Het is Pukkelpopzaterdag. En ik zit thuis. Vermoedelijk voor het eerst in pakweg 15 jaar tijd. Ik zit verweesd wat voor mij uit te staren en allerlei vreemde gedachten duiken op.
Ik heb gisterenavond een badje kunnen pakken en de vorige nacht zeer goed geslapen in een lekker zacht bed. Ik heb een lekkere boterham gegeten. Mensen die elders ter wereld aan natuurrampen zijn blootgesteld, kunnen die luxe vaak nog maanden vergeten.
Ik heb ongeveer alle kranten op de iPad gedownload en alle artikels gelezen die over Pukkelpop gaan. Als houvast. Om te begrijpen en te herinneren wat er nou exact gebeurd is, donderdag, rond 18u15. Om te lezen hoe anderen veel beter verwoorden wat we ervaren hebben. Kippenvel krijgen omdat een aantal mensen minder geluk dan ik hebben gehad. Hardop zuchten om allerlei opportunisten die nu vragen stellen die er eigenlijk niet zo hard toe doen.
In het huidige GSM-tijdperk hebben wij één gewoonte afgeleerd die vroeger bij ie-de-reen schering en inslag was op festivals: “Moesten we elkaar niet meer terugvinden, dan spreken we gewoon af aan de Humo-stand”. Of aan de lockers. Of aan dat kraampje waar er poffertjes verkocht worden. Of waar dan ook. Die gewoonte ga ik er alvast weer inbakken. Voor als ik volgend jaar terug naar Pukkelpop trek. Want hoe dan ook: dit blijft het mooiste festival dat ons land ooit gekend heeft.
Sebadoh zou vanavond optreden op Pukkelpop. Nu zakken ze af naar Gent om er een gratis optreden te geven op het DOKstrand. Misschien trek ik daar maar heen deze avond. Om er een pintje te kunnen drinken uit een plastic beker, om wat muziek te zien en om met andere Pukkelpoppers een praatje te slaan.
Het mooiste festival ter wereld heeft vandaag vrijwel het vreselijkste meegemaakt dat op een muzikaal feest kan gebeuren. Geen grootse verhalen van mij, geen grote uitspraken, geen stemmingmakerij. Andere opiniemakers gaan dit de volgende dagen ongetwijfeld wel ten volle doen.
Wel wou ik dit, ik ben nu nog heel emotioneel onder de hele situatie waarvan ik getuige was, op dit moment absoluut nog kwijt: 65.000 mensen hebben vandaag iets waanzinnigs meegemaakt, beleefden vandaag wat ze nooit meer willen ondergaan. Velen zijn in shock, voelen zich vreselijk en machteloos. Heel veel van die mensen hebben heel veel nood aan babbels, aan een dikke knuffel, aan een schouder om eventjes op te kunnen uithuilen.
Als je mensen kent die de vreselijke zaken op Pukkelpop hebben meegemaakt: wees er dan a.u.b. voor hen. Morgen. Volgende week. Zo lang ze dit nodig hebben.
De voorbije jaren het het Filmfestival Oostende regelmatig te kampen met de weersomstandigheden, in de zin van: het was vaak te mooi weer aan de kust om in een bioscoopzaal plaats te nemen, de terrasjes lonkten vaak te hevig. Als de trend van 2011 zich op dat vlak voortzet, zou FFO wel eens heel wat meer publiek kunnen lokken dan de vorige jaren.
Ik kon er persoonlijk vorig jaar niet bij zijn omdat ik tijdens dat filmfestival in Colombia zat, dit jaar zal het wel anders zijn, ook al omdat Filmfestival Oostende met een straffe affiche weet uit te pakken. De voorbije jaren leek het filmfestival op zoek naar een soort van eigen, unieke koers, waarbij de klemtoon gelegd werd op premières van TV-series en videogames. Dit bracht echter niet steeds het nodige succes met zich mee, waardoor dit jaar des te duidelijker de kaart van de film getrokken wordt, met drie pijlers die de voorbije jaren wel lof oogstten in Oostende: avant-premières van blockbusters en alternatievere films, de Vlaamse cinema en de persoonlijke selectie tijdloze klassiekers door een curator, dit jaar in de gedaante van Peter Van De Begin.
Hoe goed evenementenorganisatoren ook hun werk doen, hoe fenomenaal en wereldberoemd de artiesten op een affiche ook zijn, hoe afgelijnd medewerkers aan een festival of ander evenement hun best ook doen: slechts één factor bepaalt of het een succes wordt of niet. En dat is het publiek. Het is het publiek dat er voor zorgt of een voorstelling of concert uiteindelijk geslaagd is of niet, zowel voor de artiesten zelf als… voor datzelfde publiek.
Dat werd vorige woensdag maar al te duidelijk. Bij wijze van laattijdige verjaardagsuitstap, trok ik met maatjes Nick en Sarah naar Knokke-Heist, waar het gehypete spektakel Fuerza Bruta momenteel dagelijks plaatsvindt. Het spektakel zelf was enorm mooi om te zien en te beleven, uniek in z’n genre en op momenten ook vrij indrukwekkend. Je wordt van de ene indruk naar de andere geslingerd en staat op momenten met open mond te kijken. Maar toch vond ik het niet fantastisch. En dat was te wijten aan het publiek. Fuerza Bruta kan volgens mij enkel slagen als het publiek vollen bak meedoet. Fuerza Bruta is een feestje, een rave party op Latijns-Amerikaanse beats. Het kan volgens mij slechts enkel slagen met een publiek dat echt wel zin heeft in een feestje en vanaf het begin staat mee te shaken en te springen. Het publiek van woensdagavond had daar echter blijkbaar niet zo’n zin in. Van die typische Knokse toeristen van middelbare leeftijd die op semi-nonchalante wijze een fuchsia trui over de schouders droegen, maakten zowat de helft van het publiek uit. Nog eens een kwart van de zaal werd gevuld door een leger bejaarden in rolstoel. Qua party-crash-gehalte lag dit dan ook bijzonder hoog, waardoor de weinigen die er écht zin in hadden, gespreid over de tent, elkaar moeilijk vonden en het echte feestje totaal uitbleef. Belgen zijn al vaak heel erg voorzichtig en niet echt meegaand, maar in een duffe stad als Knokke is dat duidelijk nog des te erger. Fuerza Bruta heeft, voor mijn part, alles in zich om de meest verrassende party in jaren te zijn, maar staat zo keihard op de verkeerde lokatie geprogrammeerd. Zet die tent op de Gentse Feesten of op Pukkelpop, telkens met een viertal voorstellingen per dag, en je kan er zeker van zijn dat dit een gehaaid succes is. Ik zou vermoedelijk ook meermaals afzakken dan om het opnieuw te beleven. Eind dit jaar keert Fuerza Bruta terug naar Brussel, hopelijk spreekt het daar een ietwat hipper en vrolijker publiek aan!
Kijk, op mijn blog plaats ik zelden oproepen in de zin van “Stem op mij op Facebook-wedstrijd X, dan kan ik een wafelijzer winnen”. Daar heb ik een goede reden voor. Als ik een wafelijzer wil, ga ik er wel eentje kopen. Er zijn al te veel dergelijke Kies-Voor-Mij-toestanden, waardoor ik het op momenten zelfs enigszins ergerlijk begin te vinden.
Daar wil ik nu een soort van uitzondering op maken. U hoeft niet op mij te stemmen. Maar op de setlist van dEUS.
Naar aanleiding van hun optreden op Pukkelpop en Lowlands, heeft dEUS namelijk een soort wedstrijd gelanceerd. Op deze website kan je kiezen/stemmen en helpen bepalen welke nummers er door dEUS gespeeld moeten worden op deze festivals. Een idee dat ze geleend hebben bij Queens Of The Stone Age, trouwens, die deden hetzelfde voor Glastonbury.
Er is één liedje van dEUS waar ik sta-pel-gek op ben. Disappointed In The Sun (clip staat hieronder). Echt waar, het beste dat deze band ooit gemaakt heeft, veel beter dan pakweg Nothing Really Ends (dat ook een goed nummer is). Naar ik weet heeft dEUS dit nummer nog nooit live gespeeld, ook niet toen het bijhorende album In A Bar Under The Sea een zeer groot succes werd. Dit nummer werd blijkbaar opgevoerd in de tournee die volgde op hun album “In A Bar Under The Sea”, maar daarna nooit meer… Enerzijds een heel typisch nummer (het begint heel intiem en barst helemaal open), anderzijds het meest emotionele lied dat ze naar mijn aanvoelen ooit op plaat hebben gezet.
Vandaar, bij deze een heel warme oproep. Ga naar het stemformulier op StuBru.be en plaats “Disappointed In The Sun” op het nummertje 1. van de lijst door-dEUS-te-spelen-nummers. Het nummer 2 en 3 mag je vervolgens helemaal zelf kiezen (wie toch inspiratie wil: ik heb op die posities respectievelijk gekozen voor “Instant Street” en “Via”). Doe mij een plezier. Doe alle dEUS-bezoekers op Pukkelpop een plezier met die keuze.
O ja, en buiten te stemmen zou het natuurlijk fijn zijn indien u deze boodschap ook verder helpt te verspreiden.