1. The Voice is ongetwijfeld de meest fabuleuze van alle talentenjachten die ooit op de Vlaamse TV is geweest. Onderstaande “battle” slaagde erin mij daadwerkelijk kippenvel te bezorgen gisterenavond. Ik wou nog meer horen van “hen als duo”. Where The Wild Roses Grow, van Nick Cave en Kylie Minogue bijvoorbeeld. Of Toverdrank van Guido Belcanto en An Pierlé. Of Jackson van Johnny Cash en June Carter. Verdorie, ik zou zelfs aan de lippen van Ziggy en Mayken hangen als ze pakweg Veel Te Mooi van Erik & Sanne zouden zingen!
2. En dan passeerde op Twitter ongeveer vijf miljoen keer dezelfde videoclip. Een cover die Gotye’s origineel naar de kroon steekt.
O ja, de eerste clip zal ongetwijfeld in een mum van tijd door VTM van YouTube verwijderd worden. Onbegrijpelijk. Dit is pure reclame voor hun TV-programma op vrijdagavond.
Trouwens, beste Chokri van Pukkelpop, indien er bespaard zou moeten worden in 2012 voor het festival: de bovenstaande twee mag je voor mijn part alvast programmeren.
Een zachte winter is voor mij blijkbaar een perfecte creatieve voedingsbodem. Een jaar of twee geleden (of waren het er al drie? afijn, het eindejaarsweer was toen ook zo mild) b(r)ouwde ik films.dominiek.be, een website met een dagelijks overzicht van de films die op TV komen, aangevuld met trailers, korte samenvatting en een iMDB-score. De reden voor die site was heel eenvoudig: ik was/ben een filmliefhebber, maar er zijn ondertussen zoveel kanalen dat het niet meer overzichtelijk is om te zien welke film er nu eigenlijk waar en wanneer speelt. Vandaar dus.
Anno 2011 ben ik nog eens in mijn web-codeer-pen gesprongen. Enkele bemerkingen vooraf, die ook meteen gaan leiden tot mijn nieuwe webgeesteskind :
Voor mij was 2011 het jaar van Spotify, meer bepaald: het jaar dat Spotify ook toegankelijk werd in België. Spotify: de speler waarmee je gratis en legaal naar muziek kunt luisteren, zonder dat je die als dusdanig hoeft te downloaden. Ofwel tolereer je de reclameboodschappen tussendoor, ofwel betaal je een kleine abonnementsprijs waarmee je bovendien albums en playlists kunt bufferen op je smartphone! Meer en overzichtelijkere uitleg vind je in een eerdere blogpost van alhier.
Wij hebben in België fantastische radiostations. En dat zeg ik zonder enige vorm van cynisme. ‘s Morgens staat nog geregeld Studio Brussel op bij mij in de wagen, in het weekend ben ik stapelgek op de programmatie van Radio 1, maar tijdens de voorbije Top 1000-week ben ik ook een paar keer tevreden overgeschakeld naar Radio 2.
Ik ben niet altijd even wild van de presentatoren, zeker bij Studio Brussel is dit het geval.
Ik ben ook niet altijd even wild van de a-rotatie van pakweg Studio Brussel, waarbij bepaalde nummers naar mijn smaak té veel op de radio gedraaid worden. En dan hebben we het over de Milows, Coldplays en Elbows van deze wereld. Maar voor de rest is de muzikale smaak én variatie op ons VRT-radionet meestal zeer goed.
De beste programma’s op de radio? Dat zijn de nachtradio-programma’s: meer variatie, geen irritant gekwetter tussendoor, vaak worden er vergeten pareltjes of totaal onbekende goede nummers opgediept. Ik vind het dan ook vaak oneerlijk dat de beste muziek op de radio lijkt te komen wanneer ik in bed lig (en dat valt me des te sterker op die paar keren dat ik ‘s nachts op baan ben).
En in die optiek verschilt de “ambachtelijke” VRT-radio van het “hi-tech” Spotify: bij die laatste is het vaak enorm zoeken (en dan nog) naar goede playlists, terwijl de VRT-samenstellers daar duidelijk wel kaas van hebben gegeten. Anderzijds: bij “old skool” radio zoals de VRT worden plezante muziekjes vaak onderbroken door een kwetterende stem en kan je een minder leuk nummer niet zomaar doorspoelen, beide in tegenstelling tot Spotify.
Bovendien pakte de VRT uit met een wedstrijd dit najaar: voor geïnteresseerde ontwikkelaars werden heel wat ramen en deuren van de VRT-data opengezet via het web, de vraag was wie er iets leuks mee kon bouwen of mashuppen. En ook de playlists werden op die manier publiek eenvoudig toegankelijk gemaakt. Ik maakte een vreugdedansje, al wist ik nog niet meteen wat ik er mee zou doen.
Het zag er naar uit dat mijn ideeën wel weer zouden wegebben, maar gisteren heb ik mij dan toch achter mijn PC gesmeten. En ik ben beginnen tokkelen. Ik heb een website bij elkaar geknutseld, waarbij de code die-hard werd ingetokkeld in TextPad. Ik zocht rond naar één of ander open-source designjasje, ik beet me vast in de VRT-API’s (ik had eerlijk gezegd nog nooit van Json gehoord), ik bestudeerde de mogelijkheden en openstaande kieren van Spotify.
Na acht uur getokkel en gezucht, na een halve pak Marlboro, na een thermoskan koffie was ik klaar. Omdat radio.dominiek.be zo voor de hand liggend klinkt, heb ik de website maar een funkiere (en al twaalf miljoen keren voorkomende) naam gegeven: Radiofy, een brug tussen de radio en Spotify. Klik gewoon en kijk eens naar die website om te zien waarover het gaat: van vrijwel elke VRT-playlist die de voorbije week op de radio was, kan je voortaan de nummers op Spotify beluisteren, hetzij afzonderlijk (en zo misschien ook meteen het volledige bijhorende album eens opzetten), hetzij als één geïntegreerde Spotify-playlist met alle nummers van de betreffende VRT-radio-playlist.
Ik vind het voorlopig wel OK en heb het dan ook maar ingestuurd als inzending voor de betreffende VRT-mashup-wedstrijd. Als ik win mag ik 2 weken naar San Francisco. Als u goesting hebt om mee te gaan, mag je ‘t nu al laten weten.
Als ik niet win, zou ik dit ook niet erg vinden. Het is een site waar nog heel wat mee kan gebeuren. De playlists van pakweg Q-Music, Joe FM en Nostalgie zouden er nog bij kunnen komen. En 3FM uit Nederland. En mijn favoriete latino-stations LatinSounds.nl en latina.fr. Misschien moet ik niet alleen een link naar Spotify, maar ook eentje naar YouTube voorzien. Zodat je niet alleen individueel de clips kunt bekijken, maar zodat je ook het ganse radioprogramma als één MTV-achtige clipshow kunt bekijken.
We zien wel. Bezie het vooral als mijn nieuwjaarscadeautje voor 2012 aan u. Ik wens de muzieksamenstellers op de radio de komende 12 maanden veel inspiratie toe. En u veel luisterplezier. En ik hoop dat nog heel wat andere kleine zaken, zoals Radiofy, elk van u het volgende jaar gewoon nu en dan efkes content kunnen maken. Meer hoeft dat niet te zijn.
Er zijn zo een paar nummers die zelden op de één of andere radiozender gedraaid worden, maar als ze dan eens passeren dan knal ik steeds loeihard de boxen van mijn radio open. Eden van Hooverphonic is er zo eentje. Al kwam ik vandaag tot de conclusie dat mijn favoriete pump up the volume for 5 minutes songs eigenlijk vaak one hit wonders zijn. Vandaar dat ze zelden gedraaid worden, vandaar dat ze vaak heel uniek en herkenbaar bleven… Mijn top 3 van de dag:
De Spotify-gekte was groots, de afgelopen week. Spotify, de webapplicatie waarmee je uren naar muziek naar keuze kunt zitten luisteren zonder dat je die hoeft te kopen of illegaal te downloaden, werd gelanceerd in België en dit was groot nieuws. Alle kranten schreven er over, de lancering van dit webproduct haalde zelfs moeiteloos de headlines van het radio- en tv-journaal.
Ik ken Spotify inmiddels al een jaar of 2, van toen deze webservice voor het eerst officieel gelanceerd werd in het Verenigd Koninkrijk. In theorie mochten enkel Britten op dat moment beroep doen op deze muziekdienst, al bestonden er ook (niet echt toegestane, maar het werkte wel) omwegen om alsnog vanuit Vlaanderland de Spotify-speler aan de praat te krijgen. Ik was aanvankelijk, bij die lancering, waanzinnig enthousiast over deze muziekdienst, maar algauw ging ik mij de ellende ontzien om telkens weer hacks te moeten vinden om vanop mijn eigen PC aan Spotify te kunnen (om het simpel te stellen: om de 14 dagen had “het systeem” door dat ik eigenlijk toch geen echte Brit was en moest ik dus een nieuwe achterdeur opzoeken).
Naar aanleiding van de lancering van Spotify in België kreeg ik echter door de fijne mensen achter dit initiatief gratis en voor niets een premium-account voor 3 maanden aangeboden zodat ik het nu ten volle zou kunnen testen. Een drietal maand geleden kreeg ik echter, naar aanleiding van een positieve recensie die ik hier neerschreef, een Premium+ jaarabonnement aangeboden op We7, een soortgelijke website waarop er muziek gestreamd wordt/zal worden en waar je met een premium-abonnement heel wat meer mee kunt doen. Ik heb We7 dan ook al een paar maand uitgetest (tot mijn grote tevredenheid), een aantal bugs gerapporteerd en een tevreden klant geworden.
Maar goed, nu is die “echte” grote speler (Spotify) ook naar België gekomen… Een vergelijking tussen de twee diensten dringt zich dus op.
Zoals ik reeds eerder schreef, haalde ik recentelijk het Belpop-boek van Jan Delvaux in huis. En het is een interactief boek. In de zin van: het boek zet continu aan tot het opzoeken van muziek of videoclips on-line, zaken die je al duizend keer hoorde maar nooit op lette of zaken waar je zelfs het fijne niet van af wist.
Zoals de onderstaande videoclip. Als het over “Dans Lex Yeux De Ma Mère” van Arno gaat, denken velen meteen aan de akoestische versie van dit nummer die het vaakst op de radio te horen is of zoals dit op vandaag het vaakst nog door Arno live gespeeld wordt.
Hieronder echter de originele clip van de originele versie van het nummer. Onderstaande clip moet ook ongeveer één van de eerste filmpjes of clips zijn die door Tom Barman van dEUS geregisseerd werden. Meer nog: het piepjonge, twaalfjarige meisje dat in onderstaande clip balanceert op het koord tussen jeugdige onschuld en onverbiddelijke lolita-vamp is niemand minder dan Marie Vinck. U weet wel, die actrice die er inmiddels vrij volgroeid uitziet. Al komt ze ook in onderstaande clip volkomen topless uit de hoek… Op zijn minst “gewaagd” te noemen op die leeftijd, geen idee of dergelijke clips of clipfragmenten op vandaag nog zouden kunnen kunnen of zouden mogen mogen…
Alleen al omwille van ontdekkingen als onderstaande clip: heel straf boek, dat over die eerste 50 Belpop-jaren!
“Kasabian komt naar Rijsel en ik wil die gaan zien!” Met die (of toch zeer gelijkaardige woorden) overtuigde Sarah mij begin 2010 om naar L’Aéronef in Rijsel af te zakken voor “de nieuwste Britse sensatie”. Nu ja, veel overtuigingskracht was er niet nodig, want elk excuus grijp ik meestal aan als een goede reden om ergens een concertje mee te pikken in fijn gezelschap. Al was ik ook wel sceptisch… Hoe lang duurde het al dat de ene na de andere nieuweling uit de U.K. werd opgevoerd als “de nieuwe sensatie”, terwijl concerten mij slechts zelden wisten te overtuigen en we er ook heel uitzonderlijk nog iets van hoorden na hun eerste single? Ik vond Fire, de toenmalige hit van Kasabian, wel plezant zonder echter té laaiend enthousiast te zijn.
Na hun optreden op 13 februari 2010 was ik overtuigd. Al was het ook een heel uitzonderlijk gebeuren. L’Aéronef is een heel plezant klein zaaltje (denk aan de AB in Brussel, ongeveer de helft van de kwaliteit, maar akoestisch en qua bereikbaarheid veel fijner en beter). Kasabian speelde op dat moment in eigen land enkel nog in mega-muziektempels en voetbalstadia in eigen land. Veel Britten hadden het dan ook als een uitzonderlijke buitenkans gezien om Kasabian nog eens “in het klein” aan het werk te kunnen zien (Rijsel ligt nu ook niet zo ver af voor de U.K.-ers), waardoor dat kleine zaaltje met waarschijnlijk 75% Engelanders gevuld was. Zatte Engelse dames stonden te dansen op de toog en zwaaiden/schreeuwden naar het Kasabian-gezelschap, de sfeer was al zeker even uitgelaten als bij een stadionconcert, dié sfeer, dát gebeuren, dié groep in combinatie met dát publiek in die kleine zaal zorgde voor magie. Dit was voor mij één van de beste concerten die ik ooit zag en ik was er ook van overtuigd dat “dat nieuwe groepje” dat ik toen leerde kennen met hun sound, ergens tussen Oasis en Happy Mondays in, inderdaad wel eens een troonopvolger zou kunnen zijn voor het eeuwig bekvechtende Oasis.
Al vreesde ik toen dat ik nooit meer zo een goed concert van deze mannen in zulke ideale en uitzonderlijke omstandigheden mee zou maken…
Dinsdag 1 november 2011
“Heb je geen zin om naar Kasabian te gaan zien op Club 69 in Brussel?” Die vraag stelden de fantastische mensen van Sony mij. En ze stelden dezelfde vraag aan Sarah. Geen seconde hebben we getwijfeld! Anderhalf jaar na ons fantastische Kasabian-avontuur was de groep niet alleen danig gegroeid en hadden ze meer muzikale radiosuccessen gescoord, ook hadden Saar en ik verschrikkelijk lopen balen omdat we hun optreden op Werchter (uitverkocht) en op Pukkelpop (omvergewaaid) hadden gemist. Maar nu kregen we dus de kans om Kasabian alsnog aan het werk te zien in eigen land (ook al staan er niet meteen concerten alhier op het programma)! In een piepklein, snikheet VRT-zaaltje waar nog geen 200 man binnenkon en/of -mocht.
Het was anders. De sfeer was plezant, maar niet zo grandioos als anderhalf jaar geleden in Rijsel. De muziek zelf klonk wel strakker dan ooit tevoren en de band leek er ook zelfzekerder, strakker en geamuseerder te staan dan op datzelfde concert in L’Aéronef. En aangezien het optreden rechtstreeks op Studio Brussel werd uitgezonden (en nu ook op de website van StuBru zelf bekeken/beluisterd kan worden) werd het een Best Of-showcase, aangevuld met de nodige druppels nieuw materiaal.
De set zat goed, de band was enorm goedgeluimd en speelde strak, het kleine zaaltje was tot de nok gevuld, ik ben grandioos uit mijn dak gegaan en mijn oren tuiten nog steeds (de 103 decibels werden ruim overschreden…). Dit feestje was af. Enorme pluim op de hoed voor StuBru en de organisatie van Club 69 (echt waar, het loont de moeite om onder zulke omstandigheden één van je favoriete groepen te kunnen aanschouwen!), een dikke dank-u-wel voor Sony dat ik er bij mocht zijn en vooral: ik heb nu bijzonder veel goesting om Kasabian nog eens te zien op een echt, volwaardig concert. Want stadions en grote concertzalen zorgen toch wel voor een groter meebrul- en feestgehalte.
Kasabian heeft in elk geval alles in huis om een Hele Grote Britse Band te worden!
Ik begin steeds meer een internetmuziekluisteraar te worden. Internetmuziekluisteraar, het lijkt me een bijzonder succesvol woord voor een spelletje scrabble.
Vroeger stond de radio steeds te spelen in Casa Domino, meestal op Studio Brussel of Radio 1. Daar is al ettelijke maanden een eind aan gekomen en daar zijn een paar redenen voor.
De presentatoren. Meer bepaald: de presentatoren van Studio Brussel. Die kunnen soms bijzonder ergerlijk zijn. Met stip op de tweede plaats: Sofie Lemaire en Sam De Bruyn. Als je kaka en pipi zulke fijne concepten vindt, dan mag je er voor mijn part een kunstwerk rond bouwen (zoals Wim Delvoye deed). Het zal me nog steeds niet interesseren, maar het wordt me dan tenminste niet in het gezicht gepusht. Maar de absolute koningin van de irritante presentaties is toch wel Lisa Smolders, de Astrid Bryan van Studio Brussel. Ze kan het niet nalaten om met een bijzonder fout accent continu te laten weten hoe cool en amazing ze de plaatjes en praatjes vindt die ze op de radio laat horen. Een beetje zoals Eddy Wally, eigenlijk.
De repetitiefactor. De radiostations zijn er heel goed in om fijne plaatjes te ontdekken. Om deze plaatjes dan zodanig veel op de radio te laten horen, dat je er na een week al een dégout van hebt. Limit To Your Love van James Blake bijvoorbeeld. De hotshot van Studio Brussel is een perfect concept op dat vlak: een goede nieuwe plaat komt uit en die laten we daarom volgende week om de 2 uur horen. Too much, my dears…
De eenheidsworst. Vroeger zat er nog enige logica in de radiostations: Radio 1 was meer voor de classics en hedendaagse singer/songwriters, Studio Brussel eerder de alternatieve dance en rock, Radio Donna concentreerde zich op Ultratop- en andere popmuziek. Op vandaag lijken de zenders voor 85% dezelfde muzieksamensteller te hebben. Dit wordt het best geïllustreerd op basis van Vox (Radio 1) en De Afrekening (Studio Brussel): twee “hitlijsten van de luisteraar” die wekelijks ongeveer op hetzelfde moment worden uitgezonden. De lijsten lijken steeds meer op elkaar…
De vriendjespolitiek. Ik ken niemand die Milow goed vindt. Ik ken ook geen enkele Vlaamse publieke radiozender (op Klara na dan) die Milow niet om de haverklap draait. Idem in zekere mate met Selah Sue. En indertijd was dat ook zo met K’s Choice. Geen idee hoeveel sponsoring de VRT-radiozenders krijgen van onze lokale platenmaatschappijen of andere promotoren.
Maar vooral: is de klassieke radio nog wel van deze tijd? Klassieke radio is een push-systeem, terwijl we steeds meer over pull-systemen beschikken. De traditionele radiostations proppen je die muziek in de oren waarvan zij het op dat moment een goed idee vinden om het uit te zenden, afgestemd op “het grote publiek” zodat gespecialiseerde of niche-genres nauwelijks aan bod komen. En dit terwijl het via internet steeds makkelijker is om in no time muziek op te halen waar jij (als luisteraar) op dat moment zin in hebt en die het best voldoet aan je stemming of goesting op dat moment.
Voor mijn part mag de traditionele radio heel binnenkort sterven. Al moeten er nog een aantal obstakels overwonnen worden.
Vorig jaar deed Bruce Springsteen heel uitzonderlijk eens een festival aan, namelijk Pinkpop (naar aanleiding van het xste jubileum van het festival). Tijdens dat concert mocht ook Brandon Flowers, de zanger van The Killers die een waanzinnig groot fan is van Bruce Springsteen en die bewondering nooit onder stoelen of banken stak, ook het podium betreden om met de grote Bruce-man een duet te zingen. Van die performance verschenen er – tot mijn grote frustratie – enkel crappy versies op YouTube en soortgelijke video-sites. Ofschoon de Nederlandse televisie Pinkpop jaarlijks grotendeels capteert, is er echter nooit een kwalitatieve clip van dat unieke duet uitgezonden of op een andere manier beschikbaar gesteld.
Een YouTube-gebruiker heeft nu echter zelf een soort van clip gemaakt: hij nam de meest geslaagde audio-track van “Thunder Road” door Bruce & Brandon op Pinkpop en monteerde zelf de verschillende shots (ongetwijfeld voornamelijk geschoten met iPhones en andere multifunctionele telefoontoestellen) tot één heel fijne clip. En weet je, dat is één van de voorbeelden en redenen waarom ik zo gek ben op Tinternet. Collectieve actie + 1 gek die zich met eindredactie en montage bezighoudt = iets unieks. Dit is ook waar bedrijven zich mee zouden moeten bezighouden. Niet “hoe kan ik mijn product zo hard mogelijk gaan pushen via sociale netwerken”. Wel “hoe kan ik kopers, fans en niet-kopers tot actie aanzetten, waarna ik mijn commitment bewijs door iets met hun input te doen en er een straf eindresultaat van te maken”.
Bovenstaand fragment deed mij trouwens enorm denken aan “Awesome, I Fucking Shot That!“, één van de beste concertfilms ooit. In die film wordt een concert van de Beastie Boys in New York gecapteerd, daarvoor kregen 50 fans in het publiek een digitale camcorder in de hand gestopt. Hun opdracht was heel eenvoudig: zorg ervoor dat de camera het ganse optreden blijft draaien, ook als je eventjes niet op het podium gefocust bent. Deze beelden werden vervolgens op de (hoge kwaliteits-)audio-opname gemixt met een waanzinnig straffe concertfilm tot gevolg. Soms blurry, soms trillerig, maar één van de weinig dergelijke films die je daadwerkelijk achterlaat met het gevoel dat je een concert hebt bijgewoond…
Maar goed, op het allereerste clipje van deze blogpost, kwam ik uiteraard YouTube-gewijs terecht naar aanleiding van het spijtige nieuws van het overlijden van Clarence Clemons, de legendarische saxofoonspeler van Springsteen’s E Street Band. De man was even “typerend” voor deze groep (zowel visueel als muzikaal) als Bruce Springsteen zelve, het zou me niet verbazen als dit ook het einde van de E Street Band zou betekenen… Ik hoop dat de band er alvast wel nog mee doorgaat, maar één ding is zeker: een gigantisch muzikaal monument is er niet meer. Al heeft hij wel een fantastische stempel op deze wereldbol achtergelaten.
Er was eens een Frans-Israëlische zangeres. En die nam geregeld mooie liedjes op. Maar geen haan die er naar kraaide. Tot er in 2008 een Amerikaans bedrijf was, bekende van de iPhones, de iPads en andere iPrullaria, dat een liedje van die zangeres in zijn reclamespotje ging gebruiken. Yael Naïm werd in no time een wereldster.
Volgende zaterdag, 18 juni, kan je Yael Naïm helemaal gratis en voor niets gaan bekijken op een marktfestivalletje in Tourcoing (ongeveer 3 minuten van de Belgische grens verwijderd): La Voix Du Rock 2011. Qua concept is dit festival te vergelijken met heel wat Belgische festivals: het is gratis, er komen een aantal (in eigen land) populaire, opkomende of zwaar gehypete Franse bands optreden.
Ik heb de affiche al eens overlopen en, miljaar, we kennen hier in België eigenlijk ongeveer niets meer van wat er zich op de Franse muzikale markt afspeelt, maar er zit daar toch heel wat straf poeder tussen.
Zoals de onderstaande drie :
AaRON, een soort van Franse kruising tussen The National en Coldplay (maar dan wel de authentieke Coldplay uit de beginjaren, met een minder bombastische sound als op vandaag het geval is)
Cocoon, van die indie folk à la Sufjan Stevens en Fairport Convention
En de toch wel bijzonder Brits, denk aan Blur en Bloc Party, klinkende gasten van Skip The Use
O ja, en dan staat er ook nog een Franse groep, die in ‘t Engels speelt, en die Roken Is Dodelijk heet. Ik ben nu al bijzonder benieuwd hoe ze die naam gaan aankondigen. Dolletjes!