Op het werk gingen we op zoek naar mobiliteitsoplossingen: draagbare toestellen waarmee interne medewerkers veel sneller data zouden kunnen opvragen en ingeven en waarmee de band met externe partners alleen maar steviger zou kunnen worden aangehaald. Mogelijkheden werden gewikt en gewogen, ideeën werden geschrapt, anderen toegevoegd, een oplossing die steeds meer aan onze noden leek te voldoen ontstond.
Dus was het zoeken naar een mogelijke IT-partner om dit project te helpen realiseren. Het was een nieuw domein voor ons (en het betrof een project dat in nog maar weinig bedrijven op die manier werd gerealiseerd), maar we besloten alsnog onze bestaande IT-partners een kans te geven.
Het eerste bedrijf is er één van de grootste van België, met kleine en grote oplossingen op allerlei technische vlakken. “Wij hebben de kennis niet in huis om jullie product te realiseren. En dat is maar goed ook. Vermoedelijk hebben jullie nog niet genoeg over die oplossing nagedacht. We kunnen een aantal consultants naar hier laten komen om vervolgens te beslissen welk van onze producten het best aan jullie wens voldoet.”
Het tweede bedrijf is een redelijk kleine, lokale speler: “Wij hebben de kennis niet in huis om jullie product te realiseren. Maar we kennen wel een ander lokaal bedrijf dat al veel ervaring op soortgelijke vlakken heeft. Ik zou voorstellen dat zij dat project van jullie realiseren. In tussentijd kijken wij uit voor een nieuwe medewerker met de juiste competenties, zodat die de implementatie van onze kant uit kan opvolgen. Wij zorgen dan sowieso voor de implementatie met jullie huidige systemen en zorgen ervoor dat we nadien alle verdere ontwikkelingen op dat nieuwe platform zelf kunnen verwezenlijken.”
En dat is nou net het probleem. Vele mastodonten van bedrijven zijn zo log geworden en zelfverzekerd door hun zelfgenoegzaamheid en betweterigheid, dat ze echt niet meer concurrentieel bevonden kunnen worden. Het is jammer om te horen op de radio dat er, opnieuw, heel wat ontslagen vallen, maar het is wel opvallend dat het bij een groot aantal van net die mastodonten blijkt te zijn.
Zou het gezonder zijn om alles in het werk te stellen een flexibele en vrolijke KMO te blijven en té excessieve groei te proberen bedwingen? Of bestaat er een succesformule om alsnog een supergroot bedrijf te worden, waarin hands-on-mentaliteit en gezond verstand blijven overheersen, waarin profiteurs en luiaards zich moeilijk kunnen verstoppen en waarin men ten allen tijde kritisch durft blijven voor zichzelf + de klant altijd voorop blijft stellen?
Ik heb er alvast geen antwoord op. Maar ik hoop dat het tweede geen utopie hoeft te zijn.



















op 4 november 2009 om 22:54
Misschien toeval, maar net vandaag verscheen deze nieuwe column van Joel Spolsky: http://www.inc.com/magazine/20091101/does-slow-growth-equal-slow-death.html?partner=fogcreek
“Food for thought”.
op 14 november 2009 om 13:51
Ik denk dat ik als zaakvoerder van een klein bedrijf wel weet waar mijn geluk ligt: bij een tevreden klant.
Persoonlijk contact, opvolgen van bestellingen, zelf werken en creatief zijn, het is mijn dagelijkse portie geluk. De bedrijfsvoering blijft overzichtelijk, het risico beperkt, de verdiensten deftig en ‘s morgens een lachend gezicht.
Omzet en groei is leuk, maar het mag niet ten koste gaan van jezelf.