Een paar maand geleden stelde Time Magazine het begrip Bruto Nationaal Product in vraag. Sinds begin dit jaar steeg het BNP van Amerika (net zoals het BNP in Europa weer aan het toenemen is, na de grote boze crisis), waardoor heel wat media euforisch gaan blokletteren of uitschreeuwen dat de crisis weer voorbij is en dat het weer goed gaat in onze landen.
De grote vraag is echter: wat betekent BNP vandaag de dag nog en betekent dat wel degelijk dat het goed gaat? BNP betekent niet dat de werkloosheid een minimum bereikt heeft, dat de volledige samenleving een gezonde levensstandaard aan boord kan leggen, dat iedereen gezond en gelukkig is. Nope, BNP is puur economisch en staat eigenlijk voor “de hoeveelheid goederen en diensten die binnen de landsgrenzen geproduceerd werd”. Dit zegt niets over welvaart binnen een land, wel over hoe goed de bedrijven het doen. En als die bedrijven daarbij hun werknemers uitmelken en die “gewone inwoners” geen beroep kunnen doen op de staat, dan zou dat BNP van land x wel eens omgekeerd evenredig kunnen zijn met het algemeen geluk in de straten van dat land.
Kwantiteit is dus belangrijker dan kwaliteit (toch zeker op korte termijn) bij de samenstelling van het BNP. En laat het nou net deze kwestie zijn die door velen aanzien wordt als een belangrijke oorzaak van de voorbije crisis: dat er te veel van “dezelfde gemiddelde producten” geproduceerd werd. De vraag die dus de laatste maanden nu en dan de kop opsteekt (zeker in tijden waarin duurzaamheid en welvaart steeds uitgesprokener op staatsagenda’s komen te staan) is of het begrip BNP niet verouderd begint te worden en voortkomt uit een tijdperk waarin industrie het belangrijkste was binnen een land, in plaats van de mensen zelve.
Een nieuwe indicator die daarbij aan belang heeft ingewonnen is de Happy Planet Index, een soort van Bruto Nationaal Geluk, een index die de levenskwaliteit binnen een land tracht weer te geven en waarvan velen hopen dat politici daar meer op gaan focussen, zowel voor hun eigen land als in hun buitenlands beleid (zie ook deze heel interessante paper terzake). Wat deze index voornamelijk uitdrukt is :
- Levensverwachtingen : hoe lang leven de mensen gemiddeld in land x?
- Levenskwaliteit : (op basis van een aantal indicatoren) hoeveel “fijne levensjaren” beleeft men dan in land x ? (Bv. als men gemiddeld 80 jaar wordt, maar de laatste 40 daarvan ligt men ziek te bed, dan kan dit bezwaarlijk een hoge levenskwaliteit genoemd worden)
- De ecologische voetafdruk : hoe duurzaam leeft men? of nog: hoeveel generaties gaan er nadien nog probleemloos in land x kunnen leven, op basis van het consumptiepatroon van de huidige generaties
De resultaten van deze rangschikking? Die werden alvast mooi in een spreadsheet gegoten door de organisatie in kwestie. En ze verbazen mij echter niet : de top van deze hitlijst bestaat bijna integraal uit vrijwel alle Zuid-Amerikaanse landen, in schril contrast met het BNP dus. De mensen leven er weliswaar niet zo lang als in het rijke, bijzonder goed ontwikkelde Westen (dus op de eerste factor scoren ze lager), maar ze zijn in hun dagdagelijkse – armere – leven véél gelukkiger en véél samenlevender dan hier en bovendien is de harmonie met natuur en omgeving er nog steeds heel groot (wat ook vermoedelijk met hun geringere rijkdom te maken heeft: men heeft de middelen niet om alles te vervuilen, vol te bouwen of wat dan ook).
België prijkt op de 64ste plaats. Dat is nog nipt in de eerste helft, voornamelijk omwille van onze gigantische ecologische voetafdruk.
Colombia, waar ik over anderhalve maand dus heen trek, heeft een bijzonder kwalijke reputatie naar onze Westerse normen: het gaat er economisch slecht (als ik mij niet vergis: 50% werkloosheid, gemiddelde maandinkomens van rond de €300), mensen leven er op straat, drugshandelaars en verzetslegers bij de vleet… Dat moet daar toch wel een groot miserieland zijn?

Awel neen dus: het zesde gelukkigste land per wereld, begot! Kloppen de clichés over de “gelukkige Latijn-Amerikanen” dan écht? Awel ja, eigenlijk wel:
Survey data reveals two key features of Latin American culture. One is the presence of relatively unmaterialistic aspirations and values, compared to countries with similar economic conditions.122 Latin Americans report being much less concerned with material issues than, for example, they are with their friends and family. Secondly, social capital is particularly strong in the region. Civil society is very active, from religious groups to workers’ groups to environmental groups. The data on ‘formal’ social capital is reflected in anecdotal evidence of informal social capital in terms of strong family and community ties.
We have already seen, in Chapter 3, how these two factors – non-material aspirations and social relations – are crucial to well-being. In Latin America, they combine to create a society that is able to rise above economic hardships, whilst drawing great benefit from its social links. It is worth noting that, despite a poor economic record in terms of average income and an even poorer record in terms of inequality, Latin America still enjoys levels of health that are close to those of Central Europe and often superior to Eastern Europe. As well as reasonable state provision in many countries (e.g., in Colombia almost half of the country’s 44 million people enjoy free public health care), this is likely to be in part due to strong social networks forming a safety net for those who are less fortunate.
Meer dan ooit tevoren reis ik dit jaar dus om te leren. Niet om die Columbianen te bekijken als sukkelaars die het zoveel slechter hebben dan ons in hun dagdagelijkse zijn, maar wel als gelukzakken die er niet alleen in slagen zélf ganse dagen met een bijzonder brede glimlach en een buik vol levensvreugde rond te lopen (want ‘k heb het gevoel zelf ook dagdagelijks happy en zot genoeg rond te fladderen), maar die er ook in slagen om alles en iedereen rondom hen in die positieve spiraal mee te trekken. En dat zou ik soms wat vaker willen kunnen.
Of nog: hoe geavanceerd wij onszelf ook beschouwen als Facebookers en deelnemers aan allerlei andere sociale netwerken, een echte community gaat blijkbaar heel wat verder en het lijkt er vaak op dat wij daar bijzonder gehandicapt in zijn. In samenleven.
Opel gesloten? Kweeniehoeveel Carrefours dicht? De Euro die in waarde daalt? Een regering die er maar niet lijkt aan te komen? So what. Laat ons eerst eens een taske koffie gaan drinken met de overbuurvrouw. En vervolgens gaan voor wat meer Bruto Nationaal Geluk.
Ik wens het u alvast toe.