Een tiental dagen geleden, stond een vriendelijke dame van Tiense Suiker mij na het werk op te wachten voor mijn thuis. In opdracht van de conversatiestarters kwam ze mij een pakketje afleveren :
Inhoud: 3 confituurpotjes, 3 zakjes Quick & Fruity en een bijhorend kookboekje. Want daar ging het hem net over: Tiense Suiker heeft met deze Quick & Fruity een soort van suiker op de markt gebracht waarmee ie-de-reen – zelfs een onhandige kluns als ik – in een handomdraai heel lekkere en kakelverse confituur kan maken. En de foolproofness van hun product moest dus door uw dienaar uitgetest worden.
Een culinaire tip voor frequente of onregelmatige Brugge-bezoekers: de hapjes en tapas in Cookiescafé zijn onweerstaanbaar lekker. Gisteren geproefd en genoten van kaas- en garnaalbolletjes, onvoorstelbaar lekker gemarineerde ribbetjes en een in de boter gebakken slibtong waarvan ik nu nog zit na te genieten. Ik ga binnenkort terug. Want er stonden nog zoveel hapjes op de kaart die ik proeven wil. En die ribbetjes en tong verdienen voor mijn part ook direct een herhaling.
Redelijk onbekend (zeker voor niet-Bruggelingen), maar een godverdomse aanrader!
Op 22 april gaan we het eens gaan inspecteren. Of Gaëlle zo schoon is als in de boekskes, of Claudio daadwerkelijk zo goed kan koken als Peter Goossens beweerde in Mijn Restaurant II, of er nog steeds volop met pannen pruttelende boter gedreigd wordt. Ik kijk alvast heel hard uit naar mijn eerste etentje in Dell’Anno ooit!
Met dank aan de gulle schenkster van onderstaande verrassing!
Volgende zaterdag trek ik naar Barcamp Ghent. De poll-stemmer in u heeft beslist dat ik er een presentatie ga houden over “Waarom ik niét aan pensioensparen doe.” Daar heb ik al spijt van, maar alas: morgenavond zoek ik er het materiaal voor bij mekaar. En ik hoop ten stelligste dat ik er in slaag om 20 minuten praatvoer bij elkaar te krijgen.
Morgennamiddag ga ik naar de Kerstmarkt in Rijsel. Ik ben er nooit eerder geweest, maar het heeft een zeer goede reputatie qua winkelkraampjes en marktaanbod: niet alleen specialiteiten uit het land van de Ch’tis, maar ook lekkernijen en nice-to-haves uit Oostblok-regionen, Canada en Indiaans Amerika. Ik ga er voornamelijk om heel veel te proeven en om mijn diepvries eens met originele voedingswaren op te vullen. En voor decoratieve spulletjes, want daar staan er nooit genoeg van in huis. En voor een kerststal. En voor cadeautjes. Als er iemand wil helpen dragen: graag, héél graag!
Gisterenavond dacht ik een beslissing gemaakt te hebben. Over een reis voor volgend jaar in de zomer. Ik heb ongelooflijk veel goesting om een drietal weken door Colombia te trekken, een land dat er op foto’s en filmpjes adembenemend uitziet, een land ook dat nog niet vergeven is van toeristen en de bijhorende commerce.
Vandaag ben ik er niet meer zo zeker van. Meermaals kreeg ik de vraag “Ben je je leven al beu, misschien?” voorgeschoteld. Voor velen heeft het land blijkbaar nog steeds een heel kwalijke reputatie op vlak van burgeroorlogen, drugskartels en muterende aliens. Sommige (reis-)websites beweren echter dat het land ook heel wat veilige en bloedmooie regionen heeft om doorheen te trekken.
Vandaar een vraag/oproep: zijn er onder u die mij tips kunnen geven? Kan iemand mij absoluut bevestigen dat het land reiswaardig is, dan wel helemaal af te raden? Iemand die ooit al Colombia bezocht heeft? Of veel beter nog: avonturiers onder u die het ook ronduit zouden zien zitten om door dit onontgonnen stukje Zuid-Amerika te trekken? Wendt u tot het reactieluik!
Dank u wel, Adhese en Carrefour, voor dit lekkere, edele Argentijnse vocht (mij toegestuurd in het kader van Carrefour Wijnfestival 2009). Proeven gebeurt dit weekend, bereidwillige medetesters zijn steeds van harte welkom (en vreest niet, ‘k heb nog lekkere Argentijnse rode wijn in de kelder staan).
Ze weten de laatste tijd wel op mijn zwakke punt in te spelen, die internet-adverteerders. En aldus stopte er de laatste maanden al een paar keer een bestelwagen van De Post voor de deur van Casa Domino met een kartonnen doos vol vloeibare spiritus. En ik zag dat het goed was.
De reclameregie, u weet wel: die mannen die er voor zorgen dat er nu en dan een geanimeerd bannertje in de rechterkolom van deze weblog staat, contacteerde mij afgelopen weekend. Van 23 september tot 11 oktober organiseert Carrefour namelijk haar jaarlijks terugkerende wijnfestival en daarvoor worden ook een paar bloggers als proefkonijnen ingeschakeld. De vraag luidde dan ook naar welk wijntje mijn voorkeur uitging, zodat men mij iets naar eigen smaak zou kunnen opsturen. Laat daar geen twijfel over bestaan: mijn voorkeur gaat voor 100% uit naar Argentijnse. En ook wel een beetje naar Argentijnse wijn, de rode is subliem, de witte en rosé ook heel lekker.
Ik ben dus heel benieuwd wat ik binnenkort in of aan de brievenbus mag verwachten en heb alvast twee kelderruimtes helemaal vrijgemaakt (je weet maar nooit dat ze bijzonder gul zijn, daar bij Adhese en Carrefour).
Maar dit zal dus alcoholcadeautje nummer 3 zijn, een week geleden kreeg ik ook een grote fles Baileys Coffee (vergezeld met 20 sample-flesjes) thuis geleverd en tijdens mijn vakantie in juli werd een doos met 24 blikjes kant-en-klare alcoholmixen op de drempel achtergelaten. Beide werden mij opgestuurd door The Insiders, een relatief gloednieuw internet-concept waarbij de consument wordt ingeschakeld: bedrijven kunnen nieuwe producten lanceren, een paar duizend mensen krijgen er een eerste versie van in de brievenbus en hun taak is te evalueren, hun gedacht te laten horen en via mond-aan-mond-reclame vrienden en vijanden over dit product te informeren. En uiteraard kan ook u deel uitmaken van deze test- en proefgemeenschap, al zijn er u inmiddels wel al een 35.000 voor.
Bij wijze van repetitie en in afwachting van volgend weekend, heb ik deze week al eens gestemd. Op Restaurant Dell’anno. Ik weet (en vrees er enigszins voor) dat vele TV-kijkers dit restaurant gaan afrekenen op het driftkikkergedrag van Claudio, maar in mijn ogen is het wel een echte chef en staat het Kortrijkse restaurant er volkomen door zijn culinaire creaties en de fraaie élégance van zijn partner Gaëlle in de zaal.
Topkoks zijn per definitie driftkikkers. Het schijnt dat het ook bijzonder moeilijk (tot onmogelijk) samenwerken is met andere toppers zoals Peter Goossens zelve en Ferran Adrià (van El Bulli): creatieve mensen die volledig opgaan in hun gave en vrij onevenaarbare kook- en creatietalent, mensen die furieus kunnen worden als ze gestoord worden tijdens de één of andere nieuwe uitvinding, gasten die enigszins sociaal gehandicapt zijn in hun keuken omdat ze er continu het gevoel hebben voor de voeten gelopen te worden door assistenten waarvan ze het idee hebben dat die niet even gedreven of almachtig zijn.
Een goed voorbeeld op dat vlak: jonge koks die in Het Hof Van Cleve gaan werken (om ervaring op te doen) werken er voor minder dan het minimumloon. Omdat, aldus Goossens, de ervaring die ze daar opdoen een investering is in hun CV en op termijn voor hogere lonen en grotere kansen kan zorgen. Het is er dan ook een duiventil: weinig jonge keukentalenten blijven er lang plakken en dat is ook de reden waarom ‘t Hof Van Cleve bij zovelen op het curriculum staat te prijken.
Peter Goossens staat trouwens zelf bijzonder weinig in de keuken van zijn eigenste toprestaurant: niet alleen omdat hij bijzonder veel schnabbels en TV-optredens moet verzorgen, maar ook omdat hij het dus in het keukenkiekenkot bijzonder moeilijk heeft als “creatief kookgenie”. Hij verblijft ergens in een bureaucratische kooi in het restaurant, waar hij één maal per week uit afdaalt. Om het keukenpersoneel nieuwe uitvindingen en plats te demonstreren. Hij toont hoe het moet, daarna moet het personeel tonen dat ze het meteen begrepen hebben. Vanaf dan volgt Goossens de keukenavonturen vanuit zijn bureau op een aantal grote schermen, want de keuken hangt vol camera’s.
Maar hij gaat achteraf uiteraard wel handjes schudden met de rijkelui die kwamen eten.
Zo zie ik Claudio van dell’Anno dus ook: geniaal in zijn vakgebied, koken vanuit een onderbuik en met een spontaniteit zoals wij dagdagelijks ademen, net daardoor sociaal problematisch en bijzonder excentriek. Awel ja, dat is een chefkok die heerlijke schotels kan tevoorschijn toveren en is dat niet waarvoor mensen op restaurant gaan? Om zich te laten overvallen door heerlijks dat ze zelf geenszins kunnen fabriceren? Ik ben fan van Claudio en Gaëlle en heb daarom voor het eerst in lange tijd de rode knop van mijn afstandsbediening beroerd.
Als al het keukenpersoneel in dell’Anno zou weglopen, ben ik er zeker van dat er in een mum van tijd een nieuwe resem vrijwilligers zich zou aanmelden om de gevallen leemtes op te vullen en ben ik er al evenzeer van overtuigd dat de kookkunsten van Claudio in stand gehouden zouden worden: hij is de leider, hij weet hoe de zaken bereid moeten worden, zijn stempel zou op de kookkunst gedrukt blijven worden.
Dat kan niet gezegd worden van hun medefinalist-concurrenten van Bigarreaux uit Sint-Truiden. Okee, daar is het groepsgevoel bijzonder fijn, maar de zaak staat of valt er met het “ingehuurde personeel”. Zowel op vlak van zaalbediening als in de keuken. En dat is bijzonder gevaarlijk: niet alleen is de marktwaarde van de aanwezige souschef en zaalchef enorm toegenomen (en zullen ze dus zeer gegeerd zijn op de horeca-markt), maar elk klein dispuut kan er voor zorgen dat één van deze “ondergeschikte” schakels het restaurantsbedrijf gaat verlaten. En dat zou diepe wonden nalaten op de kwaliteit van het restaurant zelf, dit restaurant zou er (inhoudelijk en vormelijk) binnen afzienbare tijd wel eens heel anders kunnen uitzien, dit kan beter zijn, dit kan ook heel wat slechter zijn. Weinig genialiteit, eerder collegiale gezapigheid met een mooi resultaat uit groepswerk dat hopelijk een lang leven beschoren is.
Bovendien: ik vind die Ann van Bigarreaux maar een “valse toffe”. Ze is een typische vrouw: opportunistisch, gaat toch nu en dan katgewijs haar klauwen uitsteken in de richting van het gezicht van anderen, haar oprechtheid en eerlijkheid lijkt me op momenten té gespeeld. Zij zou er in elk geval eentje zijn waar ik niet graag mee zou samenwerken, omdat ik me continu zou lopen afvragen “of ze nou eerlijk was en het ook zo bedoelde, of als ze weer gewoon één of ander trucje uithaalde”. Haar masker viel een paar keer af tijdens de halve finale, waar ze bitchgewijs reclame ging voeren voor de deur en in het restaurant van de concurrentie… Heel flauw eigenlijk.
Geef me dan maar Claudio die misschien wel onaangepast en grof uit de hoek kan komen, maar waarvan iedereen duidelijk weet hoe hij in elkaar zit en men zich daartegen kan wapenen.
En vooral: ik hoop deze zomer eens in dell’Anno te kunnen gaan eten! Ik hoop dus dat mijn stem heeft kunnen helpen om het restaurant minstens een jaar langer te laten open blijven.
Onder invloed van de zomer, die nu pas echt in ‘t land lijkt, ging ‘k deze morgen een blender kopen. Eentje waarmee ik van plan ben de volgende maanden massa’s smoothies, milkshakes, cocktails en diverse sausjes te fabriceren. Het is een Krups geworden, want die had ook de mogelijkheid om ice te crunchen, voor mojito’s en zo.
De autist in mij haalde meteen het toestel uit de doos, gaf het meteen een grondige schrobbeurt en verdiepte zich in de bijgevoegde lectuur, aka de handleiding.
Hoe zat dat nou eigenlijk met die ijsblokjes? Nou, heel eenvoudig…
Ha okee, wreed simpel dus… Of wacht nee, voor de zekerheid toch nog efkes verderlezen. Je weet maar nooit dat ze met uitzonderingen afkomen… Hé, heuh?
Ja lap, hier zit ik nu dus. Met een toestel waarvan ik niet weet of ik het mag gebruiken waarvoor ik het eigenlijk gekocht heb… Straks dus nog een hamer gaan kopen. Om ijsschilfers te maken in één beweging.
:: update :: Inmiddels in de mailbox :
We bevestigen dat dit toestel geschikt is om ijs te verbrijzelen mits het gebruik van de funktie “ice crushing”. Gelieve wel met kleine inpulsies te werken en niet meer dan een klein tiental blokjes in één keer te crushen.
We danken U voor uw opmerking en zullen deze aan desbetreffende persoon doorgeven om in de toekomst de gebruiksaanwijzing aan te passen.
“Uwe verjaardag, da kun je 365 dagen aan een stuk vieren,” zo dacht ik bij mezelven. Een bijzonder sullige gedachte, ik weet het, maar wel het perfecte excuus om niet met een groepsfeestje uit te pakken waar je uiteindelijk toch maar de ganse avond moet werken, drank aanvoeren, chips bijvullen en nachosaus voorkauwen (want ja, beste vrienden, het voorkauwen is de geheime factor achter het succes van mijn legendarische heerlijk dampende kaas- en andere sauzen).
Neeje, dan ga ik liever de weken/maanden die volgen op m’n verjaardag zelf eens heel lekker uit eten met vrienden, maten en andere aliens die toevallig mijn levenspad pleegden te kruisen. Vrijdag was het van dattem, met vriend Nick en vriendin Sarah een avondje heel uitgebreid gaan bijpraten, -drinken en -smoefelen in een nog redelijk nieuwe tapasbar in Roeselare, Barcelo geheten. Awel, ‘t was lekker, ‘t was heel-heel-heel lekker. We kozen voor het uitgebreide assortiment onder de noemer “tapasfestival met dessertbordje”, wat stond voor :
Een groot teljoor met koude tapas. Van salami’tjes, kazekes en olijven tot nacho’s met geitenkaas+honing als dipsaus, met zalmtoestanden gevulde tortilla’s, opgevulde paprika’s, zongedroogde tomaatjes, k-e-i-v-e-r-s-e broodjes daarbij. Sterke opener!
Soep. Lekkere soep. Met superveel tomaten der in, dat smaakt ne mens zó!
Een groot teljoor met warme tapas. Quiche, ratatouille, vleesballekes met kaneel die een heel intelligente naam hadden, kippeboutjes. En nog meer, maar ‘k ben ‘t al vergeten eigenlijk.
Een groot teljoor boordevol lekkere ijskreem, taartjes en de heerlijkste chocolademousse in jaren. Citroentaart is niet zo lekker, maar van die authentieke Italiaanse chocoladetaart compenseerde dat ruimschoots. Om nog maar van de nougat- en speculoos-ijskreem te zwijgen.
En bijzonder lekkere Zuid-Afrikaanse wijn. En andere alcoholhoudende dranken. En een serveuse die twee bijzonder mooie talenten heeft. Om nog maar te zwijgen over haar ogen. En een bekende voetballer aan het tafeltje naast ons. En een sp.a-politica aan een ander tafeltje. En de patrons die heel gezellig een praatje kwamen maken aan tafel. En een serveuse met twee bijzonder mooie talenten, or did I mention that already?
Neem pen en papier en noteer: Barcelo. Een aanrader, een absoluut toprestaurantje tussen de muren van een ex-fabrieksgebouw. Verwacht er geen “supertropische tapas met fusion-zaken die je nog nergens at en zeker zelf niet kunt maken”. Verwacht voornamelijk een zeer gezellige zaak, een heel lekker en uitgebreid assortiment (ik en Nick zijn bijzonder goede eters, maar we zaten v-o-l op het einde) tegen een fantastisch aanvaardbare prijs (25€ pp. voor het tapasfestival + desserts, drank excl.), verwacht een heel uitgelaten sfeer. Allez ja, een beetje zoals op de echte ramblas dus.
En verjaardagscadeaugewijs (want ja, dat is ‘t voordeel van het niet op één dag te vieren: cadeautjes het ganse jaar door!) speelden mijn maatjes (onder meer) in op twee grote passies van de grote Domi-man: koken en Zuid-Amerika. Heb ik jullie al gezegd dat ik de beste vrienden heb van de ganse wereld? Ha!