Zo. Ik heb de voorbije week, in mijn schaarse vrije tijd, druk aan een blog gewerkt. Niet aan deze blog. Wel aan El Sur. Mijn nieuwe webkindje met Latijns-Amerikaanse focus is nog niet helemaal af, maar aangezien ik altijd te veeleisend ben is dat niet langer een reden om het tegen te houden.
Bij deze: een nieuw kindje werd op de blogwereld gezet, het werd van eerste artikelen voorzien en nu vind ik het heel spannend om te kijken hoe het evolueert. Zowel inhoudelijk (waar gaat het nou eigenlijk allemaal precies over gaan?) als blogtechnisch (welke rubrieken zullen komen en gaan? zou een ElSur-webshop geen goed idee zijn? moet ik nog aan de lay-out prutsen?).
Dag Sire,
Hallo Eminentie,
Of moet ik nu Monseigneur zeggen?
Hoe is het met u? Of wacht, neen, ik mag u geen vragen stellen, dat gaat in tegen het Koninklijk Protocol… Al vraag ik me, ongetwijfeld net zoals veel van uw andere onderdanen, natuurlijk heel wat af. Heeft u ook eens lekker uitgeslapen dit weekend, bijvoorbeeld? Of kan u dat wel vaker doen? En hoe ziet zo’n zondag in het Koninklijk Paleis er precies uit? Loopt u een ganse voormiddag rond in peignoir? Volgt u vol aandacht de afleveringen van De Zevende Dag en Mise Au Point op TV? Voelt u zich onzeker, bedreigd, machteloos of boos om de hele huidige politieke impasse? Of bent u al lang opgehouden met zich zorgen te maken en ziet u wel wat komt?
Een maand of 8 geleden vond u mij ongetwijfeld een bijzonder slechte inwoner Uwes Koninkrijks. Toen lanceerde ik namelijk ikstemniet.be en verscheen ik, naast kleurrijke figuren als Stijn Meuris, een aantal keer in een aantal kranten, boekskes, tv- en radio-programma’s. Die berichtgeving bleef echter nogal vaak op de vlakte. Ik had meteen heel wat medestanders in mijn oproep, al ageerden of reageerden die niet allemaal vanuit dezelfde beweegredenen als ikzelf. Ook had ik momentaan heel wat tegenstanders. Er werd mij poujadisme en anarchie verweten. Ook die mensen hadden duidelijk niet verder gelezen dan die ene website, hadden mijn bloggewijze toelichting niet gelezen of zich de moeite niet getroost mij om meer tekst en uitleg te vragen.
Ik ben echter een absolute voorstander van de democratie. Als groot liefhebber van Latijns-Amerika, weet ik namelijk vrij goed waar minder democratische situaties toe kunnen leiden. Al ben ik ook een realist en ben ik er vrij zeker van dat heel wat naties (zoals de onze) een schijndemocratie zijn, gedirigeerd door onzichtbare puppet masters die aan touwtjes trekken, geld laten rollen en in de vorm van belangengroepen in heel wat politieke partijen betrokken zijn. Dirigenten die boven de politieke wereld staan, maar die wel helpen kneden en de eigenlijke ontwikkelaars van wetten, ideeën en strategieën zijn. Maar goed, dit is een andere discussie. Ik hou alleszins van het soort van democratie die in onze Westerse wereld geldt: mensen kunnen kiezen, de winnaars mogen een regering vormen en zo verder.
In die optiek was mijn “Ik Stem Niet”-website alleszins niet bedoeld als anti-democratisch initiatief, al werd het wel door velen op die manier beschouwd. Die website was echter veeleer een uiting van frustratie, van ontevredenheid, van machteloosheid.
Een tijdje geleden vroeg een collega mij wat ik zou doen indien ik Euromillions of een ander groot lot zou winnen. Ik kon er daar en toen geen antwoord op geven. Het was iets waar ik eigenlijk nooit echt over had nagedacht, misschien in de eerste plaats omdat ik eigenlijk nooit meespeel met dergelijke loterijen… Maar goed, het was een vraag die bleef naspoken in m’n hoofd.
Waar ik finaal bij uitgekomen ben: ik zou ergens een enorm stuk grond opkopen en er een megacomplex neerpoten. Een enorm gebouw dat in het teken zou staan van Latijns Amerika. Met daarin een winkelcomplex, met een honderdtal winkeltjes. Alles wat typisch is in de Zuid-Amerikaanse landen, zou er verkocht moeten worden: prullaria, handwerk, muziek en boeken en films van ginder. Een kunstgalerij zou er ook moeten in liggen, met het werk van kunstenaars uit het Zuiderse continent, zoals mijn groot idool Botero. En winkels met ingrediënten van ginder natuurlijk, zowel etenswaren (Dulci di Leche! Empanadas!) als dranken (Mate! Captain Morgan’s! De pompelmoeslimonade waarvan de naam mij ontsnapt!). En ook restaurants natuurlijk.
Maar de nodige uitgaansgelegenheden zouden er ook moeten zijn. Een groot kursaal waar Zuid-Amerikaanse films getoond worden, waar presentaties en theateropvoeringen kunnen plaats vinden. En een discotheek-annex-concertzaal, waar groepen van ginder zouden kunnen komen aantreden, waar DJ’s het publiek zouden kunnen opzwepen op de tonen van de salsa, reggaeton, baile funk en soortgelijken.
Kortom: een groot complex met twee bedoelingen. Ten eerste: één geconcentreerde plaats waar iedereen ten allen tijde eens van het hectische Vlaanderen kan ontsnappen om in de meer ontspannende Latijns-Amerikaanse sfeer terecht te komen. Maar ten tweede: ook een plaats waar iedereen van alhier eens in contact kan komen met de cultuur en realiteit van alginder. Want ofschoon het een booming continent is, toch blijft Zuid- en Centraal-Amerika voor velen onder ons een ver-van-mijn-bed-show. Het komt zelden in het nieuws (tenzij we het hebben over modderstromen en guerilla’s en consoorten), het is een onbekende wereld voor velen. En dat is bijzonder jammer, want mijn hart ligt er nog steeds voor een groot deel.
Ik heb de lotto niet gewonnen, maar dankzij die overpeinzingen ben ik achter mijn computer gekropen. Het lijkt me alsnog een ferm idee om een poging te ondernemen anderen met het Latijns-Amerikaanse erf- en gedachtengoed te inspireren, om de cultuur (in welke vorm dan ook) van ginder wat vaker hier op een zilveren schoteltje te presenteren. Al zou ik het dan liever niet alleen in mijn eentje doen, maar zou ik het nog plezanter vinden om ook nu en dan eens de woorden te kunnen horen/lezen/zien van anderen die gepassioneerd zijn door dat warme continent.
Dus bokste ik El Sur in elkaar. Ga gewoon eens op die website zelf kijken, daar heb ik al vrij uitgebreid verwoord wat mijn bedoeling er van is. Wies Ubags, een Nederlandse journaliste die ik in Colombia mocht ontmoeten, vindt het alvast ook een zeer fijn idee en zou graag nu en dan een bijdrage leveren op de website. En ook Tim Ghysels liet al weten dat hij graag een deel van de Braziliaanse cultuur voor zijn rekening zou nemen. Maar ik zou dus heel graag nog wat meer handen aan dek hebben, zowel van toevallig gepassioneerden (zoals ikzelf), als van Nederlandstaligen die naar het verre Zuiden zijn uitgeweken, als van latino’s en latina’s die zich inmiddels in onze regionen gevestigd hebben. Aarzel dus niet, en help het woord (en mijn oproep op ElSur.be) te verspreiden!
En moest het hier de komende weken/maanden dus wat rustiger zijn, dan is dat voornamelijk omdat ik op die andere – nieuwe – webstek aan het werk ben. Of omdat ik nadenk over nieuwe antwoorden op de vraag “Wat zou jij doen moest je ooit de lotto winnen?”
Het is weer lijstjestijd. Op de website van Pukkelpop 2011 kan er vanaf vandaag gestemd worden op “artiesten die u bijzonder graag op Pukkelpop 2011 zou willen zien”. Ik stemde ondermeer op Girl Talk (download hier het fantastische mash-up album dat hij in 2010 uitbracht), op Volbeat en op System Of A Down.
Maar vooral: ik heb op Manu Chao gestemd. Het is veel te lang geleden dat dit heerschap nog eens op een groot Belgisch festival stond, al blijft hij (met zijn Radio Bemba Sound System) de absolute gangmaker voor een onnavolgbaar feestje. Dus doe mij een plezier: gelieve ook allen vollen bak Manu Chao eens naar Pukkelpop te stemmen of te wensen. Met de andere 4 namen mag u voor mijn part doen wat u wilt. Maar een feestje als hieronder maken we veel te weinig mee op de Hasseltse festivalweide.
In de laatste week van 2010 luisterde ik naar Radio Nostalgie. Reden: elke dag presenteerde deze zender een andere Top-100: er was een New Wave Top 100, eentje rond party classics, eentje m.b.t. zwarte muziek en zo voort. En plotseling was er een spelletje op die radio. Ik stuurde een SMS en werd 5 minuten later opgebeld. Dat ik een uurtje later live-op-de-radio opgebeld zou worden, zeiden ze. Dat ik een quizvraag zou moeten beantwoorden, zeiden ze. En als ik juist antwoordde, dat ik de hoofdprijs van de dag zou wegkapen, zeiden ze.
En zo geschiedde. De held uit mijn tienerjaren belde mij op. Stefan Ackermans, de vroegere presentator van De Afrekening op Studio Brussel. De vraag die mij gesteld werd, was “Welke Amerikaanse acteur scoorde onder het pseudoniem Bruno in de jaren tachtig een hit met Under The Boardwalk.” Ik hoefde niet na te denken. Ik wist het juiste antwoord. Ik schreeuwde het uit en ik won. Proficiat, je hebt 1000 Euro cash gewonnen, zeiden ze. Ik moest mijn rekeningnummer doorgeven, ik moest deze week nog een attest invullen en ondertekenen (“ik heb meegedaan aan een wedstrijd en 1000 Euro gewonnen”, waarschijnlijk om in hun boekhouding te kunnen stoppen en fraude-onderzoeken te vermijden). De centen staan nog steeds niet op mijn bankrekening, maar ik verwacht dat het er gauw zal op gestort worden.
Maar goed, van die Euri die plotseling uit de hemel komen neergedaald en waar je geenszins op gerekend had, het zou zo een zonde zijn om die op je spaarboekje te laten staan. Prijzengeld moet omgezet worden in natura vond ‘k!
Dus bestelde ik een nieuw TV-toestel. De dikke beeldbuis die ik op vandaag thuis staan heb, is er eentje van het merk Nokia. En daarmee is alles vermoedelijk wel gezegd: de productie van Nokia-televisies hield ergens eind jaren ’80 op. Het blijft een goed toestel natuurlijk (het werkt nog steeds), maar ik wou iets meer hedendaags in mijn living room.
Ik vergeleek modellen, producenten, luisterde naar consumentenervaringen, keek naar specificaties en mogelijkheden van verschillende TV’s, vroeg wat rond op Twitter. En ik heb gekozen voor een Sony Bravia. Een nieuw model, dat ergens pas rond begin februari op de markt komt. Met thuisbioscoopmodus! Net wat ik als enorme filmliefhebber nodig heb!
Maar een andere belangrijke reden waarom ik een nieuwe TV in huis wou/moest halen, was een ander speeltje dat ik al heel lang in huis wou halen en dat ik al bij vriend Nick thuis had zien staan: een Popcorn Hour C-200. Het product is al een aantal jaar op de markt en werd indertijd gelanceerd als een soort van geeky alternatief voor Apple TV, met als grote verschil dat Popcorn Hour veel meer open is dan het Apple gedachtengoed.
De Popcorn Hour is eenvoudig gesteld een soort vervolg op video- en DVD-spelers en consoorten: het is een bak die je op je TV aansluit, waardoor je op je televisietoestel zaken kunt bekijken die op dat moment niet rechtstreeks gestreamd worden door het één of andere televisiestation. Je kan ermee op Twitter, je kan vanuit je luie zetel op je grote TV-scherm naar Facebook kijken (deze zaken zijn op vandaag vaak standaard mogelijk met steeds meer TV-toestellen) en de popcorn geek community zorgt zelf voor steeds meer soortgelijke internet-applicaties om via de TV te kunnen beleven.
Maar wat voor mij het belangrijkste was: de Popcorn laat op bijzonder eenvoudige wijze toe om films te downloaden (al dan niet legaal), om de bijhorende ondertitels van een website te plukken en met die film te synchroniseren en om alles op die Popcorn-bak zelf op te slaan. Ik heb een schijf van 2 Terabyte in die machine gestoken, dus ik kan wel wat inhoud downloaden blijkbaar.
Ik heb de afgelopen jaren heel wat TV-series gemist (omdat ik zo een onregelmatige TV-kijker ben en/of gewoonweg niet elke avond thuis ben om dergelijke feuilletons te bekijken; of dan vergeet ik een aflevering op te nemen en ben ik helemaal niet meer mee en zo). Er zijn enorm veel films uitgekomen de laatste jaren die ik zo graag wou bekijken. Maar vooral: het is vaak onmogelijk om in België (in de videotheek, bib, whatever) uitgebreide collecties te vinden van bv. Zuid-Amerikaanse films, terwijl er de laatste jaren even veel films in Argentinië en in Brazilië gemaakt worden als in de U.S.A. En vaak moeten ze inhoudelijk of qua kwaliteit niet onderdoen t.o.v. een aantal Amerikaanse blockbusters.
Hier zijn ze niet te vinden, van het internet kunnen dergelijke films (met de bijhorende – vaak Engelstalige – ondertitels) in een mum van tijd geplukt worden. Of Colombiaanse TV-series. Of documentaires die hier gewoonweg nooit uitkomen (ook al werden ze bv. bekroond op het fantastische Sundance Film Festival).
De Popcorn zal mij gewoonweg toelaten om elke avond desgewenst zelf mijn TV-avond samen te stellen. Om makkelijker zaken te ontdekken die niet zo mainstream zijn als de producties die ons dagdagelijks door staats- en commerciële zenders in de strot geramd worden. Om films en series te bekijken die hoog worden aangeschreven op heel wat (buitenlandse) websites, maar waar de zogeheten kenners (die de TV-avonden programmeren) nog nooit van gehoord lijken te hebben. Om indie filmparels te ontdekken en te omarmen. Om vodcasts op groot scherm te bekijken.
In die optiek moeten TV-zenders oppassen: als zij geen rekening gaan houden met publieke opinies, gaan beeldconsumenten binnen de kortste keren allemaal het recht in eigen handen nemen en gaat er ongetwijfeld een soort van social community-tv-gebeuren (via internet) ontstaan waarvoor we geen publieke of commerciële TV-huizen meer nodig hebben.
Maar daar zou ik het dus volgende week over willen hebben. Op de Barcamp op de VRT.
Nu goed, de Popcorn Hour staat dus klaar, 3 WiFi-antennes er zelf in gemonteerd, de harde schijf van 2 TB er in gemonteerd. Hij is er helemaal klaar voor. Alleen nog wachten op een nieuw TV-toestel, want mijn oude Nokia-toestel heeft geen HDMI-aansluiting…
O ja, het antwoord op de Nostalgie-vraag die me 1000 Euro opleverde? Het was Bruce Willis die een hit scoorde met Under The Boardwalk…
Ofschoon ik zelf al graag eens een sigaret pleeg te consumeren, ben ik absoluut voorstander van het rookverbod in restaurants. Thuis rook ik ook zelf niet binnen, want de geur die achterblijft na die pafstok is vaak minder aangenaam. Ik zou er zelfs geen probleem mee hebben moest er ook in cafés een rookverbod gelden, op voorwaarde dat er dan wel een binnenpleintje, terras of ergens een afdak voorzien is waar rokers wel terecht kunnen.
Maar dan zou de wetgever ook wel wat consequenter mogen zijn. Gisterenavond zat ik in een heel lekker restaurantje in Gent, maar daar liepen er minstens 2 dames rond met een parfum waarvan mijn maag zich spontaan ging omdraaien. En een man met een oeverloze zweetgeur. Kunnen we een algemeen “storende geur-verbod” in de wetboek laten opnemen? De horeca-bezoeker zal u dankbaar zijn…
Euhm, dit snap ik eventjes niet. Vanavond is het terug De Allerslimste Mens op TV. Aflevering 23. Gisteren won Linda De Win en knikkerde Steven Van Herreweghe Bart De Wever er uit. Vandaag komt Koen Fillet er bij. Vanavond dus. Om 22u00. Het is nu 20u00.
Kan er mij iemand verklaren wat de (gemonteerde!) finale van deze aflevering (eindfinale tussen Koen en Linda) al op YouTube doet?
Voor zij die geen zin hebben in een spoiler en het filmpje niet willen bekijken: Linda De Win vliegt er uit.
(Bijzonder pienter opgemerkt door @MachielsAndy op Twitter!)
No Guts. No Glory. Zo heet het album dat de mij tot vandaag onbekende Australische band Airbourne in 2010 uitbracht. Wat doelloos rondsurfend, kwam ik deze namiddag toevallig op dit album terecht en ik vind het wonderbaarlijk de max. Ze hebben weliswaar blijkbaar heel hard naar AC/DC geluisterd, maar aangezien die laatsten zelf vrijwel nooit meer touren, hoop ik dat de heren van Airbourne de komende zomer wél op pakweg de Pukkelpop-weide te aanschouwen zou zijn. Heerlijk rock ‘n’ roll met ballen.
Over Pukkelpop gesproken, trouwens: Chokri Naaimachine en Steve Stevaert lieten eerder deze week weten dat ze in 2012 graag een soort van Pukkelpop-kloon in Havana (Cuba) zouden willen organiseren. Chokri heeft zijn connecties in het muziekwereldje, Steve in Cuba zelf (waarmee ik uiteraard totaal niet wil insinueren dat er weinig verschillen zijn tussen het Belgische socialisme en het Cubaanse communisme), dus dit zou wel eens kunnen werken.
Ik heb alvast de nodige compañeros gevonden om, moest het er effectief van komen, in 2012 eens naar het land van Fidel Castro te trekken. Om er het land te ontdekken en om uit volle borst mee te feesten op het eerste festival dat dat land blijkbaar ooit gekend zal/zou hebben.
Het is de eerste donderdag van het jaar, en dat betekent… dat er vanavond – op de Nederlandse televisie – een nieuw seizoen start van Wie is de Mol?. Ik ben fan, al jaren. Eerst en vooral: omdat het een geweldig TV-format is en blijft; ik vind het nog steeds onvoorstelbaar jammer dat er in België niet meer seizoenen van De Mol gemaakt werden. Al kunnen we maar blijven hopen natuurlijk.
Maar ik kijk ook elk jaar opnieuw, omdat de Nederlandse televisie er ook altijd heel mooie TV weet van te maken, niet in het minst dankzij de fantastische landkeuze die jaarlijks gemaakt wordt. Dit jaar viel de keuze op El Salvador, ik ben al lichtjes aan het saliveren geslagen. Dit wordt weer zo hard verlangen naar een tropische vakantie! Ik verwacht mooie mensen, veel zon en een oase aan heldere kleuren. Feestvreugde, gedwarsboomd door een keihard spel waarin een verrader rondloopt. Een beetje zoals het nieuwjaarsfeestje binnen de Belgische politiek, quoi?
Naar jaarlijkse traditie, zijn de kandidaten ook dit jaar opnieuw BN-ers. Bekende Nederlanders. Ook al ken ik de meesten van hen niet (op die ene man na die in de jury van So You Think You Can Dance zat). Maar bij deze verklaar ik mij wel al onvoorwaardelijk fan van en supporter voor actrice Anna Drijver. Ze mag voor mijn part het spelletje winnen of De Mol zijn. Als ze maar lang genoeg mijn beeldbuis blijft teisteren, de eerstkomende donderdagavonden.
Er was een tijd dat ik mij als Belg lichtjes schaamde als ik in het buitenland één van onze artiesten op de radio hoorde. Meestal bleek het Belgische muzikale ambassadeurschap namelijk toebedeeld aan artiesten of nummers die ik maar niets vind. Milow bijvoorbeeld. Of Helmut Lotti. Of K’s Choice. Of dat dekselse Dominique-nique-nique van Soeur Sourire. De enige uitzondering op die regel was Pump Up The Jam van Technotronic.
Sinds vorig jaar hebben we er een muzikale missionaris bij die ik wel waanzinnig goed vind. Stromae. Begin dit jaar werd ‘s mans Alors On Danse een beetje té grijs gedraaid op de radio, waardoor ik aanvankelijk hoopte dat het een kortstondige hype van voorbijgaande aard zou zijn. Tot ik zijn album beluisterde. Wat een heerlijke meesterwerk, zowel passend op een lome zondagochtend als op extatische weekavond om eventjes alle remmen los te laten! Een combinatie van levensvreugde en -moeheid, een lach en uitgesproken huilbui die nooit veraf zijn, muziekgeworden passie en emotie.
De impact van Stromae werd me ook pas duidelijk tijdens mijn vakantie in Colombia. Op één van de weinige stomende feestjes waar ik daar aan deelgenomen heb, werden de vettige klanken van de reggaeton plotseling onderbroken door de bekende beat van Stromae’s Alors On Danse. Ik zat 1400 kilometer van thuis en zag hoe een zwoele massa opgezweepte Colombianen passioneel tegen elkaar aan begonnen te dansen. En toen realiseerde ik mij dat we een wereldster in huis hebben.
En pas helemaal euforisch werd ik, toen ik een paar weken geleden Stromae’s optreden in Peter Live zag :
Telkens ik dit nummer hoor, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat hij zingt over Zestien Euro. Al is het gewoon Te Quiero dat hij zingt Bovenstaande versie wordt heel klassiek ingezet in de versie zoals die wel vaker op de radio weerklinkt, maar gaat plotseling over in een heerlijke latin groove, waarna Stromae de overgang maakt van een soort coole MC Solaar naar een heerlijk theatrale passionele ziel, zoals hem het laatst werd voorgedaan door Jacques Brel zelve. En de chemie tussen deze theatrale, getormenteerde ziel met de twee “decormatige” keyboardspelers werkt perfect!
Hij gaf in 2010 al één zaalshow die in verschillende media met superlatieven werd overladen, ik hoop hem zelf ook in 2011 eens in een dergelijk zaaloptreden aan het werk te kunnen zien. Want voor het eerst in jaren grijpt een Belgische artiest mij weer eens keihard bij het nekvel.
Volgende week worden de MIA’s uitgedeeld. Stromae is vaak genomineerd, ik hoop dan ook volop dat hij ook met het leeuwendeel van de prijzen aan de haal gaat.
O ja, en ook voor jullie een heerlijk 2011 toegewenst.