El Bistró

Gisteren verscheen naar jaarlijkse traditie een lijst van de 50 beste restaurants ter wereld. Over de posities van de Vlaamse restaurants in deze lijst wordt en werd hier en daar al heel wat bij elkaar geschreven, ik ben vooral ontgoocheld dat El Bistró uit Buenos Aires niet in het lijstje blijkt te staan. Voor mij was dit alvast de meest sensationele eetervaring ooit, zowel culinair als qua sfeer, gezelligheid en uniciteit. De chef van dit restaurant leerde zijn stiel in het Spaanse El Bulli en dat was er op elke manier aan te merken. Wat een waanzinnig lekker avontuur was dat! En vooral: geef toe, op basis van onderstaande foto, dat de uitbaters van dit toprestaurant een uniek universum weten te creëren!

(Deze foto is trouwens maar een heel fragmentarische shot, de overdekte gallerij met rode loper richting dit restaurant was op zijn minst even sensationeel en uniek te noemen… Een absolute must visit voor wie vroeg of laat naar Buenos Aires trekt… Maar wel tijdig reserveren!)

Nu goed, Pujol en Biko (allebei wel in de lijst) lijken mij alvast twee fantastische redenen om vroeg of laat ook eens richting Mexico City te trekken voor een genotsvakantie…

Calla’s

De  beste restaurants, die bezoek je opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Zo verzeilde ik gisterenavond weer in prima gezelschap in Restaurant Calla’s in Aalter, ik denk dat ik er gemiddeld genomen zo één keer per kwartaal ga eten. Niet het goedkoopste restaurant ter wereld, maar wel waanzinnig lekker en origineel en prijs/kwaliteit absoluut de moeite waard. Heerlijk om er telkens terug verrast te worden.

Chef Niels leerde de stiel in het wat wijder vermaarde Aards Paradijs in Merendree, al vind ik dat zijn eigen geesteskind ondertussen de moeder kwalitatief heeft overstegen. En vooral: het is niét omdat het lekker is, dat je te weinig zou krijgen…

Van gisteren herinner ik me in de eerste plaats het waan-zin-ni-ge dessertbordje, waarop de meester des huizes een schilderijtje gemaakt leek te hebben met een waaier aan combinaties van chocolade en bloedsinaasappel, al waren de andere gerechten op de kaart (met ingrediënten die ik vaak nog nooit in huis heb gehaald) al minstens even heerlijke kopstoten.

Absoluut ooit te bezoeken. Door elk van u. Mij kan je er vermoedelijk binnen een maand of 3 ook terug zien binnenfladderen.

Eten in Buenos Aires

Vanavond ga ik eten in Rumbeke, in het Argentijnse grillrestaurant La Brasa. Lottebeest leerde mij dit restaurantje een paar maand geleden kennen bij wijze van verjaardagsdiner en zowel de lokatie als het eten was ronduit goedgekeurd van mijnentwege: heerlijke malse steaks in een rustiek en authentiek decor.

Vanavond trek ik er opnieuw heen, met de fantastische Peter Forret. Naar aanleiding van mijn voorbije trip naar Buenos Aires, zadelde Peter mij op met een aantal ideeën en adressen om tangolessen te gaan volgen in die stad van de passie. Het is dankzij hem dat ik uiteindelijk bij DNI Tango ben beland en er tien uur privé-tangolessen heb gevolgd onder begeleiding van een aantal bloedmooie, supergetalenteerde Argentijnse dames en heren die tevens de wereld rondreizen om hun tangotalenten te demonstreren. Dana, de directrice van de dansschool, speelde zelfs tangodansend mee in de bijzonder goede film The Motorcycle Diaries.

In december trekt Peter zelf richting Buenos Aires en hij kwam bij mij terecht om een aantal tips te bekomen. Hoe kan dit dan ook beter dan in zo een Argentijns parrilla-huis als La Brasa?

Qua culinaria geef ik hem bij deze alvast al graag mijn lijstje mee van de 5 restaurants waar we het lekkerste hebben gegeten, in Buenos Aires…

Lees verder

Chef Chavroux

Radiohead deed het met CD’s, New Europe Tours doet het met gegidste rondleidingen doorheen Europese hoofdsteden (van sublieme kwaliteit)! En nu doet ook Chavroux (u weet wel, die heerlijke geitenkaas die vaak geserveerd wordt in combinatie met Buggles Chips) het – in combinatie met een twaalftal Belgische topchefs – met eten.

Onder de noemer Chef Chavroux lanceerde Chavroux namelijk niet alleen een heel fijne website met allerlei recepten (“wat kan ik nu eigenlijk allemaal met die geitenkaas bereiden?”), maar ook met een bijhorend origineel restaurant-concept. 12 topkoks uit gans België serveren de komende twee weken namelijk gerechten op basis van deze kaas, waarbij je achteraf als restaurantbezoekers zelf en autonoom mag beslissen hoeveel geld je voor de geserveerde maaltijd over hebt. Een aantal van deze toprestaurants zijn tweesterrenrestaurant Pastorale uit Reet en Bistro Refter uit Brugge.

Klant is koning dus. En bij de meeste Belgen gaat de liefde door de maag… haast u dus om één van deze fel gegeerde restauranttafeltjes te reserveren en te smaken wat er allemaal met Chavroux mogelijk is!

Ik ga alvast zelf eens experimenteren in de keuken met de recepten die op diezelfde website in de kijker werden gezet…

Maes Unscene – een feestje

Een tijdje geleden plaatste ik hier een blogpost waarin ik 2 tickets weggeef voor Rock Werchter: één ticket voor de donderdag, eentje voor de vrijdag. De blogpost vind je hier. Je kan nog deelnemen tot aanstaande vrijdag, volgend weekend selecteer ik de winnaars. Een vijftigtal gegadigden stuurden al voorstellen in, de ene al origineler dan de andere. Ik heb al een shortlist van mogelijke winnaars aangelegd, maar uiteraard maak ook jij-jij-jij-jij-jij nog een kans.
Vermoedelijk volgt er dan in juni nog een wedstrijd waarin ik iemand de kans geef om met mij mee te gaan als VIP naar datzelfde Rock Werchter op Werchter-zaterdag. Maar daarover later meer.

Ik hou van verrassingen. Ik deel er zelf graag uit, maar vind het ook plezant om zelf eens een avond te beleven waarvan ik niet precies weet wat er precies staat te gebeuren.

Volgende week zaterdag, 28 mei 2011, zal er zo eentje zijn. Dan organiseert Maes Pils Unscene: een geheimzinnig feestje boordevol verrassingen waarvan men zelfs de locatie niet op voorhand prijsgeeft. Over gans Vlaanderen zullen er 70 bussen klaarstaan, 70 bussen waarop in totaal 3000 mensen kunnen plaatsnemen. Die bussen rijden naar een angstvallig geheim gehouden locatie waar er gefeest zal worden, een feestje waarvan Maes zelf zegt dat het een knoert van een party zal worden, boordevol surprises, waarover je maanden later nog zult spreken.

Tickets voor dit geheimzinnig gebeuren kunnen niet gekocht worden, je kan ze enkel winnen via de Maes Unscene Facebookpagina. Deelnemers en/of winnaars aan deze wedstrijd kunnen in tussentijd beter al wat Maes Pils in huis halen en in grote mate consumeren, want de drankjes moeten die avond betaald worden met kroonkurkjes op de flesjes Maes die je nu in huis kan halen.

Maaaarrrrrrr… Als blogger heb ik 2 VIP PRESS tickets voor dit gebeuren gekregen. Ik mag, met een gezelschap naar keuze, zaterdag aanstaande ook op één van de Maes-bussen stappen, het feestje betreden én krijg toegang tot de pressroom met gratis wifi en gratis drank. Het is dus niet nodig om zelf flessendorpjes bij elkaar te gaan sparen.

Wie zin heeft om mij te vergezellen naar Maes Unscene kan kon dat via onderstaand formulier laten weten. Misschien wel handig om weten: ik heb er voor gekozen om op te stappen in de Maes-bus op de Grote Markt van Izegem. Mijn gezelschap zou dus ook tot daar moeten kunnen geraken (of, als je uit de buurt bent, kom ik je uiteraard graag oppikken).

Nu kan ik alleen maar hopen dat het Maten, Makkers, Maes-imago van dit biermerk ook voldoende dames naar het feestje in kwestie weet te lokken!
Nu ja, aangezien Studio Brussel blijkbaar partner is in de organisatie van dit evenement, vermoed ik dat de muziek en verrassingen ferm in orde zullen zijn. Al is de vraag natuurlijk: zal ook Gunter Lamoot daar opduiken?

Wedstrijd is afgesloten. Ik ga zaterdag aanstaande op stap met de fantastische (maar ook wel de laatste tijd iets te stille, doch bijzonder gelukkige) blogster Georgina. Al is het maar omdat ik hoop dat Maes Unscene ook haar weer tot een fantastische blogpost kan verleiden!

D&L

Hoi, Devos & Lemmens. Jullie hebben dezelfde initialen als ik. Al hebben jullie wel de domeinnaam met die initialen kunnen vastleggen. Smeerlapkes. Maar het is jullie gegund.

Al werkt het natuurlijk wel verwarrend. Als er dan plotseling een domeinnaam met als naam dlbbq.be opduikt, dan denken vrienden en kennissen spontaan “hé, kijk daar, Dominiek heeft weer een domeinnaam vastgelegd om op zijn typische wijze een feestje aan te kondigen middels een website; en deze keer is het een barbecue blijkbaar!”.
Nee nee, gasten, murmel ik dan, ‘t is iets promotioneels van Devos-Lemmens.

Enfin, waar ik toe wou komen: jullie hebben dan wel fantastische sauskes, maar initiaalgewijs hebben jullie het mij op het sausiale internet al vaak knap lastig gemaakt. Jullie worden er dit jaar 125. Ik werd er 35. En mijn initialen zijn D & L. Verdient dat geen barbecue van jullieëntwege? Voor, laat ons zeggen, een man of 35?

Door de droogte is mijn tuin inmiddels toch al naar de knoppen, wat extra getrappel zal daar niets aan verkeerd doen.

Bedankt bij voorbaat hé Devos.
Geiren gedoan, Lemmens.

Wafelman

Om de zoveel tijd komt Wafelman wel eens op TV of in de één of andere Vlaamse krant, meestal in de context van Belgen die het gemaakt hebben in het buitenland of culinaire Belgen als ambassadeurs. Wafelman is die kerel die ettelijke jaren geleden naar New York vertrok om er vanuit een bestelwagentje “authentieke Belgische wafels” te verkopen. Ik vind het heel straf wat die kerel gedaan heeft, er rijden al een hele meute van die wafelkarren door New York en zijn ondernemerschap is zonder enige twijfel succesvol uitgedraaid.

Maar toch, ik vind het iets raars. De wafel als Belgische trots in het buitenland. Eerlijk gezegd: als ik één keer per jaar een wafel eet, zal het veel zijn (meestal op de één of andere festivalweide, helemaal op het eind, als mijn bonnekes op moeten). Ik weet ook niet wat nou precies een wafel Belgisch maakt, dan wel of de Belgische wafels zoveel beter zouden zijn dan de buitenlandse. Vorig jaar, tijdens de Colombia-reis, belandde ik een paar keer in de lokale Crêpes & Waffles-keten en ik at er ook één keertje een wafel. Eentje die aangevuld werd met overheerlijke ambachtelijke ijskreem en Zuiderse vruchten. Heerlijk. Misschien zelfs beter dan een Belgische wafel. Of wacht, neen, de wafel was gewoon-een-wafel. Weinig verschil met de baksels van alhier…

Als ik in New York zou wonen of een langere tijd zou verblijven, en ik heb eens goesting in een snelle hap van bij ons, dan denk ik alsnog dat ik nog steeds niét naar dat wafelkraam zou strompelen… Ik heb er geen voeling mee, het is me zeker niet in via m’n roots ingebakken!

En dus vind ik het vreemd dat één specifiek ander product (nog?) niet zo’n buitenlandse furore heeft gemaakt: het Belgische belegde broodje. Elk dorp, elk gehucht bij ons heeft op vandaag wel zo’n broodjeszaak. En die zaken hebben ook steevast enorm veel succes: lekkere verse broodjes en een breed gamma aan charcuterie, groensel en anderen dei om er tussen te doen. Een meeneemhap die vaak véél lekkerder (en gevarieerder) is dan wat er ‘s middags snel als lunch in andere landen gehaald wordt, of het nou het broodje kroket in Nederland is, dan wel pastel de papas of een paar empanadas in Argentinië.

Naar zo’n lekker vers broodje heb ik wel eens gesmacht in Colombia. En in Argentinië indertijd. Een smoske, een martino, een broodje met zalm en ajuintjes en een klak mayonaise. De eenvoudigste hap die vaak alle inheemse alternatieven in één wip naar huis zou spelen. De hap waar ook buitenlanders die België bezoeken zich al eens graag te goed aan doen (naast de frieten met een frikandel, natuurlijk).
Het enige in het buitenland dat nog enigszins in de buurt komt, zijn de Subway-ketens… Maar geef nou toe, dat is toch enerzijds niet te vreten en anderzijds te duur voor wat het maar is?

Ik ben er van overtuigd dat het een gehaaid succes moet zijn om in een buitenlandse wereldstad (New York! Buenos Aires! Madrid! Berlijn!) met een broodjeszaak van start te gaan. Het enige praktische bezwaar dat ik mij kan indenken, is het probleem dat heel wat buitenlanden minder een brood- en charcuterie-cultuur hebben dan bij ons het geval is: het zou vaak enorm zoeken zijn om de juiste bestanddelen te vinden. Tenzij je alles zelf doet natuurlijk, broodjes bakken en beesten verwerken. Wat het dan weer iets minder praktisch haalbaar maakt.

Maar toch: ik geloof er in. En eigenlijk vind ik het heel vreemd dat ik nog niet van een dergelijke Broodjesbeleggende Belg in het verre buitenland gehoord heb. Niemand zin om het mee te gaan opstarten? In Buenos Aires, Medellin of op het strand van Copacabana?

Pane apero in carrozza

Naar aanleiding van de twee kilo kaas die ik vorige vrijdag van Brugse Kazen kreeg, werd mij gevraagd om er ook eens mee te experimenteren. Er werd gevraagd om eenvoudige gerechtjes die alsnog verder gaan dan blokskes kaas liggen opfretten in de zetel voor den TV. Of zoiets.

Het pakje jonge en halfoude kaas kreeg ondertussen de bestemming Croque Monsieur toegewezen, daar hoef ik vermoedelijk nou niet meteen een plaatje bij te maken. Vandaag ging ik aan de slag met het Broodje Apero in een gerecht dat vermoedelijk nog simpeler te maken is…

Ik ging op zoek naar eenvoudige receptjes, ik ging op zoek naar koken met kaas en ik kwam automatisch uit bij de kookboek van de Italiaanse boerinnen, ook wel De Zilveren Lepel genaamd. Op pagina 997 trof ik daar Gebakken kaasbroodjes aan, maar in ‘t Italiaans klinkt dat allemaal veel schoner: Mozzarella In Carrozza. Maar die Mozzarella verving ik dus door Broodje Apero, een heel lekkere zachte kaas waarin mosterdzaadjes verwerkt werden.

De ingrediënten :

  • 4 sneden brood
  • 150 gram Broodje Apero, in plakjes
  • 2 eieren
  • 175 ml melk
  • bloem
  • 100 ml olijfolie
  • 25 g boter
  • zout

Howto?

Wreed simpel :

  • Beleg de boterhammen met de kaas, bestrooi ze vervolgens met bloem
  • Kluts de eieren en de melk tesamen in een ondiepe kom, geef smaak met een snuifje zout
  • Duw de boterhammen totaal onder in het mengsel, terwijl olijfolie en boter al opstaan
  • Pleur de boterham in de pan, bak 2 minuten aan beide zijden

Ik deed het met volledige boterhammen, die ik achteraf in sandwichmaat sneed. En mijn melkhoeveelheid was een stevige scheut minder dan vooropgesteld. Maar ‘t is verdorie lekker. De uitgesproken mosterdsmaak van het Broodje Apero combineerde overheerlijk met de eismaak.

(En nee, het is niét aangebrand, ik heb gewoon een pokkeslechte foto genomen…)

Cheesy Christmas

Dat ze in Brugge niet zoveel kaas hebben gegeten van voetbal, dat wordt de laatste tijd op pijnlijke wijze bijzonder duidelijk. Van kaas zelf daarentegen…

Naar aanleiding daarvan werd ik gecontacteerd door één van de vele weblog-reclame-agentschappen, of ik het zag zitten om op mijn weblog iets te doen rond de u ongetwijfeld ook bekende Brugse Kazen. En dus kreeg ik een kaasmand in de handen geduwd, met daarin een portie van elk van de kazen die door Belgomilk geproduceerd worden onder het label “Brugge Kaas“.

De klassiekers zaten in de korf (jonge, belegen en oude kaas), maar ook mij totaal onbekende varianten zoals “Brugge Rodenbach” (kaas gerijpt in het Rodenbachbier), “Brugge Prestige” (nog ouder dan de oude kaas, minimum 18 maanden gerijpt) en de romige versies “Brugge Apero” en “Brugge Goud”.

De opdracht die ik meekreeg: doe er iets culinairs mee. Al heb ik voornamelijk zin om ze allemaal te gaan opfretten. Maar goed, ik moet dus nog eens de kookschort voorbinden.

Ik had in elk geval al gedacht aan kaaskroketten van die stokoude Prestige-variant (“Prestigieuze Kaaskroketten”) en ik loop wellicht eens bij ons moeder langs, want die weet de neefjes en nichtjes steevast enorm te verblijden met kaas-en-gehaktballetjes van eigen makelij.

Maar moesten er onder u zijn die zelf suggesties hebben voor heerlijke kaasrecepten: laat ‘t mij gerust weten, dan experimenteer ik er graag op los!

Captain Morgan Private Stock

Het moet gezegd: Colombia was nou niet meteen het land om veel culinairs lekkers mee vandaan te nemen. Toen ik er een maandje geleden vertrok, heb ik weliswaar nog de tax free zone aangedaan, maar het snoepgoed dat ik meenam – gebaseerd op geconfijt fruit en zo, zo blijkt – heeft meer iets weg van astronautenvoeding dan van een delicatesse: ongetwijfeld bijzonder voedzaam, maar na eentje is de goesting al over.

Uiteraard heb ik wel (lekkere) koffie meegenomen van daar, maar wees er maar zeker van dat de Colombiaanse (soms prijzige) koffie die je hier in speciaalzaken kunt krijgen, van veel betere makelij is dan de koffie die ik van ginder meenam.

Nee, het lekkerste dat ik uit Colombia meenam is eigenlijk van Puerto Ricaanse origine, voor zover ik weet helemaal onvindbaar in Belgische winkels, en daar mag voor mijn part een einde aan komen want tegen het einde van de eindejaarsperiode zal mijn voorraad ongetwijfeld op zijn. Ik kocht in de tax-free namelijk twee flessen onvoorstelbaar heerlijke Captain Morgan Private Stock rum.

Ik leerde Captain Morgan een dik jaar geleden kennen, bij een actie van TheInsiders. Toen kreeg ik namelijk een karton met 24 blikjes voorgemengde cocktails opgestuurd: whisky-cola, gin-tonic en consoorten. En daar zat toen ook het mengsel Captain Morgan – cola bij en het moet gezegd: ik was meteen razend enthousiast. En gefrustreerd. Omdat ik die Captain Morgan dus nergens bij ons in de winkels vond.

Bacardi is zo het soort van rum dat ik maar niets vind, het authentiekere Havana Club staat hier wel altijd in de barkast (zowel de bruine als de witte versie) en nu staan er dus ook 2 van die Captain Morgan-flessen te prijken. Het verschil van deze laatste met die andere rum-merken, is dat Captain Morgan verrijkt werd met kruiden en dan nog wel – als ik op mijn smaak mag afgaan – voornamelijk met vanille. Als rum is het OK en giet het veel te makkelijk binnen, in combinatie met bv. Cola is deze godendrank onevenaarbaar: tropisch, zoet, hemels.

Wie het proeven wil: altijd welkom voor een handgemaakte CaptainMorgan/cola. Maar bij deze voornamelijk een oproep aan de producenten: breid jullie distributienetwerk eens uit naar België, hast’n!