toch iéts nodig om zo stilletjes aan Het Leugenpaleis te beginnen vergeten?