Wij plooien niet

Ik zou het kunnen hebben over de zaken die ik zoal naar het hoofd geslingerd kreeg, toen ik nog 20 kilo meer woog. Zowel tijdens mijn studies aan het middelbaar als amper een paar jaar geleden, op festivalweides, straatfeesten en andere openbare plaatsen waar onbekenden hun mening al eens te luid ventileren.

Ik zou het kunnen hebben over mijn neefje (ondertussen: neef!) die een hartoperatie had ondergaan. Met een groot litteken over zijn borst tot gevolg. Over hoe hij gepest werd in de douches na de turnlessen en zelfs daarbuiten. Over hoe hij van studierichting veranderde om die etters niet meer te moeten aanhoren.

Ik zou het kunnen hebben over die vriend die op onverklaarbare wijze plukken haar begon te verliezen. Niet enkel over hoe hij aangestaard werd, maar ook over de zaken die gezegd werden. Nu en dan hardop tegen hem, veel vaker fluisterend en gossippend door dames achter hem aan de kassa. Van medelijdend ramptoerisme tot vernederende grapjes.

Ik zou het kunnen hebben over die eenzame, wat oudere, man uit de buurt die wel steeds een glimlach op het gezicht had, maar waanzinnig eenzaam was. Die man die gesprekken probeerde aan te knopen. Die man die zo graag graag gezien wilde worden. Hoe hij beschimpt en uitgescholden werd door mensen waar hij het zelf zo goed mee voorhad. Hoe jongeren er met afval heen gooiden, hoe dames hem als viezerik begonnen uit te schelden, hoe de café-eigenaar hem – al dan niet onder druk – van het terras verwijderde.

Maar ongetwijfeld zijn bovenstaande verhalen minder relevant. Want het gaat niet over vrouwen die met seksisme te kampen hebben of over buitenlanders die dagelijks racisme ondervinden. En de hashtags zijn op.

Het Hout (Jeroen Brouwers) – #GoudenBoekenuil #Boek1

Hoera! Ik heb het geluk dit jaar deel uit te maken van de lezersjury van De Gouden Boekenuil. Vijf boeken mag ik lezen, beoordelen, wikken en wegen. Om finaal mijn antwoord te geven op de vraag: “Welk van deze boeken mag uitgeroepen worden tot beste Nederlandstalige boek van 2014?”

Mijn eerste boek was Het Hout van Jeroen Brouwers. Hieronder de recensie die ik ook op Goodreads plaatste.

Het houtMijn score: 3 op 5

“Jeroen Brouwers, zou dat wel wat voor mij zijn?” Dat moet toch één van de eerste vragen geweest zijn die mij te binnen schoot toen ik de shortlist voor De Gouden Boekenuil een goede week geleden vernam.

‘s Avonds, op de bijeenkomst van de lezersjury, gaf Thomas Vanderveken – de coach van die jury – een aantal tips mee, waaronder: het kan motiverend zijn om de “5 opgelegde boeken” te lezen in crescendo, door te starten met het boek waar je het meest over twijfelt en het boek waar je meest naar uitkijkt uit te stellen tot het einde. En zo geschiedde. Ik startte met Jeroen Brouwers. “Het hout” is zelfs het eerste boek dat ik ooit van de grootmeester las.

Jeroen Brouwers is een bijzonder begenadigd verteller; in Het Hout vertelt hij – aan de hand van drie naadloos verweven verhaallijnen – het verhaal van Broeder Bonaventura. Enerzijds een naïeveling die zich in de luren liet leggen en liet opslorpen door het kloosterleven, anderzijds een hypocriet die zwijgt over het kindermisbruik dat in het kloosterinternaat plaatsvindt, maar ten derde ook een man die nog niet helemaal verloren lijkt, niet aan de schunnigheden van zijn medebroeders deelneemt en op één of andere manier gewoon een duwtje nodig heeft om zijn pij af te werpen.

Maar ondanks het aantrekkelijke verhaal, heb ik de voorbije week een paar keer verveeld dit boek aan de kant gelegd. Die schrijfstijl van Jeroen Brouwers, je houdt ervan of niet, maar ik toch niet. Jeroen Brouwers doet mij denken aan die schrijvers die je soms verplicht werd te lezen in het middelbaar: ongetwijfeld is hij een meester in de Nederlandse taal, een aantal zinnen en passages in Het Hout waren om vingers en duimen bij af te likken, maar het stopte niet.

Ik lees graag boeken van pakweg Paolo Coelho: een soortement van sprookjes die dan plotseling een fantastisch geschreven zin boordevol wijsheid bevat, waardoor ik letterlijk dieper ga in- en uitademen en diezelfde zin opnieuw ga herhalen. De verrassingen in het verhaal.
Bij Jeroen Brouwers heb ik echter een gevoel van overdaad, te veel belerendheid en een soort van archaïsche betweterigheid op dit vlak. “Kijk eens welke mooie zinnen ik geschreven heb!”, i.p.v. een mooi, consistent en aangrijpend verhaal te willen vertellen. Meer nog: op momenten leek deze vertelling echt neergeschreven te zijn door iemand die bij koortstemperaturen een verhaal bij elkaar heeft geijld, waar soms kop noch staart aan te krijgen was. Koortsachtige zinnen waarin elke vorm van werkwoord leek te ontbreken, ellenlange zinnen – met een hele resem substructuren – waarin dure woorden het gebrek aan inhoud of gevoel probeerden te maskeren.

Voor verhaal krijgt Jeroen Brouwers 4 sterren van mij, voor aangrijpendheid en stijl slechts 2. En een gemiddelde van 3/5 zal voor mij waarschijnlijk onvoldoende zijn om mijn Stem voor de Gouden Boekenuil aan Brouwers te geven.

Aanbevelingen

Op basis van de muziek die ik via Spotify beluister, beveelt last.fm mij andere artiesten aan die ik vermoedelijk ook goed ga vinden. Op basis van de boeken die ik lees, geeft GoodReads mij aanbevelingen voor ander lectuur. Op basis van de boeken die ik aankoop bij Amazon of bol, doen die respectievelijke portalen mij aanbevelingen. Heel verschillende tips, geven die mij, aangezien ik andere boeken op Amazon koop (voornamelijk Engelstalig en business-gerelateerd) dan op bol (eerder luchtig Nederlandstalig vertier). Op basis van de tv-series die ik bekeek – en de vrienden die ik heb – op Netflix, doet ook dat portaal mij aanbevelingen. Ook imdb doet mij aanbevelingen op basis van films die ik bekeek en/of al dan niet goed vond. Op basis van mijn aankopen bij Albert Heijn, krijg ik gepersonaliseerde waardebonnen in mijn mailbox.

Heel intrigerend allemaal, alleen dit al was voor mij één van de redenen waarom ik een paar maand geleden begonnen ben met de opleidingstrack “Data Science” bij Coursera.

Maar anderzijds vind ik al die geïsoleerde klantprogramma’s toch weinig bevredigend. De integratie ontbreekt volkomen. Mijn aankopen in de supermarkt leiden niet tot tips op vlak van tv-programma’s, Netflix gaat mij nooit aanraden een serie te beginnen opnemen op een Belgisch tv-station op basis van mijn voorkeuren, Spotify gaat mij nooit laten weten dat er eigenlijk ergens een keigoed internetradiostation is dat voor 93% met mijn muzikale smaak overeenkomt. IMDB gaat mij niet aanbevelen dat ik, aangezien zaterdagavond mijn vaste filmavond is, een aantal snacks bij de één of andere onafhankelijke Vlaamse webshops zou moeten kopen. Champagnethee bij Café Couture bijvoorbeeld. Of avontuurlijke popcorn bij ik-weet-niet-wat-precies. Alle aanbevelingsportalen blijven gedreven door de beperkte inhoud die ze zelf bevatten en – uiteraard – door commerciële belangen.

Een gigantisch gat in de markt, vandaag de dag, volgens mij, is dan ook een “onafhankelijk gecentraliseerd orgaan” die mijn gedrag gaat meten [ja, ik geef er mits voldoende garanties graag een serieuze lap privacy voor vrij] en echte persoonsafhankelijke aanbevelingen gaat doen. Zodat ik nog slechts 1 klantenkaart nodig heb, maar die wel overal kan gebruiken. Zodat ik op 1 portaal kan “inchecken” telkens ik met een boek, film, CD etc. start (dat manueel inchecken zou zelfs niet moeten: Spotify-, Netflix- en andere integraties zouden naadloos moeten zijn).

Als iemand op een bepaald moment met een gebroken hart zit, gaat die misschien veel romantische muziek en soortgelijke films bekijken. Wordt het dan niet eens tijd voor comfort food? Een leuk avondje uit aanbevelen waar die persoon nieuwe mensen kan leren kennen? Op basis van een aantal artistieke films die ik recentelijk bekeek, zou ik toch aanbevelingen moeten kunnen krijgen over pakweg een tentoonstelling over Salvator Dali in Rijsel, om dan ‘s avonds ook nog een concertje mee te pikken van een groep die bijzonder veel geleerd heeft van The Velvet Underground? Aangezien ik als vrijgezel meestal “kleine porties maaltijden” koop in allerhande winkels, zou zo een systeem mij misschien kunnen aanraden dat ik eigenlijk het meest mijn gading ga vinden in een totaal andere winkel? Als ik plotseling een viool zou kopen en een online-vioolcursus zou volgen waarbij ik gestaag vorderingen maak, zou het toch wel geniaal zijn moest Het Systeem mij laten weten dat er op 15 km. van bij mij thuis een folkgroepje zit die momenteel op zoek is naar een violist?

Al zal een onafhankelijk medium op dit vlak ongetwijfeld nog wel een utopie zijn. De meeste klantenprogramma’s zijn er, vandaag de dag, namelijk uiteraard nog steeds uit commerciële overwegingen en uit zelfbelang van de organisatie die met zo een programma uitpakt. Al blijf ik wel hopen.

Want ja, ik blijf er van overtuigd dat goed gebruik van data en technologie ook voor een verhoogde levenskwaliteit kan zorgen. Wat bepaalde psychologen ook mogen beweren.

Over e-boeken, e-magazines en e-kranten

Volgende week woensdag, 25 februari. Dat is de dag, waarop de shortlist van de Gouden Boekenuil wordt bekendgemaakt. Dat is ook de dag waarop ik ‘s avonds in de KVS te Brussel verwacht wordt. Alwaar deze shortlist bekend gemaakt zal worden, alwaar ik de betreffende vijf boeken vrolijk in de hand gedrukt ga krijgen en alwaar ik vooral ga vernemen wat er zoal verwacht wordt van “de Lezersjury van de Gouden Boekenuil”. Ik ben waanzinnig benieuwd.

De reden waarom ik mij aanvankelijk heb ingeschreven voor de Lezersjury van de Gouden Boekenuil, was dat ik dringend eens buiten mijn comfortzone moest geduwd worden…

Lees verder

Stop toch eens allemaal met neuten

Als ge uwen job niet graag doet, dien dan uw ontslag in en verander van job. Het ligt niet aan u, het ligt niet aan uw werkgever, het is gewoon “de mayonaise die niet pakt”. Dat kan gebeuren in het leven. Dat is helemaal niet slecht. Doe dat in plaats van te gaan staken of om de haverklap met syndicale acties in uw bedrijf uit te pakken. Want daarmee zorg je alleen maar dat iedereen ongelukkig wordt: de werkgever is er niet blij mee, het zorgt voor een gefrustreerd en opgeklopt sfeert bij de stakers/betogers en velen die er eigenlijk niéts mee te maken hebben, ondervinden er last van. Dus stap het gewoon af.

Als sommige werkgevers écht zo unfair zijn als bepaalde syndicalisten beweren, en als iedereen een beetje consequent zou zijn, dan zou er massale leegloop in die bedrijven moeten zijn. En dan zouden de bazen het beter begrijpen dan een occasionele werkneerlegging.

Als havenarbeiders neuten dat zij nooit 45 jaar in hun zware stiel gaan kunnen werken, raad ik hen aan om een lichtere job te zoeken. Maar dan gaan ze meestal neuten dat ge daar niet zoveel mee verdient.

Awel. GE KUNT NIET ALLES HEBBEN.
Dus stop met neuten.

Gisteren hoorde ik een groepje vrolijke jongedames vrolijk doch stevig afgeven op hun venten/vrienden/whatevers-waar-ze-mee-samenhokken. Ik had goesting om mij om te draaien. Om te zeggen dat ook zij moesten stoppen met neuten. Ofwel zien ze hem graag en genieten ze daarvan (en blazen ze het van de kerktoren). Ofwel zien ze hem niet graag en moeten ze hem maar dumpen. Maar niet er bij blijven om te neuten. Dat lost niets op. Dat maakt beide partijen alleen maar ongelukkiger.

Als het leven véél te lastig is als ge zowel een carrièrevent of -vrouw zijn, maar ge wilt ook uw kinderen goed kunnen opvoeden, maak dan een keuze. Ga vollenbak voor een leven gevuld met gezin, liefde, opvoeding en het bijbrengen van waarden. Dat is goed! Of ga vollenbak voor die carrière waarin je jezelf kunt ontplooien en andere facetten van de wereld gaat verbeteren, hoe klein of groot ook. Ook dat is goed!
Maar stop toch eens met neuten dat het leven veel te taai is als je én carrière wil maken, én je te pletter wil amuseren in je job, én je kinderen elke seconde wenst groot te brengen, én liefst ook nog quality time voor uw eigen wilt hebben, én … Maak verdorie keuzes. Opnieuw: GE KUNT NIET ALLES HEBBEN. Als je vollen bak gaat voor je carrière, kies dan efkes niet voor kinderen, en geniet van elke seconde waarin door jouw impact de rest van de wereld beetje bij beetje verandert. Als je het o-zo-belangrijk vind om je voort te planten, neem dan je verantwoordelijkheid op en ga voor die kinderen en het bijhorende leven.

Maar stop met neuten. Kies. Ga ervoor. Schreeuw uw geluk en positiviteit voor de gemaakte keuze uit.

Als de regering zo ongelooflijk des duivels is als uw geneut regelmatig doet vermoeden, verhuis dan. Er zijn 195 internationaal erkende landen op deze wereldbol. Die hebben allemaal een andere regering. En die verandert om de zoveel jaar in elk van die landen. Kies er eentje waar je wel denkt gelukkig te worden en trek daarheen. Maar stop met hier te blijven plakken om er elke dag te blijven over neuten.

Zendt de VRT alleen nog maar slechte programma’s uit? Kijk er niet meer naar.

Zijn die Zwarte Pieten een aanslag op de goede smaak en regelrecht racisme? Ga dan niet naar Sinterklaasfeestjes en zap weg als er zoiets op tv of radio voorbijkomt.

Zijt ge het beu dat je ganse huis davert omdat er jaarlijks een dance-festival in de buurt is? Goed nieuws: er staan bijzonder veel schone huizen te koop momenteel!

Ik zoek alvast zelf nog naar een manier om minder met het gezaag van al die neuters geconfronteerd te worden. Want die brengen mij keihard tot neuterij.

Verrassingspakket voor foodies

Ik mag dan al 20 kilo afgevallen zijn bij een jaar geleden, ik eet nog steeds bijzonder graag. De eetgewoontes zijn veranderd, als ik al eens gezondigd heb (gisterenavond 6 smoutebollen bijvoorbeeld), compenseer ik dat ‘s anderendaags. Ik heb waanzinnig leren genieten van groenten, fruit, lichtere maaltijden, maar een ongezond tussendoortje behoort weer volop tot de mogelijkheden. Als het maar met mate is. Of zo.

Bijzonder genoten trouwens, vorig weekend, van een uitgebreide menu bij Taste and Colours in Kortrijk: gezond en wat een waanzinnig smaakbommen! Je leert het des te meer appreciëren als je leven niet meer elke week uit restaurantbezoek bestaat.
Koken doe ik nog steeds vrijwel elke dag. Ik kook graag, ben geen specialist in verzinnen of het prepareren van ongelooflijk chique uitziende borden, maar ik geniet er grandioos van om – met het kookboek naast mij – producten in warme potten met elkaar te combineren en mij elke keer opnieuw te verbazen en verheugen over de heerlijke dampen die er uit opstijgen.

Eten, komaan, we doen het allemaal toch graag? En ik hou van verrassingen op dat vlak. Zoals in verrassende restaurants. Maar nog veel meer: ik hou ervan om – bij verjaar- of andere feestdagen – een korf te krijgen met voedingswaren. Liefst merken of producten die ik nog niet ken: authentieke Colombiaanse koffie, verrassende koekjes, onbekende wijn of biertjes, een minder voor de hand liggend kookboek, af te bakken patisserie, …

En daarom was ik dan ook bijzonder enthousiast toen ik een goede week geleden las over FoodNomads.be. FoodNomads verkoopt verrassingspakketten met eten en/of drank. Je kan het eenmalig bestellen, je kan er ook een maandabonnement op aangaan, waardoor je dus maandelijks een pakket in de bus krijgt met producten waarover zij plechtig beloven dat het (h)eerlijk is. Maar ook – en dat is een heel fraaie bonus – dat het hier gaat over authentieke merken, lokale merken ook. Ik vertrouw op de goede smaak van deze voedselnomaden en heb vandaag meteen ingeschreven op hun maandelijks abonnement (ik zag er weinig risico in, aangezien dit klaarblijkelijk ook elke maand opnieuw opgezegd kan worden).

Ik ben benieuwd. Maar vooral: ik ben bijzonder enthousiast. Elke maand een cadeautje krijgen met producten die ik überhaupt al leuk vind om te krijgen, daar heb ik graag een kleine 25 Euro voor over.

Ik laat jullie weten hoe de inhoud van de eerste box er uitziet van zodra dit hier is aangekomen. Maar het “thema” van november (de makers werken elke maand rond een specifiek verhaal) is er alleszins al eentje dat veelbelovend is: Rise & Shine, maak van je ontbijt je lekkerste maaltijd. En laat nou net het ontbijt mijn favoriete maaltijd zijn…

Geïnteresseerden kunnen zich alvast nog tot 23 oktober op dit pakket inschrijven!

Food Nomads - Rise & Shine

Indexsprong, gezinnen en (on)schuld

Het nieuws van deze week werd weer bijzonder goed geïllustreerd aan de hand van verbale steekspelen in De Zevende Dag

Ten eerste was er de regeringsvorming en de zwaar besproken indexsprong. Eerlijk is eerlijk: ik ben niet meer mee. N-VA pleit voor een indexsprong om onze arbeidsmarkt competitief te houden. Anderzijds lees ik in de krant deze week dat er een deflatie komt, waardoor we vermoedelijk in 2015 nog eens met een negatieve index (lees: loonsvermindering) gaan komen te zitten. Dan zou je verwachten dat N-VA van hun indexsprong zou afzien (want een negatieve index is nog steeds beter dan geen index), maar neen. Niets van gehoord. Integendeel: allerlei vakbondslullo’s komen nu al zeggen dat een indexsprong voor hen onbespreekbaar is. Terwijl dat net in het geval van een deflatie interessant zou zijn, zodat elke werknemer loonsbehoud i.p.v. loonsverlies zou hebben!?

Ik snap het echt niet.

Voor sp.a zit keihard te kappen op de indexsprong, trouwens. Maar het is ook de sp.a die er voor gezorgd heeft dat de energieprijzen in ons land het vorige jaar niet of nauwelijks gestegen is. En net dit heeft er voor gezorgd dat we begin volgend jaar met een negatieve index zouden zitten. Dus de sp.a heeft vrijwel rechtstreeks een negatieve index (lees, opnieuw: loonsverlies) op hun geweten?

Ik snap er geen hollio meer van.

Trouwens, Baby Back van die sp.a was ook in De Zevende Dag vandaag. Buiten wat schaapachtig gegrijns, was het enige citaat dat ik onthouden heb “dat de rechtse regering alleen maar uitpakt met pestbelastingen die enkel de gezinnen treffen.” Eindelijk, denk ik dank, eindelijk een correctie van de situatie waar die sp.a en CD&V de voorbije jaren verantwoordelijk voor waren, namelijk het feit dat gezinnen steeds bevoordeeld werden t.o.v. alleenstaanden. Of, zoals het een tijdje geleden in De Morgen stond: de kinderloze single is de paria van onze samenleving. Dus eigenlijk zou Bruno Tobback toch blij moeten zijn, in naam van zijn partij, dat de sociale ongelijkheid die door hen is ontstaan, maar de laatste jaren wel veel relevanter is geworden (één op de drie huishoudens bestaat uit één persoon), finaal opgelost wordt.

Of interpreteer ik het weer allemaal verkeerd?

Om nog maar te zwijgen over die Sven Mary die in De Zevende Dag zat. Hij gaf grif toe dat de familie Aquino, waar hij o.m. advocaat voor is, schuldig zijn over de ganse lijn, maar dat er zoveel procedurefouten werden gemaakt dat het zijn plicht is om de samenleving daarop te wijzen, waardoor zijn cliënten ongetwijfeld vrijgelaten zullen worden. Hij bewijst dus onze samenleving een dienst, door een aantal grote misdadigers terug in die maatschappij los te laten.

Ik. Snap. Er. Geen. Knijt. Van.

Hebben we nog muzikanten op festivals nodig?

De zomer is er niet echt geweest dit jaar (maar wacht maar! vanaf half september – toevallig als mijn groot verlof begint – zal het weer schitterend worden!), het festivalseizoen is bijna voorbij. Ik loop mij de laatste dagen af te vragen of we niet op de vooravond zitten van een nieuw soort festival. Waar beleving belangrijker is dan muziek. Waar live muziek van gigantische artiesten misschien niet meer nodig is.

Het was me dit jaar al opgevallen bij een aantal toonaangevende artiesten: er wordt bij gewone concerten al eens op zoek gegaan naar meer “belevingen” in plaats van “artiest speelt liedjes, publiek applaudiseert”. Denk maar aan Arcade Fire die eerder dit jaar tourde als “The Reflektors”. Ze deden kleine zaaltjes aan, decoreerden die als een soort van Prom Night decor en riepen het publiek op om gekostumeerd naar het concert te komen. Jack White pakte het nog veel geschifter aan: hij deed een surprise concert in een hospitaal-omgeving, waar acteurs rondliepen als dokters en zusters, het publiek kreeg een operatiekleedje aangemeten (waardoor de helft er met een bloot gat rondliep) en omwille van “outbreak alarm” werd het concert in een quarantaine-omgeving gegeven, waar het publiek met ambulances naartoe gereden werd.

Concerten evolueren steeds meer naar sferen, naar totaalgebeurens, ik hoop althans dat bovenstaande twee voorbeelden een voorbode zijn van fijne muzikale experimenten die er staan aan te komen.

Een jaar of drie geleden ging ik eens naar Tomorrowland. Niet omwille van de muziek, want ter plaatse werd ik bevestigd in mijn overtuiging dat ik de meeste van die DJ’s ongelooflijke bagger vond brengen. Maar ik wou het eens meegemaakt hebben: die feeërieke decors, die lekkere eetstandjes (desserts van Roger Van Damme! een hapje bij Wout Bru! mijn eerste ontdekking van de waanzinnig lekkere hamburgers van De Burgerij! fenomenale cocktails!). Ik zou er graag nog eens naartoe gaan. Maar dan zonder die irritante muziek op de achtergrond…

Dat is wel een groot verschil met mijn eerste Rock Torhout die ik ooit aandeed: slechts 2 podia (die vrijwel naast elkaar lagen), muzikanten die zich kwamen gooien, publiek dat zich totaal aan die artiesten kwam overgeven en als je honger had kon je kiezen tussen een kleffe hamburger of een bakje friet. Meer was er niet of nauwelijks.

Op Pukkelpop was dit jaar die evolutie gigantisch merkbaar: ook daar staat De Burgerij nu, kon je insectenburgers proeven, waren er vegetarische standjes en ook een paar eetkraampjes waar de authenticiteit van afdroop. Maar de gezelligste locatie van Pukkelpop, waar toch wel continu heel wat volk uithing, was ongetwijfeld het cowboydorp. Je kon er aerobiccen of deelnemen aan de schuimkanonspelletjes van Radio Topkaas, er was een “Jamcaravan” waar een continu wisselende groep muzikanten liedjes zat te spelen (op een bepaald moment zat ook Mauro Pawlowski in de caravan mee te jammen) en waar het publiek liedjes kon aanvragen om dan karaokegewijs eventjes live op Pukkelpop te kunnen meezingen. Er waren spelletjes (een elektrische stier! goud opdelven! line-dance initiaties!), er was knotsgek theater (Pocahontas, the love story!), en ook de bijzonder gezellige Johnny Trash kwam er van stand-up comedy en liedjeszingen doen.
Weg van de drukke podiums, gezelligheid troef!

Het doet ongetwijfeld denken aan één van de absolute succesformules op de Gentse Feesten, namelijk de mannen van cirQ die jaarlijks 10 dagen doldwaze gekte in Gent weten te brengen, zoals dit jaar met de Familie van den Berghe…

Zeker als ik dan zie hoe vooral non-acts het festivalpubliek massaal op de been weten te brengen (de grote successen op Pukkelpop waren dit jaar voor, euhm, Macklemore en dingske en voor Calvin Harris die plaatjes kwam opdraaien zonder die in elkaar te mixen… plaatje spelen tot het einde, publiek juicht, volgend plaatje wordt opgelegd… pijnlijk eigenlijk), vraag ik mij af: who needs music on festivals anyway?

Op festivals draait het überhaupt steeds meer rond “sfeer en gezelligheid”. Een leuke plaats om er even tussenuit te zijn, waar er leuke zaken te beleven vallen, maar vooral: waar we een pintje kunnen drinken en eventueel nu en dan een leuk optreden kunnen meemaken. Een aantal muziekfestivals speelt daar gretig op in: de sfeerzetting op Tomorrowland is nog steeds uniek (sponsors moeten zich er bv. ook aanpassen aan het thema, of hoeven niet te sponsoren), in de Waalse bossen vinden er een aantal kleinschalige festivals plaats temidden de ongerepte natuur, net over de Franse grens doet “Les Nuits Secrètes” iets soortgelijks. Of neem nu Sziget Festival in Hongarije (weliswaar in Nederlandse handen): er komen heel wat gigantische groepen optreden, maar het festival gaat ook elk jaar terug op zoek naar andere feestelijke hypes, die ze ook op hun party-eiland laten aanrukken: Color Run, zeepbellen blazen, schuimparties, straattheater en busking, kunst- en graffitizones, kermissen, theater, kampvuurgezelligheid en -spektakel, circusacts, dansinitiaties en weet ik wat nog allemaal. Om nog maar te zwijgen over het spectaculaire Burning Man gebeuren in de één of andere Amerikaanse woestijn.

En dan heb je trouwens die steeds meer voorkomende festivals waar muziek nauwelijks nog een rol speelt (maar het “sfeer-gebeuren” nog vaak wat te afwezig): Theater Aan Zee, Humorologie, straattheaterfestivals, kookhappenings aan zee, …

Ik zou het fijn vinden moest er vanaf 2015 een festival in onze eigen regionen plaatsvinden die er in slaagt om top notch ontspanning, verrassing, plezier en entertainment te brengen in een totaalsfeer en totaalconcept dat doet wegdromen en me eventjes helemaal uit de realiteit wegzuigt. Een pretpark voor volwassenen, als het ware. Muziek hoeft niet. Of kleine muzikale groepen zijn groot genoeg. Een thema lijkt mij wel een absolute must. Sprookjes van 1001 nacht? Latijns-Amerika? Freakshow? Utopia? Alles mag, maar een dergelijke leidraad maakt de beleving uiteraard compleet. En dan massaal veel decors en inkleding in dat thema. En een park vol leuke, kleinschalige intiatieven. Theater en improvistatiegebeurens. Interactieve muziek. Een feestje met indische kleurstoffen die door de lucht stuiven. Openluchtcinema in de geur van versgebakken popcorn. Vuurwerk dat kunstwerk is. Schuimparties. Speeddating. Sterrenchefs die heerlijke hapjes klaarmaken. Kookinitiaties. Een tango-dansvloer. Kunstenaars die live aan het werk zijn (waarbij het werk eventueel achteraf verkocht kan worden). Een gigantisch doolhof. De beste attracties van de Sinksenfoor. Talkshows. Toneel. En vooral: ruimte voor passie, vriendschap en liefde. Voor iedereen die er gewoon een aantal dagen een gigantisch feestje wil van maken.

Let’s face it: het duurste gegeven van de hedendaagse festivals, zijn de acts die er op staan. 1.000.000 Euro voor Metallica of Eminem. 300.000 Euro voor Calvin Harris. Gigantische bedragen. Voor die gigantische bedragen moet het zonder enige twijfel mogelijk zijn een gigantische dergelijke volwassenenspeeltuin uit de grond te stampen. Voor een paar dagen of een volledige zomer. En dat terwijl die al lang niet meer de hoofdreden zijn om zulke festivals te bezoeken.

Want dat doen we toch, om vooral met onze naaste vrienden nog eens iets leuks te beleven?

De cultuursector zit met de handen in het haar, omdat de nieuwe Vlaamse Regering misschien massaal subsidies gaat inkrimpen in de sector. Dat ze dan maar eens volop springen op een idee als het bovenstaande. Het zou niet alleen voor aardige inkomsten voor een aantal gezelschappen en artiesten kunnen zorgen, maar het zou ook kunnen leiden tot terug wat meer connectie met de maatschappij waaruit ze ontstaan zijn en mensen die “anders toch nooit naar een tentoonstelling of theater zouden gaan”.

Gewoon, wat algemene ideeën van mijnentwege. Wie het hier absoluut niet of wel mee eens is, mag dat uiteraard hieronder laten horen…

De fijnste acht van #pkp14

Aangezien alle kranten en soortgelijke websites, na weer 3 hele mooie dagen Pukkelpop, uitpakken met sterren, scores en “dag-top-drieën”, pak ik ook graag nog eens – na een veel te lange blogstilte – uit met die artiesten die ik het heerlijkste vond tijdens deze Pukkelpop-editie.

(Om nog maar te zwijgen van het fantastische gezelschap, de heerlijke avondlijke hapjes en de terrasbabbels voor we elke dag naar de festivalweide afzakten…)