Tango in Buenos Aires

O jee. Bij deze is uw dienaar vanavond, en het zal wel voor de rest van de week zijn, vervuld van heimwee, nostalgie en zin om terug te keren naar Buenos Aires. Tangopartner en reisgezel Carmen stuurde mij namelijk onderstaand filmpje door: een heel fijne muzikale montage van beelden die werden opgenomen in DNI Tango, de dansschool waar we een paar maand geleden verbleven en waar onze tangokennis en -kunde stevig werd bijgespijkerd. Vrijwel alle leerkrachten waar we les van kregen en/of practica mee dansten passeren de revue. En als u vindt dat de school toch wel vrij veel wegheeft van de dansschool uit Fame, dan kan ik u alleen maar gelijk geven…

O ja, en op aanraden van Twitteraarster @JadisNoir zal ik in de loop van december 2 tango-dans-avondjes veilen ten voordele van Music For Life. Zowel totale leken, die graag de eerste pasjes willen leren kennen, als voor gevorderden die gewoon efkes willen gaan dansen. Zelf ben ik nog geen specialist, maar na 2 lesjaren zou ik toch al voor enige diversiteit mogen kunnen zorgen op de dansvloer…

Een hotel in Barcelona zoeken…

Ja, ik denk dat ik mezelf een Hispanofiel mag noemen. Ik luister heel graag naar de Spaanse taal (al begrijp ik er nog veel te weinig van en spreek ik het eigenlijk helemaal niet goed), ik ben stapelgek op de Spaanstalige wereld (waarvan mijn reizen naar Colombia en Argentinië zowel oorzaak als gevolg zijn), ik ga helemaal overstag voor de Spaanse cultuur (literatuur, films en muziek… zelfs de platte reggaéton en soortgelijke toestanden).

Maar ik moet iets bekennen… Ik ben nog nooit naar Spanje op reis geweest. Wacht, ik moet mezelf corrigeren: ik heb nog nooit een Spaanse wereldstad als Barcelona of Madrid bezocht. En daar maar ik de volgende zomer misschien toch maar eens werk van.

Een jaar of 10 geleden was ik namelijk wél al in Spanje, maar toen was dit puur voor een avonturenvakantie in het niemandsdorpje Graus in de Spaanse pyreneeën. Het weekmenu toen bestond uit rafting, canyoning, puenting, quadrijden, downhill sjezen met een mountainbike, paintballen en soortgelijken. En ‘s avonds aten we Spaans. Veel tapas. Heerlijke tapas. Het was toen mijn eerste kennismaking met authentieke Spaanse tapas, en dat smaakte zonder enige twijfel naar meer.

Van Madrid ken ik dan weer enkel de luchthaven. Bijna steevast een tussenlandingsplaats indien ik geen rechtstreeks vlucht naar Zuid-Amerika kon versieren.

Ik denk dat ik in juni of september 2012 maar eens naar Barcelona trek. Moest iemand tips hebben voor een hotel in Barcelona (of een bed & breakfast of zo), dan mag dat alvast in de comments gegooid worden. Qua Things To Do floepen er alvast heel wat zaken mijn hoofd binnen. La Rambla bijvoorbeeld. En de erfenissen van Gaudí. Het Picasso-museum. En tapas en pintxo’s. En mooi warm weer. En mooie warme mensen. En mooie warme muziek. Ja, vooral veel muziek!

Tips bijzonder welgekomen.

U kan mij uiteraard ook proberen te overtuigen waarom Madrid beter is dan Barcelona. Van de M-stad kan ik mij namelijk bijzonder weinig voorstellen…

Kick-ass one hit wonders

Er zijn zo een paar nummers die zelden op de één of andere radiozender gedraaid worden, maar als ze dan eens passeren dan knal ik steeds loeihard de boxen van mijn radio open. Eden van Hooverphonic is er zo eentje. Al kwam ik vandaag tot de conclusie dat mijn favoriete pump up the volume for 5 minutes songs eigenlijk vaak one hit wonders zijn. Vandaar dat ze zelden gedraaid worden, vandaar dat ze vaak heel uniek en herkenbaar bleven… Mijn top 3 van de dag:

 

Ons hotel in Lissabon…

… trok op niet veel, maar al de rest was dik de max!

Ik heb sinds vorige week een nieuwe werkgever die ietsje verder gelegen is dan de vorige. Dus zit ik elke ochtend en avond ongeveer een kwartiertje langer in de wagen. Nu ja, een dik half uur transport vind ik nog steeds wreed meevallen.

Maar dat betekent dus ook dat ik elke dag wat meer in mijmermodus ben, want tijdens een routinematig wordende autorit kan een mens maar drie zaken doen (en liefst alle drie tegelijkertijd): naar muziek luisteren, opletten voor andere openbarewegbeesten en nadenken over wat was, wat is en wat zou kunnen zijn.

En één van die mijmerbeurten bracht mij op de businesstrip die ik met Epic Nic een paar jaar geleden ondernam en die ons naar Portugal leidde. Het hoe, waarom en what the fuck zou ons te ver leiden, maar laat ons zeggen dat we het bijzonder getroffen hadden in een residentiële villa met prima kokend personeel ergens in the middle of nowhere. Er was wel een strand in de buurt.

Maar goed, we wilden toch ook efkes de hoofdstad gezien hebben. Lissabon dus. Velen hadden mij de tip gegeven om een hotel vast te leggen via Booking.com, dus ging ik daar op zoek naar “hotel Lissabon“. Ik heb er geen flauw benul meer van welk hotel ik daar finaal geboekt had, maar het was een ons niet echt meegevallen…

Doch afijn. Lissabon dus. De stad. Ik vond het maar povertjes, ik vond het weinig bruisend, het enige dat op een wereldstad wees waren :

  • Het immense Jezusbeeld aan de baai
  • Een voortreffelijk Argentijns restaurant waar Epic Nic en ikzelve te veel Malbec uit Mendoza gedronken hebben
  • Honderden dealers die ons op straat kwamen lastigvallen met een resem hard drugs
  • Een Hard Rock Café

En dat laatste zorgde toch wel voor een hoogtepunt van onze Lissabon-trip. We leerden er de Alabama Slammer kennen in het gezelschap van Twitteraar SirWard die toen ook toevallig in Lissabon een weekje was komen uitwaaien. Wat er voor zorgde dat ik nadien ben beginnen afpingelen bij een straatverkoper en uiteindelijk ongetwijfeld toch nog steeds veel te veel betaald heb voor een fake-lederen afbeeldje. En dat we in een taxi stapten, zonder precies te weten waar ons hotel lag of hoe het heette.

De koppijn ‘s anderendaags was memorabel. Onze houten kop was zonder enige twijfel harder dan de geserveerde croissants.

Maar het moet gezegd: Lissabon heeft toentertijd bijzonder weinig indruk gemaakt op mij. Of verbleven we gewoon keihard in de verkeerde buurt? Kan u mij één of meerdere goede redenen geven om alsnog nog eens naar Lissabon te trekken?

Stromende audio

De Spotify-gekte was groots, de afgelopen week. Spotify, de webapplicatie waarmee je uren naar muziek naar keuze kunt zitten luisteren zonder dat je die hoeft te kopen of illegaal te downloaden, werd gelanceerd in België en dit was groot nieuws. Alle kranten schreven er over, de lancering van dit webproduct haalde zelfs moeiteloos de headlines van het radio- en tv-journaal.

Ik ken Spotify inmiddels al een jaar of 2, van toen deze webservice voor het eerst officieel gelanceerd werd in het Verenigd Koninkrijk. In theorie mochten enkel Britten op dat moment beroep doen op deze muziekdienst, al bestonden er ook (niet echt toegestane, maar het werkte wel) omwegen om alsnog vanuit Vlaanderland de Spotify-speler  aan de praat te krijgen.
Ik was aanvankelijk, bij die lancering, waanzinnig enthousiast over deze muziekdienst, maar algauw ging ik mij de ellende ontzien om telkens weer hacks te moeten vinden om vanop mijn eigen PC aan Spotify te kunnen (om het simpel te stellen: om de 14 dagen had “het systeem” door dat ik eigenlijk toch geen echte Brit was en moest ik dus een nieuwe achterdeur opzoeken).

Naar aanleiding van de lancering van Spotify in België kreeg ik echter door de fijne mensen achter dit initiatief gratis en voor niets een premium-account voor 3 maanden aangeboden zodat ik het nu ten volle zou kunnen testen.
Een drietal maand geleden kreeg ik echter, naar aanleiding van een positieve recensie die ik hier neerschreef, een Premium+ jaarabonnement aangeboden op We7, een soortgelijke website waarop er muziek gestreamd wordt/zal worden en waar je met een premium-abonnement heel wat meer mee kunt doen. Ik heb We7 dan ook al een paar maand uitgetest (tot mijn grote tevredenheid), een aantal bugs gerapporteerd en een tevreden klant geworden.

Maar goed, nu is die “echte” grote speler (Spotify) ook naar België gekomen… Een vergelijking tussen de twee diensten dringt zich dus op.

Lees verder

Arno, Tom en Marie

Zoals ik reeds eerder schreef, haalde ik recentelijk het Belpop-boek van Jan Delvaux in huis. En het is een interactief boek. In de zin van: het boek zet continu aan tot het opzoeken van muziek of videoclips on-line, zaken die je al duizend keer hoorde maar nooit op lette of zaken waar je zelfs het fijne niet van af wist.

Zoals de onderstaande videoclip. Als het over “Dans Lex Yeux De Ma Mère” van Arno gaat, denken velen meteen aan de akoestische versie van dit nummer die het vaakst op de radio te horen is of zoals dit op vandaag het vaakst nog door Arno live gespeeld wordt.

Hieronder echter de originele clip van de originele versie van het nummer. Onderstaande clip moet ook ongeveer één van de eerste filmpjes of clips zijn die door Tom Barman van dEUS geregisseerd werden. Meer nog: het piepjonge, twaalfjarige meisje dat in onderstaande clip balanceert op het koord tussen jeugdige onschuld en onverbiddelijke lolita-vamp is niemand minder dan Marie Vinck. U weet wel, die actrice die er inmiddels vrij volgroeid uitziet. Al komt ze ook in onderstaande clip volkomen topless uit de hoek… Op zijn minst “gewaagd” te noemen op die leeftijd, geen idee of dergelijke clips of clipfragmenten op vandaag nog zouden kunnen kunnen of zouden mogen mogen…

Alleen al omwille van ontdekkingen als onderstaande clip: heel straf boek, dat over die eerste 50 Belpop-jaren!

Arno – Les yeux de ma Mère - door joharno-eddy

Busstroken

Ik denk dat het een hype is die een jaar of 4 geleden ontstond. Plotseling doken er overal, in elke stad, in elk dorp, busstroken op. Voor zoverre je het op-dui-ken kunt noemen: er werd vaak op een bestaande rijstrook gewoon de letters BUS gespoten (of, in het geval van dyslectische wegenwerkers, BSU), soms werd er al eens geopteerd om wat paaltjes langs die herbenoemde strook in de weg te slaan en daar bleef het bij.

Een goede week geleden is er in mijn dorp een dodelijk ongeval gebeurd van een voetganger die opgeschept werd door een wagen die op een busstrook reed.

Vandaag rapporteerde het radionieuws dat er dagelijks een 45-tal automobilisten per dag beboet worden in Brussel omdat ze op een tram- of busstrook reden.

Die busstroken werden gelegd, maar ofwel heb ik het gemist, ofwel werd er nooit echt uitgelegd wat er verboden of toegelaten is op zo een busrijstrook. Ik zie er nooit bordjes bij staan dat het “verboden is om op die strook te rijden met je auto”. In artikel 72.6 in de wegcode staat:

De andere voertuigen mogen de bijzondere overrijdbare bedding dwarsen om een parkeerplaats gelegen langs deze bedding in te nemen of te verlaten of een eigendom op te rijden of te verlaten en op kruispunten.

Zij mogen hierop niet rijden behalve om omheen een hindernis op de rijbaan te rijden.

Betekent dit dat ik mag voorsorteren op een busstrook als ik een zijstraat (100 meter verder) zal moeten inrijden of op een kruispunt zal moeten afslaan? Of moet ik op de gewone rijweg blijven tot op het kruispunt zelf en dan pas die busstrook dwarsen? En was is een hindernis? Als er file is op de gewone rijstrook, mag ik dan op de busstrook rijden om die hindernis te vermijden?

Dat ze eerst eens wat duidelijker leren zijn in hun wetteksten, dat ze eerst eens duidelijker communiceren in plaats van busstroken te zien als een makkelijke manier om boetegewijs de staatskas te spijzen. Of moeten er nog meer dodelijke slachtoffers vallen? Ik zou er geen enkel probleem mee hebben indien elke busstrook gepaard zou gaan met een verkeersbord “verboden voor gewone wagens en vrachtwagens”. Maar dan zou er tenminste duidelijkheid zijn.

Belpop & Het Hoorcollege

Ik lees de laatste maanden meer boeken dan ooit tevoren. En dat is aan 2 zaken te wijten. Eerst en vooral aan mijn iPad. Wat anderen er ook van mogen beweren: ik lees bijzonder graag boeken op de iPad, heb nog maar weinig nostalgie naar het knisperende papier met de geur van versgeslagen inkt en ik vind het geenszins lastiger om boeken van een tabletscherm te lezen dan van klassiek papier.

Meer nog: dankzij mijn iPad (die ik vrijwel altijd mee heb als ik ergens heen trek) heb ik altijd een stapel van een dertigtal ongelezen boeken bij mij: eentje voor elke mogelijke gemoedstoestand. Met papieren kloefers zou dit niet al te makkelijk doenbaar zijn.

De tweede reden gaat met die iPad gepaard: de hoeveelheid elektronische boeken (.epub-bestanden) die je gratis, misschien niet helemaal wettelijk maar wel bijzonderlijk makkelijk en snel, op internet kunt vinden en downloaden begint gigantische proporties aan te nemen. Op vandaag staan er een 6500-tal Nederlandstalige romans (zowel fictie als non-fictie) op het wereldwijde web te vinden, waaronder ook bestsellers van de voorbije maanden zoals Congo, Haar Naam Was Sarah, We Moeten Het Even Over Kevin Hebben, Voor ik ga slapen, het verzamelde werk van Karen Slaughter, David Baldacci, Lee Child, Pieter Aspe, Deflo en John Grisham, … De één of andere onverlaat gooit bovendien maandelijks op een niet nader vernoemde website een nieuw pakket met 200 Nederlandstalige (zowel originele als vertalingen) romans on-line.

De boekenindustrie laat zich duidelijk op een zelfde manier verschalken als de muziek- en filmindustrie weleer deed, ook al doet die industrie nog steeds keihard alsof hun neus bloedt. De uitbater van een Standaard Boekhandel uit de buurt doet nog steeds telkens lacherig als ik over de iPad begin. “Mensen gaan geen elektronische boeken kopen,” zegt hij dan, “papier met inkt is onvervangbaar”.

Ik ging dan ook niét naar de boekenbeurs dit jaar. Waarom zou ik boeken kopen als er zoveel goede lectuur gratis te vinden is die ik nog niet gelezen heb? Waarom zou ik mij in een zaal vol zweterige mensen met luidruchtige kinderen murwen als ik die boeken gewoon thuis kan ophalen? Waarom zou ik respect hebben voor een sector die the crowd duidelijk lijkt te onderschatten en die in plaats van te luisteren liever hoog op een ivoren sokkel gaat zitten?

Nu goed, als er goede producten op de markt komen, koop ik die wel. Door de gratis zondvloed aan epubs ligt mijn verwachtingsniveau vrij hoog. Maar nu en dan komen er nog steeds boeken uit dat dit niveau overstijgt, waar ik dan ook enorm benieuwd naar ben en die ik dan ook zonder veel morren en met veel graagte in de boekhandel ga oppikken.

Deze week heb ik twee boeken gekocht.

 Ik ben fan van Jan Delvaux, de schrijver van dit boek die ongetwijfeld ook de grootste Belpopkenner ooit is. Hij etaleert zijn kennis vaak in allerlei programma’s op Radio 1 en is medewerker aan het TV-programma Belpop op Canvas (het enige programma op TV dat ik vandaag de dag écht volg). Okee, en ik hou van de Belgische muziek in de breedste zin van het woord: van Raymond Van Het Groenewoud tot Channel Zero en van Rocco Granata tot 2 Many DJ’s.

In dit boek vertelt Delvaux op heel leuke en anekdotische wijze een hele resem verhalen uit “de eerste vijftig jaar van de Belpop”, van 1960 tot 2010 dus. Het is een lijvig boek, met heel veel foto’s en soortgelijk beeldmateriaal. En met fijne verhalen. Zo las ik al dat de vader van één van de jongens van Daft Punk dit nummer van Will Tura geschreven heeft, waardoor Will Tura steevast op de gastenlijst van Daft Punk zelve staat als ze naar ons land komen.

En wist je dat de tune van Sesamstraat van Belgische makelij is, van de hand van Toots Thielemans? Of dat Metallica ooit 4 avonden na elkaar opgetreden heeft in zaal Maecke Blyde in Poperinge (de setlist van toen staat hier)?

Belpop, het boek is zoals Belpop, het tv-programma: heel veel citaten, heel anekdotisch, boordevol verrassingen. Ik heb er al aan gesnoven en kijk er naar uit om het helemaal te verorberen.

 

Bovenstaande vrouw is dan weer het bewijs dat het in deze wereld niet eerlijk verdeeld is: ze is bloedmooi, waanzinnig intelligent, filosofe, model, cabaretzangeres, creatief denker, blogster, geek en – aldus heel wat critici en recensenten – één van de meest beloftevolle schrijfsters ter wereld. Het literaire tijdschrift Granta riep haar uit tot een van de beste jonge Spaanstalige auteurs van het moment (en het Spaanstalige gebied is wreed groot), de krant El Mundo riep haar debuutroman Las Teorías Salvajes uit tot “één van de eerste klassiekers van de eenentwintigste eeuw”.

Dit debuut van deze Argentijnse, Pola Oloixarac, kwam al uit in 2008, maar verscheen nu pas in Nederlandse vertaling als “Het hoorcollege“. De ondertitel van het boek luidt Seks, drugs en filosofie in Buenos Aires en de roman speelt zich af aan de filosofiefaculteit van de Universiteit van Buenos Aires. Sleutelelementen: onuitstaanbare medestudenten, seks, drugs en het plan om Google Earth te hacken.

Bij het eerste doorbladeren: ook een vreemd boek. Soms worden hoofdstukken op academische wijze onderverdeeld in sub-hoofdstukken (2.1, 2.2, …), passages en zinsneden staan doorstreept in dit boek, er komen wiskundige formules en prentjes in voor, voetnoten en poëtische passages… Het boekt lijkt op één grote literaire collage. Ik ben benieuwd!

Ik lees veel boeken, heel veel boeken de laatste tijd. En dat ben ik van plan te blijven doen. Vooral op de iPad. Maar origineel materiaal, daar laat ik mij graag door verrassen. En dan ga ik dat kopen in de winkel. Meer nog: dan voer ik daar graag een promopraatje over op m’n blog.

Want weet je: eigenlijk geef ik liever geld uit aan zaken die mij helemaal uit mijn sokken blazen, dan dat ik gratis kan genieten van massaproductie. Dat is niet alleen zo voor boeken, maar ook voor muziek, films, eten, culturele evenementen. Voor alles, eigenlijk.

Het plezier van Kasabian

Zaterdag 13 februari 2010

Kasabian komt naar Rijsel en ik wil die gaan zien!” Met die (of toch zeer gelijkaardige woorden) overtuigde Sarah mij begin 2010 om naar L’Aéronef in Rijsel af te zakken voor “de nieuwste Britse sensatie”. Nu ja, veel overtuigingskracht was er niet nodig, want elk excuus grijp ik meestal aan als een goede reden om ergens een concertje mee te pikken in fijn gezelschap. Al was ik ook wel sceptisch… Hoe lang duurde het al dat de ene na de andere nieuweling uit de U.K. werd opgevoerd als “de nieuwe sensatie”, terwijl concerten mij slechts zelden wisten te overtuigen en we er ook heel uitzonderlijk nog iets van hoorden na hun eerste single? Ik vond Fire, de toenmalige hit van Kasabian, wel plezant zonder echter té laaiend enthousiast te zijn.

Na hun optreden op 13 februari 2010 was ik overtuigd. Al was het ook een heel uitzonderlijk gebeuren. L’Aéronef is een heel plezant klein zaaltje (denk aan de AB in Brussel, ongeveer de helft van de kwaliteit, maar akoestisch en qua bereikbaarheid veel fijner en beter). Kasabian speelde op dat moment in eigen land enkel nog in mega-muziektempels en voetbalstadia in eigen land. Veel Britten hadden het dan ook als een uitzonderlijke buitenkans gezien om Kasabian nog eens “in het klein” aan het werk te kunnen zien (Rijsel ligt nu ook niet zo ver af voor de U.K.-ers), waardoor dat kleine zaaltje met waarschijnlijk 75% Engelanders gevuld was. Zatte Engelse dames stonden te dansen op de toog en zwaaiden/schreeuwden naar het Kasabian-gezelschap, de sfeer was al zeker even uitgelaten als bij een stadionconcert, dié sfeer, dát gebeuren, dié groep in combinatie met dát publiek in die kleine zaal zorgde voor magie. Dit was voor mij één van de beste concerten die ik ooit zag en ik was er ook van overtuigd dat “dat nieuwe groepje” dat ik toen leerde kennen met hun sound, ergens tussen Oasis en Happy Mondays in, inderdaad wel eens een troonopvolger zou kunnen zijn voor het eeuwig bekvechtende Oasis.

Al vreesde ik toen dat ik nooit meer zo een goed concert van deze mannen in zulke ideale en uitzonderlijke omstandigheden mee zou maken…

Dinsdag 1 november 2011

“Heb je geen zin om naar Kasabian te gaan zien op Club 69 in Brussel?” Die vraag stelden de fantastische mensen van Sony mij. En ze stelden dezelfde vraag aan Sarah. Geen seconde hebben we getwijfeld! Anderhalf jaar na ons fantastische Kasabian-avontuur was de groep niet alleen danig gegroeid en hadden ze meer muzikale radiosuccessen gescoord, ook hadden Saar en ik verschrikkelijk lopen balen omdat we hun optreden op Werchter (uitverkocht) en op Pukkelpop (omvergewaaid) hadden gemist. Maar nu kregen we dus de kans om Kasabian alsnog aan het werk te zien in eigen land (ook al staan er niet meteen concerten alhier op het programma)! In een piepklein, snikheet VRT-zaaltje waar nog geen 200 man binnenkon en/of -mocht.

Het was anders. De sfeer was plezant, maar niet zo grandioos als anderhalf jaar geleden in Rijsel. De muziek zelf klonk wel strakker dan ooit tevoren en de band leek er ook zelfzekerder, strakker en geamuseerder te staan dan op datzelfde concert in L’Aéronef. En aangezien het optreden rechtstreeks op Studio Brussel werd uitgezonden (en nu ook op de website van StuBru zelf bekeken/beluisterd kan worden) werd het een Best Of-showcase, aangevuld met de nodige druppels nieuw materiaal.

De set zat goed, de band was enorm goedgeluimd en speelde strak, het kleine zaaltje was tot de nok gevuld, ik ben grandioos uit mijn dak gegaan en mijn oren tuiten nog steeds (de 103 decibels werden ruim overschreden…). Dit feestje was af. Enorme pluim op de hoed voor StuBru en de organisatie van Club 69 (echt waar, het loont de moeite om onder zulke omstandigheden één van je favoriete groepen te kunnen aanschouwen!), een dikke dank-u-wel voor Sony dat ik er bij mocht zijn en vooral: ik heb nu bijzonder veel goesting om Kasabian nog eens te zien op een echt, volwaardig concert. Want stadions en grote concertzalen zorgen toch wel voor een groter meebrul- en feestgehalte.

Kasabian heeft in elk geval alles in huis om een Hele Grote Britse Band te worden!