Hebben we nog muzikanten op festivals nodig?

De zomer is er niet echt geweest dit jaar (maar wacht maar! vanaf half september – toevallig als mijn groot verlof begint – zal het weer schitterend worden!), het festivalseizoen is bijna voorbij. Ik loop mij de laatste dagen af te vragen of we niet op de vooravond zitten van een nieuw soort festival. Waar beleving belangrijker is dan muziek. Waar live muziek van gigantische artiesten misschien niet meer nodig is.

Het was me dit jaar al opgevallen bij een aantal toonaangevende artiesten: er wordt bij gewone concerten al eens op zoek gegaan naar meer “belevingen” in plaats van “artiest speelt liedjes, publiek applaudiseert”. Denk maar aan Arcade Fire die eerder dit jaar tourde als “The Reflektors”. Ze deden kleine zaaltjes aan, decoreerden die als een soort van Prom Night decor en riepen het publiek op om gekostumeerd naar het concert te komen. Jack White pakte het nog veel geschifter aan: hij deed een surprise concert in een hospitaal-omgeving, waar acteurs rondliepen als dokters en zusters, het publiek kreeg een operatiekleedje aangemeten (waardoor de helft er met een bloot gat rondliep) en omwille van “outbreak alarm” werd het concert in een quarantaine-omgeving gegeven, waar het publiek met ambulances naartoe gereden werd.

Concerten evolueren steeds meer naar sferen, naar totaalgebeurens, ik hoop althans dat bovenstaande twee voorbeelden een voorbode zijn van fijne muzikale experimenten die er staan aan te komen.

Een jaar of drie geleden ging ik eens naar Tomorrowland. Niet omwille van de muziek, want ter plaatse werd ik bevestigd in mijn overtuiging dat ik de meeste van die DJ’s ongelooflijke bagger vond brengen. Maar ik wou het eens meegemaakt hebben: die feeërieke decors, die lekkere eetstandjes (desserts van Roger Van Damme! een hapje bij Wout Bru! mijn eerste ontdekking van de waanzinnig lekkere hamburgers van De Burgerij! fenomenale cocktails!). Ik zou er graag nog eens naartoe gaan. Maar dan zonder die irritante muziek op de achtergrond…

Dat is wel een groot verschil met mijn eerste Rock Torhout die ik ooit aandeed: slechts 2 podia (die vrijwel naast elkaar lagen), muzikanten die zich kwamen gooien, publiek dat zich totaal aan die artiesten kwam overgeven en als je honger had kon je kiezen tussen een kleffe hamburger of een bakje friet. Meer was er niet of nauwelijks.

Op Pukkelpop was dit jaar die evolutie gigantisch merkbaar: ook daar staat De Burgerij nu, kon je insectenburgers proeven, waren er vegetarische standjes en ook een paar eetkraampjes waar de authenticiteit van afdroop. Maar de gezelligste locatie van Pukkelpop, waar toch wel continu heel wat volk uithing, was ongetwijfeld het cowboydorp. Je kon er aerobiccen of deelnemen aan de schuimkanonspelletjes van Radio Topkaas, er was een “Jamcaravan” waar een continu wisselende groep muzikanten liedjes zat te spelen (op een bepaald moment zat ook Mauro Pawlowski in de caravan mee te jammen) en waar het publiek liedjes kon aanvragen om dan karaokegewijs eventjes live op Pukkelpop te kunnen meezingen. Er waren spelletjes (een elektrische stier! goud opdelven! line-dance initiaties!), er was knotsgek theater (Pocahontas, the love story!), en ook de bijzonder gezellige Johnny Trash kwam er van stand-up comedy en liedjeszingen doen.
Weg van de drukke podiums, gezelligheid troef!

Het doet ongetwijfeld denken aan één van de absolute succesformules op de Gentse Feesten, namelijk de mannen van cirQ die jaarlijks 10 dagen doldwaze gekte in Gent weten te brengen, zoals dit jaar met de Familie van den Berghe…

Zeker als ik dan zie hoe vooral non-acts het festivalpubliek massaal op de been weten te brengen (de grote successen op Pukkelpop waren dit jaar voor, euhm, Macklemore en dingske en voor Calvin Harris die plaatjes kwam opdraaien zonder die in elkaar te mixen… plaatje spelen tot het einde, publiek juicht, volgend plaatje wordt opgelegd… pijnlijk eigenlijk), vraag ik mij af: who needs music on festivals anyway?

Op festivals draait het überhaupt steeds meer rond “sfeer en gezelligheid”. Een leuke plaats om er even tussenuit te zijn, waar er leuke zaken te beleven vallen, maar vooral: waar we een pintje kunnen drinken en eventueel nu en dan een leuk optreden kunnen meemaken. Een aantal muziekfestivals speelt daar gretig op in: de sfeerzetting op Tomorrowland is nog steeds uniek (sponsors moeten zich er bv. ook aanpassen aan het thema, of hoeven niet te sponsoren), in de Waalse bossen vinden er een aantal kleinschalige festivals plaats temidden de ongerepte natuur, net over de Franse grens doet “Les Nuits Secrètes” iets soortgelijks. Of neem nu Sziget Festival in Hongarije (weliswaar in Nederlandse handen): er komen heel wat gigantische groepen optreden, maar het festival gaat ook elk jaar terug op zoek naar andere feestelijke hypes, die ze ook op hun party-eiland laten aanrukken: Color Run, zeepbellen blazen, schuimparties, straattheater en busking, kunst- en graffitizones, kermissen, theater, kampvuurgezelligheid en -spektakel, circusacts, dansinitiaties en weet ik wat nog allemaal. Om nog maar te zwijgen over het spectaculaire Burning Man gebeuren in de één of andere Amerikaanse woestijn.

En dan heb je trouwens die steeds meer voorkomende festivals waar muziek nauwelijks nog een rol speelt (maar het “sfeer-gebeuren” nog vaak wat te afwezig): Theater Aan Zee, Humorologie, straattheaterfestivals, kookhappenings aan zee, …

Ik zou het fijn vinden moest er vanaf 2015 een festival in onze eigen regionen plaatsvinden die er in slaagt om top notch ontspanning, verrassing, plezier en entertainment te brengen in een totaalsfeer en totaalconcept dat doet wegdromen en me eventjes helemaal uit de realiteit wegzuigt. Een pretpark voor volwassenen, als het ware. Muziek hoeft niet. Of kleine muzikale groepen zijn groot genoeg. Een thema lijkt mij wel een absolute must. Sprookjes van 1001 nacht? Latijns-Amerika? Freakshow? Utopia? Alles mag, maar een dergelijke leidraad maakt de beleving uiteraard compleet. En dan massaal veel decors en inkleding in dat thema. En een park vol leuke, kleinschalige intiatieven. Theater en improvistatiegebeurens. Interactieve muziek. Een feestje met indische kleurstoffen die door de lucht stuiven. Openluchtcinema in de geur van versgebakken popcorn. Vuurwerk dat kunstwerk is. Schuimparties. Speeddating. Sterrenchefs die heerlijke hapjes klaarmaken. Kookinitiaties. Een tango-dansvloer. Kunstenaars die live aan het werk zijn (waarbij het werk eventueel achteraf verkocht kan worden). Een gigantisch doolhof. De beste attracties van de Sinksenfoor. Talkshows. Toneel. En vooral: ruimte voor passie, vriendschap en liefde. Voor iedereen die er gewoon een aantal dagen een gigantisch feestje wil van maken.

Let’s face it: het duurste gegeven van de hedendaagse festivals, zijn de acts die er op staan. 1.000.000 Euro voor Metallica of Eminem. 300.000 Euro voor Calvin Harris. Gigantische bedragen. Voor die gigantische bedragen moet het zonder enige twijfel mogelijk zijn een gigantische dergelijke volwassenenspeeltuin uit de grond te stampen. Voor een paar dagen of een volledige zomer. En dat terwijl die al lang niet meer de hoofdreden zijn om zulke festivals te bezoeken.

Want dat doen we toch, om vooral met onze naaste vrienden nog eens iets leuks te beleven?

De cultuursector zit met de handen in het haar, omdat de nieuwe Vlaamse Regering misschien massaal subsidies gaat inkrimpen in de sector. Dat ze dan maar eens volop springen op een idee als het bovenstaande. Het zou niet alleen voor aardige inkomsten voor een aantal gezelschappen en artiesten kunnen zorgen, maar het zou ook kunnen leiden tot terug wat meer connectie met de maatschappij waaruit ze ontstaan zijn en mensen die “anders toch nooit naar een tentoonstelling of theater zouden gaan”.

Gewoon, wat algemene ideeën van mijnentwege. Wie het hier absoluut niet of wel mee eens is, mag dat uiteraard hieronder laten horen…

De fijnste acht van #pkp14

Aangezien alle kranten en soortgelijke websites, na weer 3 hele mooie dagen Pukkelpop, uitpakken met sterren, scores en “dag-top-drieën”, pak ik ook graag nog eens – na een veel te lange blogstilte – uit met die artiesten die ik het heerlijkste vond tijdens deze Pukkelpop-editie.

(Om nog maar te zwijgen van het fantastische gezelschap, de heerlijke avondlijke hapjes en de terrasbabbels voor we elke dag naar de festivalweide afzakten…)

Voorlopige resultaten #vk14

Terwijl de voorlopige resultaten van de verkiezingen van dit jaar over het scherm passeren en aan grote en kleine analyses worden onderwerpen, een paar gedachten van mijnentwege.

1. Vlaams Belang is bijna dood. Goed zo.

2. De drie traditionele partijen gaan allemaal hoera roepen en zeggen dat ze niet of nauwelijks achteruit zijn gegaan. Daar ben ik het niet mee eens. CD&V, Open VLD en sp.a hebben de voorbije twee verkiezingen keihard op hun muil gekregen en likken nu nog steeds hun wonden. De achteruitgang die ze toen geboekt hebben, hebben ze niet kunnen recupereren, ze hebben de neerwaartse spiraal nog steeds niet of nauwelijks kunnen doorbreken.

3. Een Vlaamse Regering vormen zou niet zo moeilijk mogen zijn. Vermoedelijk hebben CD&V en N-VA samen voldoende om een regering te vormen. Hun programma’s liggen niet waanzinnig ver uit elkaar en het zou voor het eerst in jaren een bijna ongeziene luxe zijn om met slechts 2 partijen het beleid voor de volgende 5 jaar te kunnen uitstippelen. Die onderhandelingen zouden niet al te lang mogen duren. Elk alternatief is minstens een tripartite, dus verlies qua mandaten.

4. Een Waalse Regering vormen zou niet zo moelijk mogen zijn. Herhaal bovenstaande voor MR en PS.

5. Let’s cut the crap: de twee landsgedeeltes hebben totaal tegengesteld gestemd. Nu kunnen er weer honderden dagen onderhandelingen volgen om tot een minkukel van een federale regering te komen, zoals de vorige keer. Waarbij onrechtvaardige onevenwichten getolereerd worden: politieke families die zich aan elkaar vastklampen, zodat een partij die in landsgedeelte X ferm op zijn kloten kreeg toch met postjes beloond wordt, zodat een minderheidsdeelname van landsgedeelte Y met een monkellachje geaccepteerd wordt.
Op bovenstaande manier gaan er weer minstens 3 “politieke families” nodig zijn om een regering te vormen. Minstens 6 partijen dus. Elk met zijn eigen willetjes, onhebbelijkheden, ambities en grilletjes.
Let’s cut the crap dus.Een federale regering van slechts 4 partijen, eentje van de totaal asymmetrische soort als het ware, lijkt mogelijk. Ook een waanzinnige luxe als je het met de voorbije jaren vergelijkt. N-VA, CD&V, PS en MR dus. Een diepe kloof tussen de eerste twee en de laatste twee? Absoluut. Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Bekijk het als een opportuniteit. Om de bevoegdheden nog meer naar de deelstaten te duwen. Waar de deelregeringen (die dus eenvoudigweg uit twee partijen kunnen bestaan) maximale autonomie over krijgen.

Zite & Pacemaker

Ik heb sinds deze week twee nieuwe favoriete apps op de iPad Air staan.

De eerste bestaat blijkbaar al een tijdje en heet Zite, ongetwijfeld genoemd naar het duidse Zeit(ung). Het is een krant. Een persoonlijke krant. Of eerder: een gepersonaliseerde krant op basis van ieders eigen interesses. Na het installeren van Zite, selecteer je als gebruiker een aantal interesses (bij mij ging het van Latijns Amerika tot “Happiness” en productiviteit en van technologische trends tot nieuws over muziek en films). En dan doet Zite de rest: telkens je de app opent, toont die een krant op basis van website- en blogartikelen die met je interesses overeenkomen en die al door vele andere “geliked” of gelezen werden.

Bovendien pretendeert het systeem een lerende krant te zijn: bij elk artikel kan je aangeven of je het net bijzonder interessant (of net niet) vond, zodat Zite je in de toekomst meer of minder dergelijke artikelen aanbiedt. En tijdens het lezen ga je op die manier automatisch steeds meer tags en interesses aanvinken of afzetten.

Het grote verschil met de traditionele kranten, die ik ook wel eens op de iPad lees? Zite biedt mij elke ochtend minstens 10 artikelen aan die ik van begin tot eind lees omdat ik ze interessant vind… En daar slagen de traditionele bladen nog maar zelden in.

De tweede app is veel verser van de pers en heet Pacemaker. Ik ben gek op Pacemaker omdat ik gek ben op Spotify en nog vaak met veel weemoed terugdenk aan mijn verleden achter de draaitafels… Ik heb de laatste dagen weer meer dan eens plaatjes in elkaar gemixt met Pacemaker: een DJ-applicatie die waanzinnig goed geïntegreerd is met Spotify (meteen toegang tot miljoenen tracks dus), die bijzonder eenvoudig en gebruiksvriendelijk gemaakt is (een probleem dat ik met heel wat andere DJ applicaties op PC had) én die wel uitgebouwd genoeg is met een resem leuk effecten (scratchen, beat-skipping, nummers worden automatisch qua snelheid aangepast op basis van de beats, …). Fijn! Feestje! Ik wil een feestje bouwen! Ik vraag me wel af hoe ik mijn iPad aan mijn versterker thuis zou kunnen koppelen…

Fijne apps. Ik hoop voor jullie hetzelfde.

Itineris zoekt medewerkers…

.. véél medewerkers. Nog voor het einde van het eerste kwartaal zouden we dolgraag 45 nieuwe collega’s willen verwelkomen (dat is dus nog slechts anderhalve maand…) en de toekomst ziet er zo veelbelovend uit dat het er voor het ganse jaar misschien nog wel een veelvoud daarvan gaan zijn. Daarom gaat Itineris adverteren. Op de radio. Op Studio Brussel. De onderstaande clip blijven we de volgende weken de ether in sturen tot jullie zich massaal op een carrière binnen de energy & IT-sector hebben geworpen!

Meer info op onze jobsite: www.itinerisjobs.com!

Tot bijzonder gauw, op een kennismakingsgesprek?
(Oh ja, tell them Dominiek sent you…)

Aim high. Aim Itineris.

Die keer dat een recruiter belde

“Ik heb een waanzinnig mooi voorstel voor u liggen en dat is uniek, want je hebt waarschijnlijk ook al gemerkt dat de markt er op vandaag heel slecht bijligt?”
- Euhm, neen, eigenlijk niet, want ik word elke week wel door iemand als u opgebeld…

… en toen werd het eventjes stil …

Dertien

Een goede dertien weken geleden, stapte ik voor de eerste keer bij de diëtiste binnen. Ik wou afvallen. Enerzijds omwille van gezondheidsoverwegingen (een te hoge BMI), anderzijds omdat het mij misschien ook zou helpen bij de vorig jaar vastgestelde slaapapneu.

Dertien kilo ben ik ondertussen afgevallen. Of ik moet het anders stellen: mijn eetgewoonten zijn ondertussen drastisch bijgesteld en ik weeg ondertussen dertien kilo minder. Geen proteïnendieet of andere tijdelijke oplossing, geen maagring, geen voedselzandloper. En ik sport ook niet. Omdat ik niet graag sport. Misschien komt dat er binnenkort wel weer eens van, maar het blijft een optie.

Anders eten dus. Veel vaker eten dan tevoren. Maar ook inhoudelijk anders. Veel minder brood. Veel minder vlees. Veel minder koffie. Massa’s water, groenten en nu en dan eens een snoepachtig tussendoortje. Maar vooral: veel groenten in allerlei variëteiten. Slaatjes, soepen, als tussendoorsnack en in gigantische porties ratatouille-achtige bereidingen ‘s avonds.

Ik zie er ook wel een beetje uit als een verfrommelde zak, ondertussen.

Dave Eggers – De Cirkel

De cirkelDe cirkel door Dave Eggers

Mijn score: 5/5 sterren

Geregeld steken ze de kop op, de discussies over privacy. Was Edward Snowden een held die ons wakker heeft geschud, of eerder een dwaas die er van uitging dat we nog wakker liggen van onze privacy? Leiden Facebook- en dergelijke posts tot meer ongeluk of tot hechtere netwerken? “Privacy is dood”, zeggen hipsters wel eens. “Een dode privacy is geen goed idee,” vertelt Dave Eggers op straffe wijze in deze hedendaagse “1984″.

Er is één groot verschil tussen de boeken van George Orwell en dit boek van Dave Eggers. Orwell’s boeken 1984 en Animal Farm waren voor reactionair: ironische verhalen op basis van net afgewentelde situaties (WOII, de Russische Revolutie); Orwell vertelde op fabelachtige wijze hoe de wereld er zou uitzien indien bv. totalitaire regimes wél de wereld zouden veroveren. Fabeltjes die achteraf bekeken soms merkwaardig correct bleken. Zo had Orwell het over “Het Ministerie van Waarheid” dat niets anders deed dan valse artikelen publiceren… Weten jullie nog wie Comical Ali is?

En daarin verschilt dit verhaal van Dave Eggers. De cirkel is op momenten pijnlijk herkenbaar, omdat dit verhaal op vandaag aan het plaatsvinden is. De Cirkel kan Google zijn. Of Facebook. Of Twitter. De Cirkel stelt een multinational voor die deze alle drie heeft opgevreten. Het verhaal gaat echter ook over de huidige wereld en het huidige bedrijfsleven. Jonkies en hipsters die alles in hun leven Facebooken, Twitteren, Instagrammen en er op los taggen. Bedrijven die zichzelf zo verkopen als “wij vormen een veel leukere plaats dan hierbuiten, wij zorgen voor leuke evenementen, wij willen dan onze werknemers een vriendenclubje zijn en zorgen daarom voor enorm toffe activiteiten”. Indoctrinatie.

De hoofdrolspeelster krijgt steeds meer schermen op haar werkplaats. Eentje om te werken, eentje om contact te houden met anderen, een headset op haar hoofd om enquêtes te beantwoorden en volgende week weer iets nieuws. Het zou lachwekkend zijn, indien er niet wekelijks berichten in de media staan van medewerkers die gestresseerd zijn, burn outs, of ook dit weekend nog: leerkrachten die thuis belanden omdat ze “er steeds een beetje bij moeten nemen”. Eggers weet het wel allemaal heel aanschouwelijk te vertellen, maar eigenlijk is het een vreselijk element van deze tijd. En iedereen knikt, weet het en gaat maar door met de huidige mallemolen. Werkgevers willen het liefst dat hier zo weinig mogelijk vragen bij gesteld worden.

En wat deelt met mensen die leuke activiteiten delen in sociale netwerken, leidt algauw tot moéten. Je hoort er niet (meer) bij als je niet zelf bijzonder veel deelt via internet en al zeker niet als je er tot het populaire clubje behoort. Kritiek wordt steeds minder aanvaard: mensen die al dat “delen van publieke informatie” maar niets vinden, worden weggelachen of als hopeloos ouderwets ervaren. Mogen delen, wordt moeten delen. Jezelf publiekelijk verkopen, verandert steeds meer in “door anderen publiek in de etalage gezet worden”. Dit vertelt “De Cirkel” van Dave Eggers. Maar dit gebeurt ook dagdagelijks steeds meer.

De “greediness” waarmee bedrijven data proberen op te delven en er ook steeds meer tools voor ter beschikking stellen, de domheid van “hé wij kunnen er ook leuke projectjes op bouwen” van geëngageerde hipsters die zich letterlijk en figuurlijk laten opslokken door deze nieuwe Big Brother en vooral de blindheid en doofheid van “de gewone consument” die zich volgaarne in dit registreren-en-on-line-delen voor de kar laat spannen, leidt in “De Cirkel” tot een aantal tragedies. Tragedies die telkens opnieuw worden weggelachen.

“Digitaal is het nieuwe normaal”, wordt meer dan eens verteld. Maar dan voornamelijk door mensen of bedrijven die daar geld kunnen aan verdienen. Dave Eggers laat ons hierover nadenken. Misschien moeten we onze kinderen/kleinkinderen/… duidelijk maken dat het misschien beter zou zijn dat digitaal toch een beetje abnormaal blijft. Geen verplichting. Geen moeten. En dat mensen die zich niet constant door die digitale golven laten meeslepen, misschien wel veel meer geestesrust kunnen kennen dan zij die wel aan informatie-obesitas leiden.

Geluk kan een superindividueel gevoel zijn. En misschien moeten we dat maar zo houden, in plaats van steeds alles on-line te grabbel te gooien. Continu registreren/delen/vind-ik-leuken/retweeten/… leidt tot waanzinnige versaaiing, vervlakking, apathie en vanzelfsprekendheid. En misschien nog veel grotere ellende. En dit weet Dave Eggers met een bijzonder innemend verhaal te verkopen.

Een must-read voor al wie digitaal het nieuwe normaal vindt. En voor wie wel eens de mensen “Googlet” die hij/zij gaat ontmoeten of net ontmoet heeft. En voor wie denkt dat het opgeven van privacy meer problemen zal oplossen dan creëren. En voor werkgevers die vinden dat er altijd nog wel een duwtje bij kan en/of de werknemer toch wel de plicht heeft om positieve berichtjes over hen op internet te plaatsen. En op merken die bloggers leuke cadeautjes sturen zodat internet boordevol leuke recensies komt. En voor iedereen die aan de huidige internetpolsslag deelneemt. Niet als “ge moogt dat niet doen!”-waarschuwende vinger, wel als “maar is dat wel allemaal een goed idee?”-schop in de kont.

Deze review plaatste ik eerder op mijn GoodReads-pagina

Over vliegtuigen

De regering Di Rupo I snapt het toch niet helemaal, precies.

Ik las in De Tijd dat de regering overweegt om 20 miljoen Euro te steken in de luchtvaartsector die het lastig heeft. Voornamelijk Brussels Airlines, “want we mogen toch niet nog eens zo een faillissement als bij Sabena meemaken”.

Reden van de problemen: “RyanAir concurreert hen kapot”. Het is zo oneerlijk, meneer. De piloten van RyanAir staan op een Ierse payroll, waardoor hun brutolonen veel lager zijn dan de Belgische en ze er netto toch meer aan overhouden. Dus gaat de regering er maar wat geld in pompen.

Beste ruziënde politici, je kan nu wel massa’s meststof en water over een paar madeliefjes gieten, als de grond dor is, gaan die vroeg of laat toch dood. Zouden er niet beter een structurele maatregelen genomen worden, in plaats van weer eens belastinggeld te verkwanselen aan een sector die onder de huidige omstandigheden toch gedoemd is om weer eens over kop te gaan?

Ze willen niet. Ze kunnen niet. En vooral: het grote spook van de verkiezingen is weer te duidelijk aan de horizon aan het verschijnen.

En ondertussen lijken CD&V en Open VLD een robbertje aan het vechten te zijn. De sterkste mag volgend jaar het handje van de N-VA vasthouden.

Geef mij dan maar een ceo-partij.