Scent of a Woman
Dominiek | donderdag 29 september 2011

Als een blinde Al Paccino het al kan, dan moet u het misschien ook eens gaan overwegen…




Terug thuis
Dominiek | dinsdag 27 september 2011

Buenos Aires was de max… Al draaide de reis eigenlijk enorm anders uit dan we ons vooraf hadden voorgenomen. Er werd heel veel tango gedanst in een fantastische dansschool, spannend én ontspannend tegelijkertijd. In afwachting van de grote verhalen (vermoedelijk eerder in levende lijve dan op deze blog, al volgen er nog wel posts) alvast een paar foto’s…




Reisgewijze linkdumping
Dominiek | maandag 12 september 2011

Hopla, we hebben het alweer een jaar uitgehouden zonder een echte verlofperiode, maar woensdagavond is het eindelijk zo ver: dan vlieg ik terug voor een kleine 2 weken naar mijn geliefkoosde Buenos Aires. Dankzij reisgidsen, on-line aanbevelingen (en zaken die afgeraden werden), mail en Skype heb ik al een aantal zaken kunnen boeken. Bij deze: een overzichtje.

Onze hotels zien er alvast waanzinnig fijn uit. De eerste 6 dagen zitten we in Purobaires Boutique Hotel, de laatste 6 dagen in NH Hotel City & Tower.

Vier restaurants werden er al geboekt:

  • U kent Ferran Adrià wel, de Spaans-Catalaanse kok die hoge ogen gooide met zijn (inmiddels ter ziele gegane) elBulli. Twee van zijn keukendiscipelen waren Argentijnen, die inmiddels zelf een restaurant begonnen zijn in Buenos Aires. Beiden worden bezocht door ons: La Vineria de Gualterio Bolivar (zeer budgetvriendelijk voor die vernieuwende keuken) en El Bistro (duur maar wat een uniek interieur! wat een waanzinnige menukaart!)
  • Het enige restaurant dat ik mij nog herinnerde van Buenos Aires (6 jaar geleden was ik er een zestal maanden gekazerneerd voor het werk) was Cabaña Las Lilas. De keuken van dit restaurant is bijzonder typisch Argentijns (grote, malse biefstukken), maar de kwaliteit lag er heel wat hoger dan in andere restaurants die ik daar leerde kennen (de prijs ook een beetje). Kenmerk van Las Lilas is dat zij een verticaal geïntegreerd bedrijf zijn: de biefstukken die op het bord landen zijn afkomstig van koeien die ze zelf volgens bepaalde kwaliteitsprincipes gekweekt hebben.
  • En op aanraden van de wereldreizigsters van Nomadz.nu hebben we ook al gereserveerd bij Osaka. Een fusie van Peruviaans en Oriëntaals, geen idee wat ik er mij bij moet voorstellen. Ongetwijfeld staan er cavia’s op de menukaart.

De beste manier om een stad te (her-)ontdekken en tips op te doen voor de volgende dagen? Ha ja, met een rondleiding natuurlijk. Wij hebben er twee geboekt:

  • Een dagtour die ‘s voormiddags de typische wijkjes in Buenos Aires belicht en die ‘s namiddags passeert langs “het nieuwe Buenos Aires”: het vernieuwde havengebied, de regio waar bedrijven uit de grond reizen, de heuvels waar de meer gegoede bevolking en lokale filmsterren aan het uitzwermen zijn.
  • Een urban art tour, boordevol graffiti, alternatieve locaties in en verhalen uit Buenos Aires en tips die in geen enkele reisgids voorkomen.

En dan zijn er nog al die spéciallekes :

  • Campanopolis. Toen ik een Argentijnse vriendin vertelde dat ik daarheen wou afzakken, was ze verwonderd. Ze wist niet eens van het bestaan van dit Middeleeuwse spookdorpje af. Normaalgezien is het niet toegankelijk voor publiek, maar op zondag 18 september vindt er een middeleeuws evenement plaats waarvoor ik een uitnodiging heb weten te versieren.
  • El Ateneo eindigde derde in de één of andere competitie “meest indrukwekkende boekhandel ter wereld”. De lokatie is er uniek (een voormalig theatergebouw, waar vrijwel niets aan de structuur en inrichting werd veranderd), de collectie is er gigantisch (700.000 boeken). En de vroegere balkonnetjes en nissen van het theater doen nu dienst als koffiehoekjes.
  • Het MALBA, het grootste museum van hedendaagse Latijns-Amerikaanse kunst ter wereld, bestaat net tijdens ons verblijf in Buenos Aires 10 jaar. Niet alleen opent het museum daarom gratis haar deuren, maar zijn er ook heel wat unieke en tijdelijke tentoonstellingen met een aantal highlights op vlak van Latijns-Amerikaanse kunst van de laatste 100 jaar. Ik hoop alleszins dat ik er mijn favoriete schilder/beeldhouwer Botero (uit Colombia) mag aanschouwen, evenals de Mexicaanse Frida Kahlo.
  • Teatro Colon is één van de meest indrukwekkende theatergebouwen ter wereld. Het is een gebouw met een geschiedenis, alle Argentijnse tango-artiesten met naam hebben er ooit opgetreden, de grootste opera-werken en theaterstukken werden er opgevoerd. Het gebouw staat er reeds meer dan een eeuw, kan met gidsen bezocht worden. En er wordt naar gerefereerd in The Debt, de nieuwste film met Helen Mirren.
  • Insiders lieten me dan weer weten dat ik absoluut het Museum of Contemporary Art of Rosario moet bezoeken, een uniek museum waar onder andere graffitikunstenaars een aantal zalen volledig mochten “vermassacreren”.
  • Op één van de maandagavonden hoop ik ook een optreden van La Bomba del Tiempo te kunnen meemaken: deze legendarisch wordende percussiegroep treedt elke avond op in dezelfde zaal, telkens uitverkocht, telkens een totaal andere set die improvisatorisch tot stand komt. Elke maandagavond begint het publiek benieuwd mee te knikken met het hoofd, elke maandagavond eindigt dit spektakel als een waanzinnig feest, gedragen door trommels en trompetten.

O ja, en we gaan ons ook verder in de edele kunst der tango onderdompelen. De fantastische Peter Forret was mijn wegwijzer, dankzij hem kwam ik met DNI Tango in contact, alwaar ik mij samen met danspartner Carmen middels een “intensieve training” ettelijke uren in de mooiste dans ter wereld verder ga onderdompelen.

Het is prille lente in Argentinië, het zal niet snikheet zijn in Buenos Aires. Maar daar ben ik bij het samenstellen van de toeristische menu ook niet echt van uit gegaan.




Iedereen weet het nog
Dominiek | zondag 11 september 2011

Eigenlijk is het straf, dat vrijwel iedereen nog perfect weet waar hij/zij was toen het nieuws van de Amerikaanse WTC-torens bekend werd. Ik ook. Ik weet zelfs nog wat ik die avond gegeten heb. Pizza Pepperoni met extra pikante saus.

Ik studeerde af in 1999. Tijdens mijn laatste jaren in Leuven had zich een traditie gevormd die ook tijdens de eerste jaren als werkmens in stand bleef: de ouders van vriend Tim hadden (en hebben nog steeds) een kleine, supergezellig huisje in Zuid-Frankrijk. In Bédarieux. Er lag zelfs een zwembad bij. En het lag zo zeer in the middle of nowhere dat we er vaak nachtenlang doortrokken, met wijn, hapjes, kleurenwies en luide muziek.

Tijdens de eerste 14 dagen trokken we ook terug naar Bédarieux met een vriend of 8. Op 10 september hadden we we lekker languit getafeld en een feestje gebouwd. Een tweetal van onze groep ging namelijk ‘s anderendaags verder trekken door Zuid-Frankrijk met de rugzak, een vriendin ging ‘s anderendaags terugkeren naar huis.

De 11de september was pijnlijk wakker worden. Een combinatie van kater en nadorst hadden zich van mij meester gemaakt en vriend Flip zat blijkbaar in hetzelfde schuitje. We besloten de vertrekkenden uit te wuiven. Terwijl Tim en companen een vriendin naar het station brachten (en meteen ook eens gingen verder rijden in de richting van een meertje), besloten Flip en ik het een dagje rustig aan te doen. We gingen de keuken/woonkamer eens dweilen en voor de rest wat in de zetel liggen lezen, zeveren tegen elkaar en tussenin een paar panachekes consumeren.

Toen het gezelschap vertrokken was, haalde ik vliegensvlug een emmer en dweil uit (snel kuisen, zodat we er van af waren), terwijl Flip een aantal lookbroodjes klaarmaakte en in de oven gooide. Het huisje was proper genoeg, de geur van warme boter en knoflook steeg op uit de oven, tevreden ploften we ons in de zetel. Eerst keken we een half uurtje naar de één of andere Franse Jerry Springer-kloon, al snel gingen we zappen. We kwamen terecht op France 2, waar een wolkenkrabber getoond werd waar zich een vliegtuigje in boorde.

“Ik heb die film al gezien, die is best goed,” zei Flip nog. Ik had geen zin in een Franse gedubde film en zapte verder. Dezelfde toren. Hetzelfde vliegtuigje. Een andere zender. Dezelfde toren. Een andere toren. Een ander vliegtuig. Nog een paar zenders verder opnieuw die twee scènes. Er leek iets geweldig fout te zijn.

We belden snel onze vrienden onderweg op. Zij die met hun voeten in een bijzonder kalm meertje stonden, vreesden dat de kater van ‘s morgens tot waanvoorstellingen aan het evolueren waren. Snel een berichtje naar de vriendin-op-de-trein. Dat ze niet moest schrikken indien er noodtoestand zou uitgeroepen worden in het station van Charles De Gaulle-luchthaven.

De vrienden aan het meertje hadden ondertussen ook het nieuws al via de radio opgepikt. Ze keerden terug naar het huisje en belden ons nog. Ze zouden langs de pizzeria passeren. Ik vroeg een Pepperoni. Met van die extra pikante saus erbij.

De ganse avond zaten we met z’n vijven, naast elkaar op de zetel. TV-beelden te aanschouwen. Bijna de ganse tijd dezelfde beelden, nu en dan kwam er een nieuw fragment bovendrijven. We praatten. We discussieerden. Over hoe dit mogelijk was. Over of Amerika dit niet zelf veroorzaakt had door zelf zo vaak op oorlogen aan te sturen. Over de mogelijke gevolgen voor Europa, België, onze achtertuin.

Een paar dagen later keerde ik zelf met de TGV terug uit Zuid-Frankrijk. Op elk perron dat we stopten, stond het vol militairen, elleboog aan elleboog, een mitrailleur dwars over de borst gestald.

Ik denk dat ik geen enkele dag die reeds meer dan 5 jaar achter mij ligt, nog zo haarscherp weet te herinneren.




Hasta La Vista
Dominiek | vrijdag 02 september 2011

Vanavond is het Filmfestival van Oostende van start gegaan en dit op klinkende wijze. Rond 20u00 werd in alle zalen van Kinepolis Oostende dezelfde film vertoond: Hasta La Vista!, de film die de laatste weken regelmatig in kranten, op websites en op TV werd geloofd, niet in het minst omdat deze film op het filmfestival van Toronto Montréal de grote winnaar was in de Internationale Competitie.

Vlaanderen kijkt enorm uit naar deze film, zo bleek, want alle acht zalen van Kinepolis Oostende waren uitverkocht. Heel wat filmliefhebbers zakten er speciaal voor deze openingsfilm naar het zeetje af, niet in het minst heel wat Bekende Vedetten die rodelopergewijs het complex betraden, daartoe enigszins gehinderd door een aantal horden fotografen…

Zaal 1 mochten we betreden, daar zou Hasta La Vista! om 19u30 starten (De film startte in elke zaal met 10 minuten vertraging, zodat de regisseur + cast van de film deze ook overal kort eventjes kon komen introduceren… De massale belangstelling van de prent moet hen dan ook deugd gedaan hebben!)

Het verhaal van de film is de meesten onder u ongetwijfeld inmiddels al bekend: 3 gehandicapte boezemvrienden (1 is blind, 1 is helemaal verlamd en de derde zit door een tumor in een rolstoel) willen naar Spanje waar een bordeel is voor gehandicapten. Ze willen voor het eerst in hun leven voelen hoe heerlijk het is om een vrouwenlichaam tegen zich aangedrukt te voelen.

Geen idee hoe ik deze film moet omschrijven. Is het een Vlaams drama? Een roadmovie? Een platvloerse komedie waarin met gehandicapten gelachen wordt? Geen van dit alles. Of eigenlijk: yes, alle drie de omschrijvingen kloppen. De film begint nogal “onwennig” voor de kijkers: nogal abrupt wordt je op voyeuristische wijze geconfronteerd met de miserie van een aantal vetzakskes die vrij zwaar gehandicapt zijn. De schroom valt vrij snel weg en algauw is het vollen bak lachen geblazen met de gehandicapten in kwestie, het cynisme waarmee die zelf met hun miserie omgaan, je enorm ergeren aan het feit dat één van deze drie toch wel echt een ergerlijke kwal blijkt te zijn, stilletjes grijnzen of geëmotioneerd toekijken om de hoogte- en dieptepunten van hun vriendschap die ze tijdens de rit naar Spanje (en het verblijf ter plaatse) beleven. Waarbij het einde van de film abrupt als een ijskoude douche op het publiek wordt losgelaten.

Tijdens de aftiteling van Hasta La Vista was het muisstil in Zaal 1 van de Oostendse Kinepolis. Stijn Meuris zingt een heel erg mooi lied terwijl de witte letters over het zwarte scherm vliegen. Veel kijkers luisterden geëmotioneerd toe, anderen zaten wat onwezenlijk voor zich uit te staren en hadden niet veel aandacht voor de klanken. En toen de laatste letters van het scherm verdwenen, weerklonk er een luid applaus.

Weinig bioscoopfilms hadden mij zo hard te pakken en ik twitterde dan ook vrij snel na de vertoning mijn eindvonnis: dit is ongetwijfeld de mooiste Belgische film die ik ooit gezien heb. Geoffrey Enthoven slaagt er bij deze film in om het publiek mee te zuigen, het publiek continu tussen emoties weg en weer te slingeren om hen finaal een stomp in de maagstreek te bezorgen. Huilen en lachen lag zelden zo dicht bij elkaar als in Hasta La Vista!.

Dit is een film die naar mijn aanvoelen nog heel wat filmprijzen in de wacht zal slepen. Gewoonweg omdat deze doet waar cinema voor gemaakt is: keiharde emoties overbrengen, het publiek in deze emoties meeslepen. Ik heb over heel wat zaken nagedacht tijdens de rit naar huis achteraf. Hasta La Vista! heeft me ook heel wat zaken weten te relativeren. Ik hou van het leven. Ik hou van mijn leven. En misschien moeten we dat allemaal maar wat intenser doen. Samen met anderen.

Tijdens Filmfestival Oostende wordt deze film nog een aantal keer vertoond, daarna volgen ongetwijfeld ook alle andere cinema’s in onze lage landen.