Gisteren had ik ex-collega en maatje Gunther van Incounseling op bezoek. Lekker gegeten, lekker gedronken, bijzonder goed gebabbeld over de kleine en grote dingen in het leven. Grappige anekdotes en zware overpeinzingen over het dagdagelijkse, het werk, de liefde en de toekomst.
“Jij bent een Verkenner/Regelaar,” zei hij tegen me. Het was in een context dat liefde iets bijna puur chemisch/biologisch is. Mensen geloven vaak te hard in toeval en “die ene ware ontmoeten”, terwijl het vaak gewoon keihard biologisch werd meegegeven en we allemaal op de één of andere manier voorbestemd zijn.
Bron van dergelijke studies: dr. Helen Fisher, na dit tekstje gelezen te hebben moest ik Gunther gelijk geven. Ik ben een verkenner/regelaar.
Stel dat de theorie van dr. Fisher klopt, stel dat er duidelijke, eenvoudige (meetbare) factoren of indicatoren zijn die bepalend zijn hoe iemand in elkaar zit, die bepalen welke twee mensen qua persoonlijkheden voor knetterende chemie zouden zorgen, waarom wordt daar dan zo weinig mee gedaan? Waarom lopen er dan steeds meer singles rond met de illusie dat ze vrij kunnen en zullen kiezen met wie ze de rest van hun leven willen spenderen?
Als de theorie echter zou kloppen, dan kan ik alleen maar zeggen: single dames en heren, hou jullie vast bij jullie bretellen, the love doctor is een aantal plannetjes aan het smeden…


