De laatste keer dat iemand mij een zwijn noemde, dateert vermoedelijk uit mijn studententijd en was al even vermoedelijk volkomen terecht. Inmiddels ben ik misschien nog steeds niet tot de feitelijke jaren van verstand gekomen, maar mijn zotskap smeet ik toch al ettelijke jaren geleden over de haag en – op een sporadische bui na – heb ik ook de beestigheden van ververvlogen tijden afgezworen. Althans dat dacht ik toch. Tot ik een paar weken geleden de Trends doorbladerde en eventjes meende te lezen dat er niets veranderd was sinds ettelijke jaren geleden: “ICT-ers en de IT-sector zitten in de varkenscyclus,” blokletterde het tijdschrift.
Bij nader inzien bleek de term varkenscyclus bijster weinig te maken te hebben met vuile manieren of over-het-paard-getild gedrag, maar wel op een economisch fenomeen dat zijn oorsprong kent in de wondere wereld der varkenskwekerijen. Meer bepaald gaat het hier over een economische wetmatigheid waarbij vraag en aanbod maar niet in evenwicht lijken te geraken: overschotten en tekorten van een bepaald product wijzigen elkaar af, doordat aanbieders massaal reageren op de hoogte van de prijzen, maar tegen de tijd dat deze reactie doorwerkt op het aanbod, is de prijs alweer omgeslagen (bron: Wikipedia).
Het is namelijk blijkbaar al sinds jaar en dag zo dat varkenskwekers massaal gaan uitbreiden (lees: er gaan nieuwe kwekerijen ontstaan en bestaande gaan hun infrastructuur drastisch uitbreiden) op het moment dat de vraag en de prijzen van varkens(producten) hoog liggen. Gevolg daarvan: tegen dat de uitbreiding klaar is, zijn er véél te véél varkens (veel meer dan de markt nodig heeft), er ontstaat een overschot en de prijzen gaan kelderen (men gaat liever goedkoper verkopen dan de dure beesten te moeten vernieten of niet kwijt te geraken, gevolg: neerwaartse spiraal). En dit leidt dan weer tot kwekerijen die failliet gaan, waardoor men algauw weer in fase 1 terechtkomt…
Voornaamste reden van dit fenomeen: het investeren in uitbreiding kost geld en tijd, zodat er nooit een gestage afstemming van vraag en aanbod ontstaat.
Andere markten waar dit fenomeen zich voordoet: koffiebonen, vastgoed en opslagcapaciteit van PC’s.
En dus ook op de ICT-markt. Iedereen herinnert zich waarschijnlijk nog wel de dotcom-crash van het begin van de huidige eeuw (toen ook Lernout & Hauspie over kop gingen). Deze crash zorgde ervoor dat IT geen populaire studierichting meer was: mensen zijn van nature risico-avert en gaan dus niet voor zo een turbulente carrière kiezen. Het gevolg daarvan laat zich nu pas blijken: er zijn véél te weinig informatici of informatica-geïnteresseerden aan het afstuderen, de uitstroom is op vandaag groter dan de instroom.
Dit heeft een groot gevaar tot gevolg, die nu al aan het ontstaan is: er is een heuse jobhopping-draaimolen ontstaan in de ICT-wereld, met weddes die vaak de pan uitspringen. Dit leidt er ook toe dat (gewone) bedrijven steeds minder (en voor steeds kortere periodes en korter lopende projecten) beroep gaan doen op de ICT-bedrijven: ze zijn té duur geworden, de prijs dekt vaak de lading van de kwaliteit niet meer. Een nieuwe ICT-explosie met een golf aan faillissementen en problemen lijkt zich aan te dienen.
Dit kan voor een land als België, dat het steeds meer en vaker van diensten, R&D en creativiteit moet hebben i.p.v. productie, een regelrechte ramp en economische crisis betekenen.
Maar bovendien: het plaatje van de varkenscyclus blijkt niet helemaal te kloppen op ICT-vlak. Door de vergrijzing van de bevolking, door het feit dat IT-ers blijkbaar vaker getroffen worden door burnouts en consoorten dan andere bevolkingsgroepen, door het feit dat IT-ers er vaak na een tien- à twintigtal jaar de brui aan geven en voor een minder stresserend vak gaan kiezen, zou het wel eens kunnen dat het wereldje met een groot probleem komt te zitten: volgens DataNews ziet het er bijvoorbeeld naar uit dat de uitstroom van informatici de volgende 30 (dertig!!) jaar groter zal zijn dan de instroom en dat het tekort wel eens even nijpend zou kunnen worden als dat van fossiele brandstoffen.
Als je ‘t mij vraagt, leidt dit dus tot een dubbele opdracht:
Eerst en vooral is er besef en onderwijs nodig. Besef bij de bevolking dat ICT niet enkel nog iets is voor nerds en programmeurs, maar dat het een wereld is die veel meer afwisseling en variatie kan meebrengen dan wat voor tak in het bedrijfsleven ook. Er is nood aan informatica en ondersteuners binnen elke mogelijke sector en departement (personeelszaken, onderwijs, boekhouding, digitale televisie, bioscopen, vzw’s, kleine én grote bedrijven, winstzoekende én caritatieve bedrijven), er is nood aan elk profiel van mensen. Niet enkel de clichématige nerds met een brilletje, ook leraars en leraressen, verkopers, grafische talenten, organisatorische creatievelingen, logische denkers die geen jota van computertalen afweten, nieuwsgierigaards die gewoon graag producten testen en er hun feedback bij geven, …
Het schrikbeeld dat het iets voor Westerse gebrainwashte kerels is, die geen sociaal leven kennen moet ook weggewerkt worden: the female touch is nog zeer en van harte welkom in de ICT-wereld, de afwisseling en eruit voortspruitende creativiteit doordat mensen uit verschillende landen en culturen eraan zouden werken al evenzeer.
Face it: op vandaag kan nog vrijwel geen enkel bedrijf zonder informatica, de informatica strekt zich vaak zonder uitzonderingen uit van de onderste tot de allerhoogste regionen binnen elk van die bedrijven, automatisering brengt véél meer taken met zich mee dan alleen maar het schrijven van nieuwe programma’s. Het leidt tot nieuwe culturen, nieuwe organisaties, nieuwe manieren van werken, helpende handen die aangereikt moeten worden, systemen die niet alleen moeten werken maar ook aantrekkelijk (of zelfs fun!) moeten zijn.
Hoe meer diverse profielen er in het wereldje komen, hoe meer de échte nerds zich kunnen bezighouden met wat ze het best kunnen en het liefst doen: programmeren. Anders moeten die zich ook gaan bezighouden met zaken die ze minder (of totaal niét) kunnen, niet graag doen,… (zoals uitleg geven of dergelijke). Gevolg: hun essentiële werk geraakt achterop, ze doen hun werk niet meer graag omwille van die bijkomende taken,…
Maar ook bedrijven hebben een heel belangrijke taak op dat vlak: ze moeten gaan beseffen dat informatisering niet louter opgelost wordt door beroep te doen op een bende programmeurs of door een techneut in huis te halen. Informatica betekent vele hens aan dek, informatica betekent het omscholen van mensen die reeds in huis waren zodat ze ook hun tandje kunnen bijsteken of de veranderende omgeving kunnen helpen vormgeven, informatica betekent het aantrekken van méérdere juiste profielen om het boeltje succesvol in bedrijf te brengen.
En vooral: automatisering betreft het aanleggen en koesteren van een eigen schatkamer aan talenten. De markt is schaars, zorg er dus in eerste instantie voor dat je mensen die je al in huis had de nieuwe trend aankunnen. Aanwerven van echte informatici zal vaak een noodzaak zijn, maar aanwerven van andere profielen (die er nou bij aansluiten of die men drastisch kan omscholen) mag zeker niét uit het oog verloren worden. Bestrijd de markt, haar tekorten en de vaak te hoge prijzen met haar eigen lacunes: de aanwezige overschotten die vaak veel goedkoper zijn om in huis te halen en vaak even veel potentieel in zich te hebben om tot de nodige toekomstige automatisatie en ondersteuning te leiden.
Zorg voor een eigen schatkist en wees ervan overtuigd dat je op die manier een wapen creëert dat van een bijzonder hoge competitieve waarde kan zijn is.
Koester ook die schatkist: zorg ervoor dat er weinig redenen zijn dat de aldus gecreëerde directe en indirecte ICT-mankracht het schip wil verlaten. Wedde is één ding op dat vlak, maar er zijn er veel belangrijkere: burnouts of tanende motivatie voorkomen door het werkkader plezant te houden, flexibele werkuurregelingen, van overuren geen wetmatigheid maken, geslaagde projecten vieren met een drink of een uitstapje, bouwen aan een gezellige ICT-familie.
Waarin de nerds uiteraard een beetje koning zijn.
